"Toen hier een poetsman opdook, dacht ik 'Zal die wel kunnen poetsen?' - Minister Hilde Crevits in ZO Magazine

Haar geliefkoosde Onderwijsportefeuille moest ze achter zich laten, maar nu Hilde Crevits zowel onze Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie als Landbouw in goeie banen moet leiden heeft ze de handen vol om van het Vlaams regeerakkoord meer te maken dan een verzameling ambitieuze voornemens. Wij wilden natuurlijk vooral weten wat van kmo’s en zelfstandigen van haar mogen verwachten. 

TEKST Herman Van Waes - FOTO’S Dieter Telemans 

Niet minder dan 11 volle pagina’s schriftelijke voorbereiding heeft Hilde Crevits klaarliggen als antwoord op de vragen die we vooraf hadden toegestuurd, stuk voor stuk ‘hete hangijzers’ voor zelfstandige ondernemers. Het moet zijn dat UNIZO hier echt wel au sérieux wordt genomen. 

Om maar met het meest ambitieuze cijfer te beginnen: 120.000 mensen extra aan de slag tegen 2024? En dat terwijl er nog nooit zo weinig werkloosheid was en veel hefbomen bij de federale regering zitten. 

Hilde Crevits: “Dat klinkt inderdaad heel hoog gegrepen, en ik riskeer daarop afgerekend te worden als het er minder zijn. Maar we kunnen niet wegkijken van die krapte op de arbeidsmarkt. In mijn eigen West-Vlaanderen is dat gewoon dramatisch. Ik zou het erg gevonden hebben tegenover zoveel bedrijven die banen aanbieden, als wij daar geen tandje zouden bijsteken. Daarom wilden we er een concreet cijfer opplakken. Ook in Vlaanderen hebben we daar hefbomen voor, de Vlaamse arbeidsmarkt vráágt ook een specifieke aanpak, op diverse fronten. Het is een octopus met vele armen.” 

Iedereen (weer) aan de slag, alle beschikbare reserves ‘activeren’ op de arbeidsmarkt. In de eerste plaats zij die er al lang uit zijn, maar wel willen werken? 

Hilde Crevits: “Van de 179.000 werklozen die er nu zijn, vindt ongeveer de helft binnen een redelijke termijn een job, maar de andere de helft is al heel lang werkloos, soms 5 of 6 jaar. Dat is toch wraakroepend? We moeten er alles aan doen om die uit de ‘vergeetput’ te halen.” 

“Veel talrijker nog zijn de langdurig zieken en arbeidsongeschikten, die we erg moeilijk opnieuw aan het werk krijgen, hoewel de meesten dat graag zouden willen. We moeten creatiever zijn in het deeltijds combineren van werken en ziek zijn, zoals dat in het onderwijs nu al kan. Vroeger niet: mijn moeder kreeg kanker toen ze 49 was. Maar toen ze terug aan de slag wou als leerkracht, moest dat meteen fulltime, zodat uiteindelijk vervroegd pensioen de enige uitkomst was.” 

“We moeten met het RIZIV afspraken maken over re-integratie, en de bestaande ondersteuningsmaatregelen beter bekend maken. Akkoord, het is niet voor elke werkgever evident om voor een langdurig zieke een aangepaste job of werkpost te voorzien. Daarom moeten we tussen de sectoren en bedrijven zoeken naar uitwisseling: mensen met een fysiek zware job bijvoorbeeld omscholen, ook al is dat in een andere sector. Ik denk ook aan meer samenwerking tussen de sociale en de reguliere economie.”  

Daarnaast is er een grote groep mensen die in staat is om te werken, maar dat niet doen. Hoe activeer je bijvoorbeeld de ‘moeders aan de haard’? 

Hilde Crevits: “Als mensen geen uitkering hebben en niet als vrijwillig werkzoekende ingeschreven zijn bij de VDAB, is het niet eenvoudig om zicht te krijgen op deze groep. Het gaat onder andere over vrouwen in allochtone culturen. Die kun je niet verplicht naar de VDAB sturen. We willen ze wél overtuigen, in hun eigen omgeving. Bijvoorbeeld door rolmodellen te tonen van succesvolle, allochtone zakenvrouwen. Die komen getuigen over wat een job met je kan doen: het emanciperende effect, het sociale, het extra inkomen... Het zal tijd nodig hebben, maar ik ben optimistisch. Mijn moeder was in haar katholieke school de eerste leerkracht die ‘mocht’ blijven werken nadat ze bevallen was... dat was toen een uitzondering, en hoe lang is dat geleden?”  

We slagen er niet in meer mensen met een migratieachtergrond aan de slag te helpen. Hun aandeel in de werklozenstatistieken steeg van 25% in 2014 naar 30% nu. 

Hilde Crevits: “We voorzien ruim 3 miljoen euro voor een proefproject via individuele begeleiding, voor een 800-tal mensen. De VDAB werkt daarvoor samen met organisaties voor mensen ‘met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’. Ik verwacht ook veel van nieuwe partnerschappen met lokale besturen. Er worden bijvoorbeeld contracten gesloten tussen lokale OCMW’s en de VDAB, dat is nieuw. De VDAB moet ook doelgericht werken in de regio’s waar dat het meest nodig is. Als er binnenkort duizenden jobs komen bij de bouw van Oosterweel, moet je je daar nu op voorbereiden.” 

“Een grote struikelsteen blijft de taal, dus wordt er meer op taalopleidingen ingezet. Talenkennis opent deuren en kweekt goodwill bij de ‘autochtonen’. Maar als je iemand naar een job wil leiden is het frustrerend dat die eerst maandenlang alleen maar les moet volgen. Als je mensen meteen op de werkvloer taalles geeft, werkt die trigger van geld verdienen beter.”  

“Nieuw is ook dat elke nieuwkomer die in aanmerking komt voor een inburgeringstraject zich binnen de 2 maanden verplicht inschrijft bij VDAB. De boodschap is: in onze cultuur wordt er gewerkt, en waar nodig helpen we daarbij.” 

Er komt vanaf 2021 een jobbonus voor laagbetaalde jobs, al betwijfelen velen of een paar tientallen euro per maand mensen over de streep trekt.  

Hilde Crevits: “In de laagste looncategorieën maakt 50 euro netto per maand wel degelijk een verschil. Ook zelfstandigen kunnen daar voor mijn part voor in aanmerking komen. We mogen natuurlijk niet van een werkloosheidsval in een promotieval terechtkomen.” 

Anderzijds wordt er gesnoeid in de bestaande loonkostkorting voor doelgroepen. Een vestzak-broekzakoperatie? 

Hilde Crevits: “Kijk, in een ideale wereld zou je korting op maat geven, maar je kan ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ helaas niet in meters uitdrukken. We willen wel meer eenvoud en transparantie. De premies voor jongeren met enkel een secundair diploma zijn geschrapt, wegens minder effectief. Voor de ouderen komt er pas een lastenverlaging vanaf 58 en niet meer vanaf 55 jaar. Dat is te verantwoorden, want de cijfers zeggen dat er steeds meer vijftigplussers aan de slag zijn. Dat is toch fantastisch, als je ziet vanwaar we komen? Mijn schoonmoeder ging op haar 50ste met pensioen, in de fleur van haar leven!” 

“Voor zestigplussers is de drempel nog groot. Als telkens weer blijkt dat kennis van informatica bij ouderen een zwak punt is, moet de VDAB daar meer op focussen. Ouderen op SWT (het vroegere ‘brugpensioen’, red.) zijn moeilijk weer in te schakelen, maar dat heeft veel te maken met de werkbaarheid van het werk.” 

“De werkbaarheidscheques om bedrijven daarbij te helpen waren nog geen succes. Maar dat was omdat ze te onbekend bleken. We geven die opnieuw een kans, nu ook in de zorgsector en de sociale economie.”  

Vooroordelen en discriminatie bij aanwerving spelen nog altijd een rol. 

Hilde Crevits:“Ik ben nu zelf 50-plus en het komt raar over als mensen je vragen waarom bedrijven niet graag 50-plussers aanwerven (lacht). De werkgeversorganisaties hebben een pact gesloten om vooroordelen en discriminatie over afkomst, geslacht of leeftijd tegen te gaan.” 

“Ik denk dat je met positieve beeldvorming meer bereikt dan met praktijktesten. Maar iedereen moet beseffen dat discriminatie vaak onbewust gebeurt, het zit in kleine dingen. Ik moet toegeven dat het voor mij ook wennen was toen er hier een poetsman opdook, en ik onwillekeurig dacht: ‘Zou die wel kunnen poetsen?’ Ik dacht: ‘Oei, Hilde, dat is nu ook niet proper van u.’” (lacht) 

Of omgekeerd: vrouwen in technische mannenberoepen. Vandaag in de krant: een meisje dat geen stageplaats als automechanieker vond. Terwijl bedrijven schreeuwen om technische jobs. 

Hilde Crevits:“We maken al vooruitgang door de duale studierichtingen uit te breiden van 79 naar 104, en dat moet nog verdergaan. Ons probleem is niet bedrijven vinden die ervoor openstaan, maar technische leerkrachten te vinden voor de theorie. Werken en leren in één traject moet trouwens ook in het volwassenonderwijs kunnen.” 

“We moeten jongeren blijven warm maken voor STEM-beroepen. Maar ook bij volwassenen moet de attitude van levenslang leren meer ingang krijgen. Dit is voor mij een prioriteit, want daarin scoren we heel slecht: bijna 80% van de Vlamingen tussen 25 en 65 jaar ziet geen nood aan opleiding of training. In tijden waarin niemand nog zijn hele leven voor hetzelfde bedrijf werkt, kan dat niet meer.” 

“We willen ook de eerste stappen zetten naar een individuele leer- en loopbaanrekening voor iedereen, waarin opleiding verplicht zijn plaats krijgt.” 

Startende ondernemers zullen nog meer dan werknemers levenslang moeten leren. Daarom was het geen aangename verrassing dat er in de succesvolle kmo-portefeuille voor opleiding, advies of coaching zwaar gesnoeid is. 

Hilde Crevits: “Het was zeker niet de bedoeling te besparen ten koste van kleine bedrijven, en we hebben de manier waarop met UNIZO vooraf overlegd. We hebben wél gekozen om meer in te zetten op innovatiesteun en wat minder op economische steun.” 

“Vandaag gaat al 55% van de innovatiesteun naar de kmo’s.  De kleine ondernemingen ontvangen 83 miljoen innovatiesteun, drie keer zoveel als acht jaar geleden. Dat moet nog meer worden, want de grote innovaties zitten vaak precies in kleine bedrijven.” 

“Sommige ondernemers hebben evenwel een innovatie-achterstand. Die moet je ervan overtuigen dat het loont een innovatiedossier in te dienen. Want ze denken al te vaak dat het niets voor hen is. We rekenen op UNIZO als betrouwbare partner om daar mee werk van te maken.” 

“Meer inzetten op innovatie wil trouwens niet zeggen dat we op andere vlakken kmo’s minder ondersteunen. Zo gaan we bijvoorbeeld het budget voor waarborgleningen van PMV, die bedrijven helpen een lening te krijgen, verhogen naar 400 miljoen.” 

Om wat voor middelen en concrete innovatieprojecten gaat het dan? 

Benieuwd naar het antwoord? Lees het integrale interview met minister Crevits in ZO Magazine van januari, exclusief voor UNIZO-leden!