UNIZO eist grondige amendering wetsvoorstel dat minnelijke invordering aan banden legt: "Vooral kleine kmo's worden hier de dupe van."

In een vandaag verstuurde brief aan de voorzitters van de politieke partijen, de fractieleiders en de leden van de Kamercommissie Economie in het federale parlement, dringt UNIZO aan op een amendering van het vorige week gestemde wetsvoorstel dat het invorderen van kleine facturen sterk bemoeilijkt. "Dit wetsvoorstel moet absoluut worden bijgestuurd, voor het weldra in de plenaire vergadering wordt behandeld", benadrukt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO. "Anders zullen vooral kleine ondernemingen hier de dupe van worden. Voor hen wordt het dan in de praktijk niet meer interessant een onbetaalde factuur met een lage waarde in te vorderen. Wat natuurlijk onaanvaardbaar is." 

UNIZO begrijpt dat de beleidsmakers de problematiek van schuldopstapeling bij consumenten willen indijken,  "maar die problemen doen zich voornamelijk voor bij ziekenhuizen, overheids-, nuts- en telecombedrijven... Een heel beperkt aantal sectoren dus, waar de meeste kmo's niets mee te maken hebben", gaat UNIZO-topman Danny Van Assche verder. "Het zou dan ook unfair en contraproductief zijn om kmo's in sectoren waar de problematiek van schuldopstapeling zich niet voordoet (zoals werken in onroerende staat, verkoop en herstelling van voertuigen, brandstofleveranciers...)  op te zadelen met dezelfde strikte beperkingen op vlak van schuldinvordering, zoals nu voorzien in het wetsvoorstel. Meest essentiële element van bijsturing voor ons is dan ook het beperken van het toepassingsgebied van de wet tot een beperkt aantal sectoren waar dat relevant en werkbaar is."

Waarom is het wetsvoorstel, in zijn huidige vorm, onaanvaardbaar voor UNIZO?
Het wetsvoorstel voorziet onder meer in een betaaltermijn van 27 dagen én een extra respijttermijn van 10 dagen, waardoor de kmo bijna 40 dagen zal moeten wachten vooraleer intresten kunnen worden aangerekend of verdere stappen tot invordering kunnen worden gezet. Zijn eigen leveranciers (en de fiscus) moet hij intussen uiteraard wel blijven betalen.   

Ook worden de kosten die de ondernemer in rekening mag brengen voor de invordering beperkt tot de wettelijke intrest + 10%. Op dit moment betekent dat dus 2,2% op jaarbasis. Dus voor een factuur van 1000 euro, betekent dat 1,8 euro per maand. Daarnaast wordt ook de schadevergoeding die de ondernemer mag aanrekenen beperkt: : tot 40 euro voor een factuur tot 400 euro, tot 10 % van de factuurwaarde op de schijf van 400,01 euro tot 5 000 euro, tot 5% van de factuurwaarde op de schijf van 5 000,01 euro tot 10 000 euro, enzovoort.

"Als een ondernemer hiermee alle invorderingskosten moet betalen (beroep op incasso, deurwaarder, advocaat...) komt hij er natuurlijk niet", weet UNIZO-topman Danny Van Assche. "En al zeker niet indien hij voor die kleinere facturen naar de rechter zou stappen. Uit een eerdere bevraging van UNIZO bleek dat 75% van onze kmo’s nooit naar de rechter stapt voor het invorderen van een factuur. Reden: te duur en het duurt te lang. Slechts 5% gaf aan systematisch naar de rechter te stappen."

Naar de rechter stappen is voor deze facturen dus nauwelijks een optie. "En nu verliezen onze kmo's ook nog hun laatste stok achter de deur: een redelijke invorderingsvergoeding", protesteert Danny Van Assche van UNIZO.

Welke inhoudelijke bijsturingen vraagt UNIZO?
Naast een beperking van het toepassingsgebied tot die sectoren waar het probleem zich werkelijk voordoet, vraagt UNIZO om een realistische intrest te voorzien, die niet gestoeld is op de huidige wettelijke intrest, maar wel op de reële intrest die de ondernemer moet betalen voor kortlopend krediet (8%), zoals ook voorzien in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties. Daarnaast eist UNIZO de mogelijkheid om realistische schadevergoedingen te vorderen. Als basisprincipe kan een vergoeding van 10% met een minimum van 40 euro voorzien worden, maar de ondernemer moet vooral de mogelijkheid hebben om werkelijk gemaakte kosten door te rekenen, zonder zich daarvoor tot de rechter te moeten wenden. 

Onaanvaardbaar voor UNIZO is de voorziene betalingstermijn van 27 dagen na factuurdatum, die rechtstreeks snijdt in het evenwichtig debiteurenbeheer dat UNIZO al jaren stimuleert bij haar leden-ondernemers. Kmo's uit de getroffen sectoren moeten zelf hun materialen aankopen, accijnzen betalen... en dit binnen termijnen die significant korter zijn dan de termijnen die ze nu aan hun klant zullen moeten geven. In deze sectoren worden net daarom betaaltermijnen gehanteerd van 8 tot 14 dagen, omdat ze zelf binnen die termijn hun eigen leveranciers moeten betalen, en op die manier de voorfinanciering kunnen beperken. Dit valt nu dus volledig weg. UNIZO vraagt daarom om de voorziene betaaltermijn van 27 dagen in te korten tot maximaal 14 dagen, of om minstens de mogelijkheid te voorzien om andere betaaltermijnen toe te laten voor de betrokken sectoren.

"Het doel om openstaande facturen niet langer te laten aangroeien met onredelijke schadevergoedingen is nobel", erkent Danny Van Assche van UNIZO. "Maar dit wetsvoorstel is een foute manier om het probleem aan te pakken en zal een averechts effect hebben: kleine ondernemingen kunnen voortaan niet langer facturen innen en bevinden zich in een bijzonder kwetsbare positie."

Als veel beter alternatief dringt UNIZO er eens temeer op aan om het betalingsbevel uit te breiden naar B2C-relaties. Dat is een procedure die buiten de rechtbank verloopt, snel gaat (30 dagen) en goedkoop is. "Helaas kan die procedure voorlopig enkel gebruik worden tussen ondernemingen onderling."

Meer weten: Contacteer UNIZO-woordvoerder a.i. Elke Verdonck
M 0499/69.42.73 - E elke.verdonck@unizo.be