UNIZO en Mode Unie krijgen gelijk in procedure tegen Inno: “Mijlpaal in juridische strijd voor behoud sperperiode”

In de periode van 15 november 2007 tot 2 januari 2008 kondigde winkelketen Inno kortingen aan tijdens de sperperiode. UNIZO en de aangesloten Mode Unie waren van mening dat  de winkelketen hiermee de toenmalige wet handelspraktijken overtrad en stapten daarom naar de rechter. Na een lange procedure geeft het Hof van Beroep van Antwerpen UNIZO gelijk. Het Hof legt de keten opnieuw een verbod op om tijdens de sperperiode kortingen aan te kondigen, op straffe van een dwangsom van 500 euro per inbreuk en per afzonderlijk te koop aangeboden artikel waarvoor een prijsvermindering wordt aangekondigd of gesuggereerd tijdens de sperperiode.

UNIZO en Mode Unie noemen de uitspraak “een mijlpaal in de juridische strijd voor het behoud van de sperperiode” en “een belangrijk precedent voor andere lopende procedures hierover”. UNIZO en Mode Unie zijn al lang een hevige pleitbezorger voor het behoud van de sperperiode. Die bewaart volgens de ondernemersorganisatie de diversiteit in het winkellandschap en heeft als doel de eerlijke concurrentie tussen de grote ketens en de detailhandel te garanderen. Het feit dat de wetgever dit nu ook uitdrukkelijk in het nieuwe Wetboek Economisch Recht heeft opgenomen, sterkt UNIZO in haar strijd.

In juni 2008 gaf de Rechtbank van Koophandel van Brussel UNIZO en Mode Unie, verdedigd door advocatenkantoor De Bock en Baluwé, voor een eerste keer gelijk. De winkelketen ging daarop in beroep, waar de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg werd bevestigd. Daarna ging de keten naar Cassatie. Het Hof van Cassatie vernietigde uiteindelijk het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, omdat het van mening was dat de Belgische regeling rond de sperperiode strijdig zou zijn met de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. De procedure werd na de behandeling door het Hof van Cassatie doorverwezen naar het Hof van Beroep van Antwerpen. Dat bevestigt nu echter opnieuw het allereerste vonnis en wijst de interpretatie van het Hof van Cassatie af. Het Hof van Beroep doet dit op basis van de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Volgens het Hof dient de regeling van de sperperiode enkel om de concurrentiële relatie tussen handelaars te regelen en dus niet om de consument te beschermen. Daarom valt de Belgische regeling rond de sperperiode volgens het Hof van Beroep buiten het toepassingsgebied van de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelsprakijken. Bijgevolg schendt de sperperiode de Richtlijn niet en is ze dus rechtsgeldig. Het Hof van Beroep van Antwerpen legt de keten nu dus opnieuw een verbod op om tijdens de sperperiode kortingen aan te kondigen, op straffe van een dwangsom van 500 euro per inbreuk en per afzonderlijk te koop aangeboden artikel waarvoor een prijsvermindering wordt aangekondigd of gesuggereerd tijdens de sperperiode.