UNIZO Internationaal voor u in de bres…

Het belang van export.

Dat economische grenzen vervagen en de mondialisering zijn stempel drukt op onze economie is geen nieuws meer. Maar waarom is export zo belangrijk voor ons land?  België is een zeer open economie met een verhouding van onze totale export tov ons BBP van 90%. België staat steevast in de top vijf van de globaliteitsindexen. Bovendien zijn nieuwe exporteurs verantwoordelijk voor een belangrijk aandeel van de groei die wordt verwezenlijkt, creëren ze meer toegevoegde waarde en staan ze in voor de creatie van nieuwe werkgelegenheid in ons land. Export is dus macro-economisch belangrijk, maar ook op microniveau: exporterende bedrijven zijn performanter, betalen hogere lonen en groeien sneller dan nationaal actieve bedrijven.

Onze verschillende beleidsniveaus zijn het eens over het belang van export. ViA heeft zelfs als doel tegen 2020 het aantal exporterende KMO’s te verdubbelen.

EN TOCH… verliest België aandeel.

België zakt weg uit de top tien van exporterende landen. Tussen 1990 en 2012 is het exportaandeel van België gestaag achteruitgegaan. Ons land verloor in die periode 27 procent exportaandeel. Vandaag is onze export nog goed voor amper 1,8 procent van de wereldhandel. Nederland slaagde erin hun exportaandeel in die periode met 5 procent te doen groeien (cijfers OESO mei 2013). Voor een open economie als de onze is dit nefast. De effectieve uitvoer steeg in die periode in België met 279%, in Nederland met 400%. Nederland is zeer gelijkaardig (ligging, havenactiviteit,…) en toch worden we steevast door hen “geklopt”.

Oorzaak?

Uit eigen onderzoek van UNIZO Internationaal bij 400 internationaal actieve KMO’s blijkt dat de redenen drieledig zijn.

  • Te hoge kostprijs van administratieve documenten;

37% van de ondervraagde KMO’s verklaart in exportzendingen te hebben geschrapt omwille van de hoge kostprijs van administratieve documenten. Vaak zijn kleinere exportzendingen de start voor een grotere en duurzame exportrelatie met een buitenlandse klant. De kostprijs van sommige exportdocumenten blijkt in vergelijking met de totaalfactuur in sommige gevallen zo aanzienlijk dat de exporteur beslist de bestelling niet door te laten gaan. Sommige documenten blijken maar liefst tot 17 keer duurder dan in onze buurlanden.

  • Te grote tijdsinvestering voor administratieve procedures bij export.

32% van de ondervraagde KMO-exporteurs schrapte al exportzendingen omwille van de te grote tijdsinvestering.

Exporteren kost tijd, onder meer door het groot aantal administratieve verplichtingen. De klant daarentegen, vraagt vaak een snelle levering. Dat speelt een belangrijke rol in de commerciële onderhandelingen. Een vlottere toekenning van vergunningen, vertalingen van standaarddocumenten,… kunnen sterk bijdragen tot meer slagkracht voor de Belgische exporteurs in het algemeen en voor de KMO’s in het bijzonder. Daarom vraagt UNIZO de betrokken overheden, federaal en regionaal, dringend een evaluatie te maken van alle bestaande formaliteiten, de noodzaak, het mogelijk schrappen of coördineren ervan, de snelheid en de klantvriendelijkheid van de betrokken overheidsdiensten.

  • Gebrek aan transparante en heldere informatie.

Als derde reden komt uit het onderzoek het gebrek aan transparante en heldere informatie over exportprocedures en kostprijzen naar boven.

Knelpunten

Er zijn met andere woorden te veel knelpunten, waarmee zowel startende als ervaren exporteurs geconfronteerd worden. Al te vaak worden deze bedrijven gefnuikt in hun internationale ambities, waardoor ze niet doorgroeien naar de volgende markt.

  • De startende exporteur heeft nieuwe klanten in onze buurlanden …

Wijnhandel X is wijnhandelaar in Antwerpen. Sinds kort heeft hij ook Franse klanten, waarvoor hij volgens de wetgeving een BTW vrije intracommunautaire factuuruitschrijft. De Franse klanten komen de wijn zelf afhalen voor vervoer naar Frankrijk. Bij controle worden echter de bewijsstukken van de wijnhandelaar voor de BTW-vrije factuur niet aanvaard. De continuïteit van de onderneming komt in het gevaar.

Gezien de wetgeving spreekt over een ‘geheel aan bewijsstukken’  heeft de ondernemer tot op het moment van een controle geen enkele indicatie welke documenten volstaan als bewijs. Deze vage omschrijving  van het bewijsmateriaal zorgt vaak voor onwetendheid, in het bijzonder bij startende exporteurs. Nederland en Duitsland geven meer duidelijke richtlijnen mee en adviseren een vervoersverklaring te laten ondertekenen. Bovendien houdt de navordering van BTW tot drie jaar na datum (ook in geval van goeder trouw) houdt de facto rechtsonzekerheid in en bedreigt de continuïteit van de onderneming.

UNIZO vraagt aan de overheid duidelijke richtlijnen uit te schrijven op grond waarvan de ondernemer zekerheid krijgt, dat de stukken die hij voorlegt ten bewijze van de intracommunautaire levering van goederen met afhaling door de koper in geval van controle zullen voldoen om de vrijstelling van BTW te behouden.

  • De ervaren exporteur krijgt een voorstel van buiten Europa …

Onderneming Y uit Machelen verkoopt hotmelt-lijmoplossingen. Meer en meer komen er aanvragen uit nieuwe markten. Een nieuwe klant uit Saoedi-Arabië plaatst een bestelling voor 1566€. De kostprijs van de bijhorendeexportdocumentennodig voor de zending bedraagt voor onderneming Y als niet-lid van de Kamer van Koophandel 416,12 €. Vaak geldt een eerste bestelling als kennismaking voor de koper en leidt dit, in geval van een positieve ervaring, tot meer en grotere bestellingen. Anderzijds, en zo ook voor onderneming Y, zijn exportzendingen met een waarde van 2000 euro geen uitzondering en zijn zij van groot belang voor de levensvatbaarheid van  veel KMO’s. De documenten voor één zending bedragen in dit geval meer dan een vierde van de factuurprijs. Als onderneming Y in Hamburg zou gelegen zijn, zouden dezelfde documenten hem 74€ hebben gekost. Exportdocumenten voor één zending zijn tot vijf keer duurderdan in Nederland. Bepaalde documenten kosten tot 17 keer de prijs van hetzelfde document in onze buurlanden.

UNIZO vraagt dat Belgische KMO’s geen competitief nadeel ondervinden op het vlak van exportformaliteiten en dat er dus een competitieve prijszetting komt voor de legalisering/certificering van exportdocumenten in vergelijking met onze buurlanden. Er moet een wettelijk kader komen dat de prijsverschillen voor exportformaliteiten tussen leden en niet leden van de Kamers van Koophandel wegwerkt zodat er geen discriminatie in prijszetting meer bestaat.

  • Gebrek aan transparante informatie.

Ondernemers melden dat informatie omtrent procedures en administratie niet of moeilijk beschikbaar is. Bepaalde overheidswebsites publiceren enkel informatie onder de vorm van rondzendbrieven, interne nota’s en instructies aan het personeel. Maar ook kostprijzen van de hierboven vermelde exportdocumenten zijn niet of nauwelijks terug te vinden. Dat het anders kan bewijst de communicatie van onze noorderburen. Een mooi voorbeeld is de vergelijking van de website van het FAVV en van zijn de tegenhanger, de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit: Op die laatste vindt de ondernemer in één oogopslag de voor hem relevante situatie en informatie.