UNIZO kruipt aan tafel met het ABVV

“Als wij geen eieren leggen, gaat iemand anders ze voor ons klutsen”

Geen vakbonden in kmo’s, dus ook geen vakbondsvrouw in ZOmagazine? Zo flauw zijn we niet: bijna twintig jaar na Mia De Vits, toen al prominent in ZO, heeft het ABVV opnieuw een ‘sterke vrouw’ aan het roer. Tijd voor een zomers rendez-vous tussen Miranda Ulens, algemeen secretaris van het ABVV, en UNIZO-topman Danny Van Assche. “Maar Danny, dat je speciaal voor mij een rooie das hebt aangetrokken!” 

Plaats van afspraak is Café de l’Opéra naast de Brusselse Munt, alwaar het Belgisch model ooit het levenslicht zag. Als het aan onze politici ligt, lijkt dat federale België een meer dan ooit onbestuurbaar concept, waar nog nauwelijks een regering voor op de been te krijgen is. Maar de economische wereld draait door. De terrassen op het Muntplein lopen vol. Sectoren en bedrijven onderhandelen bij het begin van een nieuw werkjaar hoe ze die 1,1% opslag best uitdelen aan hun werknemers: zo stond het in het tweejaarlijks loonakkoord dat de sociale partners met enige moeite bereikten in hun ‘Groep van 10’. Miranda Ulens, de opvolgster van Rudy De Leeuw namens het ABVV, en Danny van Assche, namens de kmo-werkgevers van UNIZO, zijn nog relatieve ‘bleus’ in dat centraal overleg. Maar hoe hard de onderhandelingen daar soms ook gevoerd worden, in de praktijk verloopt de ontmoeting hartelijk en beleefd, niet als kemphanen, veeleer als partners. Toevallig allebei afkomstig uit een zelfstandig gezin, dat is toch al één punt van overeenkomst.  

Heeft een vakbondsvrouw meer affiniteit met ondernemers als ze zelf uit een zelfstandig nest komt? 

Miranda Ulens: “Ik zie zeker overeenkomsten tussen de syndicale beweging en de noden van zelfstandigen. Je ziet vandaag veel jongeren die bewust kiezen voor een freelance job: vrijheid, blijheid.. tot ze een tegenslag hebben, ziek worden, onzeker zijn van hun inkomen. Mijn vader was zelfstandig schrijnwerker, werd op z’n 52ste ziek, maar moest na drie maanden terug gaan werken, anders was er geen inkomen. De sociale bescherming stelde toen niks voor en daar heb ik geleerd hoe belangrijk zo’n vangnet is en hoeveel risico een zelfstandige loopt. Toen ze mij later vroegen om zelfstandig bankfiliaalhouder te worden heb ik besloten dat niet te doen. Een loontrekkendenstatuut blijft heel belangrijk om jongeren meer zekerheid te geven bij het opbouwen van een toekomst. Wie ervoor kiest te werken om te leven en niet te leven om te werken, moet vrij die keuze kunnen maken.” 

Danny Van Assche: “Vandaag zijn steeds meer jongeren echt wel bereid dat risico te nemen, uit vrije keuze, niet noodgedwongen. In de plaats van de droom van ‘een vaste benoeming’, dromen ze meer dan ooit van vrij hun ding te doen. Hun bescherming zal nooit even groot zijn als die van een werknemer, maar het is aan ons om die nog stelselmatig te verbeteren, zeker als het over pensioen gaat. Daar zijn wij ook best voor geplaatst, en we zijn niet gediend van vakbondsinitiatieven zoals van het ACV, die meende een freelancersvakbond op te moeten richten. Nee dank u, die hebben ze al.” 

Iedereen aan boord 

Ons unieke sociale overlegmodel krijgt de laatste jaren veel kritiek: een praatbarak, een vergeetput… ze kunnen nauwelijks nog akkoorden sluiten als de regering niet betaalt.. Het loonakkoord 2019-20 werd alweer een noodbevalling (de loonnorm van 1,1% moest noodgedwongen bij KB geregeld worden). Maar jullie geloven er - als relatieve nieuwkomers – nog wél in? 

Danny Van Assche: “Zoals wijlen mijn professor Herman Deleeck zei: ‘de sociale partners zijn zo sterk als ze zelf willen, en ze zijn op hun sterkst als ze akkoorden maken.’ Want niemand is beter geplaatst dan wij om de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers te kennen en te weten wat er nodig is om die beter te maken. De sociale partners zijn trouwens de stichter van heel ons sociale zekerheidssysteem, in 1944, en het is aan ons om dat te beheren en er afspraken over te maken, wat we ook volop doen.”  

Miranda Ulens: “Was Achilles Van Acker (socialistische grondlegger van de sociale zekerheid en onder meer premier na WO II) een katholiek geweest, dan was hij zalig verklaard. Onze sociale zekerheid heeft massa’s mensen uit de armoede gehaald. Dit land is gebouwd op ons vermogen om compromissen te sluiten. Ik blijf dus geloven in overleg en akkoorden op alle niveaus, en dat lukt ons. Maar als er dan één punt is waar we het niet eens over raken (in casu de té kleine stijging van de minimumlonen volgens het ABVV, we besparen u de discussie hierover die meteen weer hoog oplaait..) wordt daar des te meer heisa over gemaakt. Telkens als wij samenkomen is dat een media event, waarbij iedereen onder druk staat. Een ander heel belangrijk akkoord ‘return to work’, over het voorkomen en herinschakelen van langdurig zieken, kreeg veel minder aandacht. Toch levert die dialoog buiten de schijnwerpers, zonder dat er camera’s opstaan, vaak betere resultaten op.”  

Danny Van Assche: “Ook op Vlaams niveau hebben we binnen de SERV net nog een even belangrijk akkoord ‘Iedereen aan Boord’ gemaakt, met maatregelen om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Dus vertellen dat we niks klaarmaken is onzin. Maar we moeten toegeven: één van de grootste mislukkingen was dat we het niet eens raakten over de pensioenhervorming. Want nog vóór daarover een volledig plan ter tafel lag, moesten we al discussiëren over de uitzonderingen, de zware beroepen. Wat voor de ambtenaren kon, daar konden wij toch wel even een doorslagje voor de privésector van maken?... Dat kon dus niet, maar we hebben wél onder de sociale partners een ruimere overgangsperiode afgesproken over de leeftijdsgrens voor SWT-ers (het vroegere brugpensioen), tégen de zin van de regering.”  

Miranda Ulens: “Het is niet aan de regering om de sociale partners iets op te leggen over de brugpensioenen, zij moeten daar met hun handen van afblijven. We zijn door deze regering niet alleen in een financieel keurslijf gestoken, er was ook meteen de hakbijl van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, zonder dat dit in enig kiesprogramma stond. Er wàs toch al een incentive om langer te werken? De pensioenbonus, die veel succes had. Ik ken zelfstandigen die langer bleven werken omwille van die pensioenbonus. Je kan mensen beter een beloning voorhouden dan ze alleen maar te bestraffen. Maar ook dat is wegbezuinigd.” 

Danny Van Assche: “Terecht, wij worden tot nader order toch geacht te werken tot 65? Waarom moet iemand een bonus krijgen om er níet vroeger uit te stappen? Ja, uitbollen op 55 à 60 jaar was lange tijd de normale gang van zaken, maar met de vergrijzingsgolf in aantocht beseffen we dat er meer inkomsten nodig zijn om die sociale zekerheid betaalbaar te houden. Laat ons proberen de koek te vergroten, zorgen voor meer bijdragen door meer mensen (langer) aan de slag te helpen. Je bouwt geen sociaal paradijs op een economisch kerkhof. De taxshift was nodig, want onze lasten op arbeid zijn bij de hoogste ter wereld.” 

Miranda Ulens: “Wij hebben dan ook de meest productieve werknemers. Maar hun aandeel in de productiviteitswinsten is alleen maar gedaald. Er is meer naar de aandeelhouders gegaan, zo blijkt uit onze economische barometer. Veel werkende mensen zien dat er groei is bij de bedrijven en vragen zich af waarom zij daar geen beloning voor krijgen. Als zij meer koopkracht hebben, is dat toch alleen maar goed voor ondernemers ook?” 

Danny Van Assche: “Daar is weer die perfide redenering van de vakbond: eigenlijk moeten we hogere lonen krijgen, want we produceren meer! Dat is een dubbele indexatie, waarmee je de concurrentieachterstand nog groter maakt. Want waarom zijn wij zo productief? Omdat, àls je de hoogste lasten ter wereld hebt, elk uur ook zoveel mogelijk moet renderen, noodgedwongen. Anders valt er niet te concurreren met de buurlanden.”   

Miranda Ulens: “Dat doe je ook niet door je rijk te rekenen en inmiddels de inkomsten van je sociale zekerheid in gevaar te brengen. Ik zal je even voortekenen wat de regering daarmee gedaan heeft (neemt een didactisch blad papier en tekent een taart in drie stukken): “1/3 van de inkomsten komt uit werknemersbijdragen, 1/3 uit werkgeversbijdragen, 1/3 van de overheid. Wel, er kwamen lagere werkgeversbijdragen, er kwamen jobs waar geen werknemersbijdragen op betaald worden en de regering besloot zelf ook minder bij te dragen. Wat krijg je dan? (scheurt het wegbezuinigde stuk uit de taart en steekt vinger erdoor): een groot gat in de sociale zekerheid, van hier tot in Tokio. De volgende regering kan dus die put gaan vullen en er zal nog minder overblijven voor openbare dienstverlening: betaalbare kinderopvang, openbaar vervoer, vorming, gezondheidszorg: de wachtlijsten werden langer, medicamenten worden schaars...”  

Danny Van Assche: “Maar enfin, als ik naar jou luister leven we hier in een derdewereldland, waar alles om zeep is! Akkoord, er is te vaak bespaard in het publieke domein, onder motto ‘stenen betogen niet’. We willen niet dat er hier bruggen instorten zoals in Italië. Er is dus een inhaalbeweging nodig voor wegen, openbaar vervoer, fietspaden, scholen, digitalisering…”  

Miranda Ulens: “We willen vooral een regering die niet alleen naar de werkgevers luistert, zoals deze. België moet een sociaal rechtvaardig land blijven, en dat hebben we de voorbije vijf jaar niet gezien. De middenklasse gaat achteruit, meer en meer mensen krijgen het moeilijk om rond te komen. Als er 1 miljoen ondernemers zijn, en ruim 5 miljoen werknemers, wiens stem weegt dan het zwaarst?” 

Danny Van Assche:  “Je moet je laten verkiezen Miranda, want je bent steeds over de regering bezig, je zou echt in het parlement moeten zitten om oppositie te voeren. Dat is trouwens wat de vakbonden de voorbije vijf jaar hebben gedaan: alles wat de regering voorstelde werd per definitie verketterd.”