UNIZO pleit voor hervorming werkloosheidsuitkering

De ondernemersorganisatie wil werklozen zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt krijgen. Ze pleit daarom voor een opsplitsing in 2 periodes: een verzekeringsluik en een bijstandssysteem met forfaitaire bedragen. De duurtijd van het verzekeringsluik wordt – net zoals in Nederland – berekend op basis van enerzijds de laatste 6 maanden en anderzijds de laatste 5 jaar. In geen geval mag de werkloosheidsuitkering (het verzekeringsluik) langer duren dan 36 maanden. Nadien valt de werkloze terug op het bijstandssysteem. Hij krijgt een forfaitaire uitkering op basis van zijn persoonlijke situatie zoals vandaag het leefloon wordt berekend. De werkloze moet de bijstand wel ‘verdienen’, meent UNIZO. “De werkloze moet bereid zijn om vorming te volgen, een job in de sociale economie te aanvaarden of gemeenschapsdienst te doen. Wie dat niet wil, krijgt niets”, aldus UNIZO. De ondernemersorganisatie benadrukt dat dit voorstel de doelstelling heeft werklozen nog minder dan vandaag aan hun lot worden over te laten. “Werklozen moeten intensief en specifiek begeleid worden om een job te zoeken op basis van hun voorgeschiedenis en competenties. Door de VDAB, het OCMW, de gemeente en alle andere actoren op de arbeidsmarkt”, aldus UNIZO.

Voor het verzekeringsluik gelden 2 referentieperiodes: de laatste 6 maanden enerzijds en de laatste 5 jaar anderzijds. Een werkloze die de laatste 6 maanden meer dan 4 maanden heeft gewerkt ontvangt een basisuitkering van 3 maanden. Werkte de werkzoekende bovendien de laatste 5 jaar minstens 4 jaar, dan worden de gewerkte jaren in rekening gebracht. Daarnaast is er het bijstandssysteem. Voor de eerste 2 maanden van de basisuitkering verhoogt UNIZO het percentage naar 70% van het laatste loon begrensd tot de huidige loongrens van 2466,59 euro/maand. Vanaf de 3e maand zakt dit naar 65% van het laatste loon . “Zo vermijd je dat de werkloze in de eerste periode een groot loonverlies heeft en niet meer op zoek gaat naar werk omwille van financiële beslommeringen”, aldus UNIZO.  Op voorwaarde dat de werkloze ook minstens 4 jaar gewerkt heeft binnen de laatste 5 jaar wordt de uitkering op het niveau van de 3e maand, namelijk 65%, doorgetrokken in functie van het aantal gewerkte jaren. Eén gewerkt jaar geeft recht op 1,5 maand of 6 weken werkloosheidsuitkering met een maximum van 36 maanden. Vanaf de 24e maand zakt de uitkering naar 60% van het laatste loon. Concreet betekent dit dat iemand met een brutoloon van 2000 euro/maand en 5 jaar anciënniteit in het UNIZO voorstel de eerste 2 maanden van zijn werkloosheid 1400 euro ontvangt. Vanaf de derde maand zakt dit naar 1300 euro/maand en dit blijft zo gedurende 9 maanden.

Belang VDAB en OCMW’s
De hervorming van het systeem heeft belangrijke gevolgen voor de VDAB en de OCMW’s. Volgens UNIZO zal de VDAB zich in de toekomst niet meer moeten concentreren op de controle op beschikbaarheid van de werkzoekenden tijdens het verzekeringsluik. Zij komen in actie in de tweede periode, de bijstandsperiode. De OCMW’s zullen met de VDAB moeten samenwerken om langdurig werkzoekenden beter dan vandaag te begeleiden naar nieuwe kansen op de arbeidsmarkt.

Meer info: Kristof Willekens, woordvoerder ad interim, 0494 290864 of kristof.willekens@unizo.be