UNIZO-rapport: KMO-werkgevers riskeren burn-out door nijpend personeelstekort. En dat geldt ook voor hun medewerkers

"Spreek volledige arbeidsreserve aan en hanteer wortel en stok op alle fronten"

42 % van de KMO-werkgevers heeft al minstens één lopende vacature zonder gevolg stopgezet "omdat er toch geen geschikte kandidaten op reageerden", en maar liefst 84 % ervaart in het algemeen heel grote problemen bij het vinden van bijkomend personeel. Dat blijkt uit enquêteresultaten in het nieuwste UNIZO-rapport over de nijpende krapte op de arbeidsmarkt. Een aspect dat daarbij vaak onderbelicht blijft, is de enorme druk die het zet op de betrokken werkgevers en hun onderbezette personeelsploeg. Zo ziet 60 % van de werkgevers geen andere mogelijkheid dan zelf extra uren te kloppen om het werk gedaan te krijgen. Waar het gaat om KMO's met al een aantal medewerkers, moeten ook die in 51 % van de gevallen noodgedwongen een tandje bijsteken. "Ondernemers moeten alsmaar meer 'stretchen' om hun zaak draaiende te houden", zegt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, "Je kan dat een tijdje volhouden, maar na een tijdje wreekt zich dat en dreigen we af te stevenen op een epidemie van burn-outs, bij de KMO-werkgevers, en hun medewerkers. Zeker in de kleinste KMO's, met slechts een paar medewerkers, waar de extra werklast nauwelijks kan worden gespreid, is het risico het grootst. In de eerste plaats voor de zaakvoerder zelf. Die zal immers eerst proberen om zelf zoveel mogelijk extra werk te verzetten en pas meer werk neerleggen bij zijn medewerkers wanneer het echt niet anders meer kan. Het ergste wat hem kan overkomen, is immers dat ook die schaarse werknemers uitvallen of zouden vertrekken. Het is dan ook levensnoodzakelijk dat we de nog altijd te lage activeringsgraad in dit land opkrikken en veel meer mensen beschikbaar maken voor de arbeidsmarkt."

Niet te kieskeurig
Dat werkgevers 'te kieskeurig' zouden zijn bij het zoeken naar geschikte medewerkers, ontkent Danny Van Assche formeel. "Ik hoor werkgevers vaak zeggen dat ze al heel blij zijn wanneer ze gewoon 'iemand' vinden die min of meer in de buurt komt van wat ze zoeken. Ze zijn ook volop bereid om zelf te investeren in opleiding op de werkvloer. Uit de enquête in ons onderzoek blijkt overigens dat 80 % van de KMO-werkgevers werkzoekenden met een atypisch en minder evident profiel een kans willen geven. Eén op twee werkgevers wil opportuniteiten onderzoeken voor werknemers die vandaag al werken met een deeltijds contract. Daarnaast kijken onze werkgevers ook naar nieuwkomers en vluchtelingen (33 %) en bruggepensoneerden (29 %) om hun openstaande vacatures in te vullen. 1 op 4 denkt na over gerichte economische migratie en 22 % wil langdurig werklozen aan boord nemen. Motivatie en attitude (leergierigheid, zelfstandig kunnen werken, regels en afspraken nakomen en klantgerichtheid) primeren daarbij op specifieke diploma's.

Meer stress mét dan zonder personeel
Een recente studie onder leiding van Miet Lamberts (KU Leuven - HIVA) naar het welzijn en welbevinden van ondernemers toont aan dat bedrijfsleiders in heel kleine ondernemingen (met minder dan 10 werknemers) beduidend meer stress ervaren (61 %) dan zelfstandigen zonder personeel (36 %) en werknemers (33 %). (Een factor die weliswaar afneemt in grotere KMO's.) Terwijl stress een grote risicofactor is voor burn-out. "Ik hoor dan ook meer dan eens van zelfstandigen dat ze doelbewust zonder personeel blijven werken, waarbij ze hun opdrachten kiezen in functie van wat ze alleen aankunnen. Voor grotere opdrachten werken ze dan samen met andere zelfstandige collega's of freelancers", gaat UNIZO-topman Danny Van Assche verder. "Heel begrijpelijke en legitieme keuzes, maar dat lukt uiteraard niet in alle bedrijven en - in het bijzonder de arbeidsintensieve - sectoren. Het gebrek aan personeel fnuikt de verdere uitbouw en groei van veel KMO's, die daardoor de kans missen om extra welvaart en meerwaarde voor onze economie te creëren."

Het wordt nog erger, tenzij iedereen meedoet
Als we niet ingrijpen, blijven we qua jobpotentieel overigens niet zomaar ter plaatse trappelen. Nee, we zullen er in sneltempo op achteruit gaan, ook en vooral door de vergrijzing, waarschuwt UNIZO. Volgens prognoses van de studiecommissie voor de vergrijzing gaat de bevolking op arbeidsleeftijd (tussen 18 en 66 jaar) er tegen 2030 met 52.000 eenheden op achteruit. Uit cijfers van het Steunpunt Werk blijkt dat er tijdens de volgende legislatuur voor om en bij de 400.000 jobs naar vervanging moet worden gekeken. Intussen daalt het aantal uitkeringsgerechtigde werkzoekenden. In het piekjaar 2013 waren het er 171.977, vorig jaar nog 124.976, en dat in tijden waarin meer mensen dan vroeger als 'beschikbaar' worden meegeteld, door de afbouw van vrijstellingen. "Het zijn er uiteraard nog altijd veel teveel in een arbeidsmarkt die schreeuwt om extra medewerkers", benadrukt Danny Van Assche van UNIZO. "Het toont aan dat er op vlak van activering en bijscholing nog heel wat tandjes moeten worden bijgestoken."

Ook moet volgens UNIZO naar de inzetbaarheid worden gekeken van mensen die een andere uitkering (dan de werkloosheidsvergoeding) ontvangen, of die om welke reden dan ook geen uitkering genieten. "Een uitgelezen opdracht voor een sterke arbeidsbemiddelaar!" Het Steunpunt Werk schat dat van de 3.812.100 potentiële arbeidskrachten in Vlaanderen (cijfer 2016) er momenteel 2.746.000 aan de slag zijn. In theorie beschikken we dus nog over een potentieel van 859.000 extra arbeidskrachten (al zal een deel daarvan wellicht niet op korte termijn te activeren blijken). En dat alleen al in Vlaanderen, los van het belangrijke, aan te boren arbeidspotentieel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië.

De wortel en de stok
Om de appetijt in werk een extra duwtje in de rug te geven, schaart 76 % van de door UNIZO ondervraagde KMO-werkgevers zich achter een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. 70 % wil dat de nettolonen stijgen (onder het motto 'werken lonend(er) maken'), zonder dat de loonkosten omhoog gaan. Ook de roep om meer en goedkopere overuren te laten presteren en zo het werk gedaan te krijgen (40 %) scoort hoog, terwijl 26 % het tijdskrediet en 22 % het ouderschapsverlof wil ingeperkt zien (zodat de ondernemer en het te schaars overblijvende personeel dat wat minder moeten uitzweten.) 21 % vindt dat Vlaanderen extra moet inzetten op het activeren van diverse doelgroepen, 17 % benadrukt het belang van meer en flexibele kinderopvang en 16 % rekent op een sterke(re) arbeidsbemiddelaar die werkgevers benadert als klanten.

Wat zegt UNIZO?
UNIZO bepleit een beleid waarbij de volledige arbeidsreserve mee het bad wordt ingetrokken, over de gewestgrenzen heen, mede dankzij een betere interregionale samenwerking. Dat, in combinatie met een vereenvoudiging en beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Verder op de UNIZO-prioriteitenlijst staan een meer klantgerichte benadering door arbeidsbemiddelaars als de VDAB en Actiris, flexibele en betaalbare kinderopvang, gerichte arbeidsmigratie en doordachte aanwervingsstimulansen. Ook moet worden ingezet op een meer flexibele arbeidsmarkt, met onder meer ruimte voor meer en betaalbare overuren, plus een uitbreiding van het systeem van flexijobs naar alle sectoren. Een betere bereikbaarheid van bedrijven voor werknemers, onder meer met het openbaar vervoer en de fiets, is volgens UNIZO eveneens essentieel om meer mensen op de werkvloer te krijgen.

Info: PDF iconLees hier het volledige UNIZO-dossier over krapte op de arbeidsmarkt, met feiten, cijfers, analyses en aanbevelingen...

Meer weten? Contacteer UNIZO-woordvoerder Filip Horemans
M 0478/22.37.51 - E filip.horemans@unizo.be