UNIZO teleurgesteld over arbeidsdeal, gesloten over de hoofden van de sociale partners heen: de doelstelling van 80% werkzaamheidsgraad niet dichterbij

Maandagnacht kwam het kernkabinet van de federale regering tot een akkoord over de arbeidsdeal. De ambitie is om tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 80 procent te bekomen. Ondernemersorganisatie UNIZO reageert teleurgesteld. “Deze maatregelen zijn onvoldoende om de tewerkstellingsdoelstelling te behalen. We missen hier de kans om de arbeidsmarkt écht de 21se eeuw in te leiden”, zegt gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche.
UNIZO mist maatregelen om werkzoekenden en inactieven aan te zetten actief te worden op de arbeidsmarkt door te voorzien in een algemene beschikbaarheid, de activeringscomponent uit te bouwen in alle uitkeringsstelsels en via het asymmetrisch arbeidsmarktbeleid. Daarnaast ziet de ondernemersorganisatie vooral problemen in de wet rond de arbeidsrelaties en de platformeconomie.  Dat deze arbeidsdeal tot stand komt boven de hoofden van de sociale partners heen, is een miskenning van het sociaal overleg.

UNIZO benadrukt dat er ook een aantal goede punten in het akkoord zitten. “De uitwerking rond de vierdaagse werkweek, het activerend ontslagrecht en de transitietrajecten zijn evenwichtig en spelen in op de huidige tijdsgeest.  Er worden extra rechten voor werknemers ingevoerd waar werkgevers in het beste geval gemotiveerd van kunnen afwijken, wat leidt tot extra lasten. Verder sociaal overleg is dus wel noodzakelijk om tot goede modaliteiten in de bedrijven te komen.”, zegt Danny Van Assche.

Drie probleempunten
Maar de voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Problematisch voor UNIZO zijn de maatregelen rond de wet op de arbeidsrelaties en de platformeconomie.  Door de oplossing die de regering voorziet voor de maaltijdkoeriers vreest UNIZO dat elke zelfstandige die via een platform werkt zal moeten bewijzen dat hij daadwerkelijk zelfstandige en geen werknemer is. Waar vroeger in specifieke sectoren een meerderheid aan criteria aantoonde dat iemand in loondienst werkte, zullen voortaan slechts twee lichte criteria volstaan. Het is bovendien voorbarig om voor België een regeling uit te werken die op Europees niveau nog niet rond is.  Het voorstel gaat voorbij aan het feit dat platformeconomie geen sector is, maar een instrument waar elke economische sector in meer of mindere mate gebruik van maakt. Het gaat van sociale netwerken zoals Facebook en LinkedIn over echte handelsplatformen tot een geïntegreerde dienstverlening bij bijvoorbeeld taxi- en koerierdiensten.

“Voor UNIZO is het fundamenteel dat de individuele keuzevrijheid gewaarborgd blijft om als zelfstandig ondernemer te kunnen werken. Dit raakt de kern van het vrij ondernemerschap. Een zelfstandige schilder die zijn diensten aanbiedt via een platform zou nu plots moeten bewijzen dat hij zelfstandig is, net zoals een zelfstandig vertaler, IT-professional of een HR-coach. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?”, aldus een bezorgde Danny Van Assche.

Ook het individueel opleidingsrecht van vijf dagen, dat de overheid tegen 2024 wil invoeren bij bedrijven met 20 werknemers of meer, gaat voor UNIZO veel te ver.

“We zijn het enige land met een recht op vijf dagen opleiding per werknemer per jaar. Dit is praktisch onhaalbaar”, stelt Danny Van Assche.  “Het feit dat kmo’s worden uitgezonderd is positief, maar dat verandert niets aan de probleemstelling.  Door deze maatregel stijgt de opleidingskost met de helft, van 2,4% tot 3,6% van de loonmassa. Dit terwijl er reeds mogelijkheden bestaan via het betaald educatief verlof en het Vlaams opleidingsverlof. We zijn het ermee eens dat verdere stappen moeten gezet worden in een beleid van levenslang leren, maar dit is iets dat tussen werkgevers en werknemers tot stand moet komen.”

Een derde probleempunt voor UNIZO is het optrekken van de termijn voor het meedelen van het variabel werkrooster aan deeltijdse werknemers van 5 naar 7 dagen.

Danny Van Assche:  “Vandaag is er een beperkt gebruik van deze variabele uurroosters, maar  het gebeurt wel net daar waar het nuttig en nodig is. Denk aan sectoren zoals de logistiek, de kunstensector en de autocars en taxi’s. Zij dreigen hierdoor in de problemen te  komen. De korte mededelingstermijn dient net om het flexibel werkvolume goed te kunnen opvangen. In de huidige context waar ondernemingen flexibiliteit heel belangrijk vinden, is de verlening van de aankondigingstermijn een doorn in het oog.”

Wat ontbreekt
UNIZO is ontgoocheld dat de arbeidsdeal zich te weinig uitspreekt over het asymmetrisch arbeidsmarktbeleid. Verrassend, want federaal van Werk Dermagne had overleg met de gewestministers over een lijst bevoegdheden die via asymmetrisch beleid zouden kunnen uitgeoefend worden. UNIZO is voorstander om deze asymmetrische aanpak te kunnen gebruiken om op die manier een aangepast arbeidsmarktbeleid in de drie gewesten te kunnen voeren.