UNIZO-topman Danny Van Assche verdedigt "evenwichtig G10-akkoord"

"Dit is een evenwichtig akkoord, dat ik ga verdedigen. Maar uiteraard komt het onze Raad van Bestuur toe om het al dan niet goed te keuren" Dat zegt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO na afloop van het marathon-overleg tussen vakbonden en werkgevers over de minimumlonen, de tweede pensioenpijler, de overuren en de eindeloopbaan, tot vanmorgen met de Groep van 10.

"In het akkoord bedongen we dat voortaan in álle sectoren tot 120 vrijwillige relance-overuren kunnen worden gepresteerd, zonder overloon, zonder inhaalrust en zonder parafiscaliteit voor zowel werknemer als werkgever", verduidelijkt Danny Van Assche van UNIZO. "Daarmee kunnen voortaan alle werkgevers gebruik maken van een systeem dat onder de noemer 'corona-overuren' al eerder was ingevoerd voor enkel de knelpuntsectoren. Daar bovenop bekwamen we dat het bestaande fiscaal gunstregime voor de gewone overuren verlengd wordt tot juni 2023. Nu België van langsom meer in relancemodus komt, verdwijnt het systeem van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Maar CAO 148, een vereenvoudigd systeem van tijdelijke werkloosheid voor bedienden, wordt verlengd, eveneens tot 30 juni 2023."

"Een leeftijdsverlaging voor SWT hebben we afgeblokt, omdat dit de omgekeerde wereld zou zijn nu het er net op aankomt om zoveel mogelijk mensen te activeren en langer te laten werken", gaat Danny Van Assche verder, Het compromis met de vakbonden houdt wel in dat de bestaande CAO over SWT, vanaf ten vroegste 60 jaar, wordt verlengd. Landingsbanen worden mogelijk vanaf 55 jaar.

"Het moeilijkst lagen de onderhandelingen over de minimumlonen", erkent Danny Van Assche, "Die worden immers vooral betaald in sectoren die het allerzwaarst getroffen werden door de coronacrisis en die op dit ogenblik dus nauwelijks extra uitgaven aankunnen. Bovendien wilden we vermijden dat loonsverhogingen hier tot jobvernietiging zouden leiden, wegens niet meer rendabel." Toch is hij tevreden met de bereikte uitkomst, waarbij de minimumlonen - weliswaar in drie stappen - worden opgetrokken, te beginnen met een bruto opslag van €76 in april volgend jaar en daarna nog eens tweemaal €35 erbij in 2024 en 2026. De impact van deze loonsverhoging wordt overigens gemilderd door een fusie van de drie minimumlonen (voor 18-, 19- en 20-jarigen), waarbij de verhoging van €76 enkel wordt toegepast op het minimumloon op 18 jaar. De overheid wordt aangesproken op haar eerdere belofte om via fiscale weg tussen te komen, en er zo voor te zorgen dat die €35 euro tot €50 zou verhogen.  "Cruciaal voor ons in gans dit debat was de benchmark met Duitsland, waar we per saldo niet boven de onlangs nog verhoogde minimumlonen mochten uitstijgen. We zijn ook effectief onder dat plafond gebleven."

Voor de harmonisatie van de tweede pensioenpijler tussen arbeiders en bedienden vragen de sociale partners uitstel tot 2030, waarbij de werkgevers zich wel engageren tot alvast geleidelijke stappen van 0,1% vanaf 2027, in volgende IPA's tot 2030. "Daar tegenover vragen we van de overheid dan wel een fiscale en parafiscale stand stil, zodat deze inspanningen niet meteen weer worden 'opgegeten", voegt Danny Van Assche daar meteen aan toe. "Die rechtszekerheid is cruciaal."

UNIZO gaat het akkoord nu voorleggen aan haar Raad van Bestuur. "Uiteraard krijgt die het laatste woord."

Meer weten? Contacteer UNIZO-woordvoerder Filip Horemans,
M 0478/22.37.51 - E filip.horemans@unizo.be