Voorproefje ZO: Hé, lekker beest!

Little Food, over kleine beestjes die lekker kunnen zijn.

Een miljoen insecten, krioelend, springend en zelfs vliegend in een verzengende hitte. Ik was er niet zo happig op, maar voor Nikolaas Viaene is het dagelijkse kost – letterlijk. Want in zijn bedrijf Little Food verwerkt hij maandelijks zo’n 500 kilo krekels tot allerlei lekkers.  

Bij het binnenkomen in Little Food word ik overvallen door een geur die ik niet kan thuisbrengen. Dat is de geur van krekels, zo blijkt. Duh. Bedrijfsleider Nikolaas Viaene leidt me langs de keuken waar de chef-kok de krekels schudt en blancheert, via de bureauruimte waar nieuwe strategieën worden uitgedacht, naar de krekelkwekerij boven. Als ik tijdens onze tocht zeg dat ik het warm heb, begint Nikolaas te lachen. “Wacht maar”, zegt hij en opent de deur naar waar het allemaal gebeurt. De kwekerij heeft een constante temperatuur van 30(?) graden. Warm dus. En daar zitten ongeveer een miljoen krekels rond te kruipen en zelfs te springen, waardoor je af en toe ook moet springen om ze te ontwijken. Ik voel het overal kriebelen. En dan weet ik nog niet dat er na afloop van het interview zo’n springend souvenirtje verstekeling zal spelen in mijn auto. 

Ménage à trois

“Raphaël en Maité hebben Little Food opgestart”, vertelt Nikolaas zodra we ons in de koelere bureauruimte geïnstalleerd hebben. “Tijdens hun studies als bio-ingenieur kregen ze het idee om krekels te kweken en verwerken tot voeding. Dat is kleinschalig begonnen, in een appartement met drie kamers. Eéntje voor Maité en haar vriend, één voor Raphaël en zijn vriendin en eentje voor de krekels. Ze organiseerden enkele degustaties en merkten dat het aansloeg. Uitbreiden was de boodschap. Amper een jaar later, in 2014, zijn ze verhuisd naar de kelder van Village Partenaire, een soort coworkingspace. De krekels, niet de twee koppels. En dan ben ik erbij gekomen. Bij Village Partenaire hebben we geleerd hoe het écht moet, dat krekelkweken, en dat is anders dan wat je overal op internet vindt. Echt veel verkochten we niet. Onze inkomsten kwamen vooral van rondleidingen en degustaties. Om iets uit die verkoop te halen, moesten we de kweek sterk opdrijven. En daar hadden we geld voor nodig.” 

Zo gezegd, zo ingezameld

“Crowdfunding, of growfunding, zo noemden wij het. Dat bleek dé manier om aan de eerste centen voor ons jonge bedrijf te geraken. We lanceerden een crowdfundingcampagne op internet waarmee we 14.000 euro ophaalden en de kelder van Village Partenaire isoleerden, een warmtewisselaar en meer en betere kooien kochten. In augustus 2015 was het zover. Ons eerste product kwam op de markt, of toch in enkele biowinkels: gedroogde krekels. Even later kwamen daar de krekels bij met tomaatsmaak en look-peterselie, en bereidden we een eerste investeringsronde voor waarmee we uiteindelijk 190.000 euro ophaalden. Met dat geld konden we deze hangar omvormen  tot krekelkwekerij. En voor het eerst betaalden we onszelf een loon uit. In de hangar kweken we zo’n 500 kilo krekels per maand, maar op termijn kan dat 2 ton krekels worden. Maar daarvoor moeten eerst we alles automatiseren (water en eten geven, oogsten… ) en opschalen.”

“We zijn aan een tweede investeringsronde bezig in de vorm van een converteerbare lening die ons moet helpen om een derde investeringsronde aan te gaan voor die schaalvergroting. Pas dan kunnen we denken aan rendabiliteit. Als je binnen een maand terugkomt, zal het al een heel ander verhaal zijn.” 

Van krekel tot cracker

“Het begint allemaal bij het liefdeslied van het mannetje. [...]"

 

Wat de mannetjeskrekel met dat liefdeslied bereikt, lees je volgende maand in ZO Magazine! Spannend!