Week van de Friet! Deel jouw frietmoment op sociale media!

Goed nieuws voor alle frietliefhebbers onder jullie, want deze week is het Week van de Friet! En tijdens die Week van de Friet worden er weer grenscontroles ingevoerd. Alle Belgische wagens worden streng gecontroleerd op 'een hongerke'. Begin jij ook al te watertanden bij de gedachte aan een heerlijke portie frietjes van de frituur? Ga langs bij je plaatselijke friturist en deel jouw frietmoment op Facebook, Instagram of Twitter. Dan zetten we samen onze ondernemers in de frietbusiness in de kijker!

Hier al een artikel om jullie te doen watertanden...

In het spoor van…. frituuruitbater Jian Lei
“Frietchinees is nu een kwaliteitslabel”

Toeval of niet, maar sinds ‘frietchinees’ in 2012 Woord van het Jaar werd, begon het met ’t Patatje van Jian Lei in Kontich na een moeizame start ook een stuk beter te lopen. “‘Frietchinees‘ klonk vroeger wat wantrouwig, vandaag is het een compliment, zeg maar een kwaliteitslabel geworden”. De merkwaardige odys-see van Jian, zijn vrouw Fen en zoon Han op zoek naar een beter bestaan kende in België uiteindelijk een happy end. “Het moet zijn dat we in een vorig leven iets goeds hebben gedaan.”

Op zijn Syntra-getuigschrift van frituuruitbater en zijn hygiënische keuringsattest aan de muur staat Jian Lei (34), maar in Kontich noemen ze hem Lee, zoals de legendarische Chinese vechtersbaas Bruce Lee, van wie er trouwens een foto in de zaak hangt. ‘Lee’ per-mitteert zich bij wijze van enige hobby het beoefenen van de ver-dedigingssport 'Yongchun', vooral om in vorm te blijven, want zoveel uren en dagen in je zaak staan, daar heb je fysiek voor nodig.

“Hard werken, dat moet je Chinezen niet leren”, steekt Jian van wal, “maar het probleem is dat je daar in China niet ver mee komt. Er zijn veel te veel mensen voor de beschikbare jobs, en zelfs wie zich ka-pot werkt in een fabriek, komt vaak nog niet rond. Om echt iets te bereiken moet je ondernemer worden, dat zit er bij ons diep in. En daartoe krijg je in het westen tenminste een eerlijke kans: wie hier hard werkt of hard studeert, verdient hier ook meer.”

Zo liet Jian als 17-jarige al zijn Chinese vaderland achter zich om zijn ondernemersgeluk te beproeven, eerst in Rusland, later in Ne-derland. “Chinezen zoeken mekaar in het buitenland altijd op en zo belandde ik in de keuken van Chinese restaurants in Zeeland, Amers-foort, Breda… keihard werken, tien uur per dag non-stop, en inmid-dels proberen die verdomde taal onder de knie te krijgen.” Zijn toe-komstige vrouw Fen, afkomstig uit dezelfde Chinese kustprovincie Fujian, besloot inmiddels op haar beurt de oversteek naar Europa te wagen, ook al moest ze daarvoor haar zoon uit een eerste huwelijk, Han, bij zijn grootouders achterlaten. Zij belandde in Italië en vond nabij Firenze een job in de textiel tussen andere Chinezen: van 's morgens 8 uur tot 's avonds 21 uur in ongezonde dampen, knoopjes aannaaien tot ze er kromme vingers van kreeg. En daarna soms met twintig op een kamer moeten slapen. Kortom, illegale toestanden en doffe ellende, maar het werd uiteindelijk toch nog een Chinees sprookje met een goeie afloop. Een jaar of twaalf geleden kruisten hun wegen elkaar tijdens een vakantie in China, ze raakten aan de praat en bleven chatten via 'QQ', een soort Chinese Facebook. Ze gingen elkaar ook opzoeken, respectievelijk in Nederland en Italië, en al dobberend op een bootje in Venetië sloeg de vlam in de wok: ze zouden samen in Europa een toekomst opbouwen, maar waar?

‘Niet lekkel, geld terug’
Dat het uiteindelijk België werd, daar is een goeie economische ver-klaring voor. “Weet je waarom er in België de laatste jaren zoveel frietchinezen bijkwamen?”, vraagt Jian. “In Nederland was dat al langer aan de gang, daar runnen ze bijna 80% van de frituren. Van-wege een strengere personeelsreglementering bij de Chinese res-taurants daar schakelden veel Chinezen over op een frituur, dat is eenvoudiger en er is geen personeel nodig. In België was dat een jaar of zes geleden nog niet zo en dus zag ik hier meer mogelijkheden. Zo kwamen we in Kontich terecht, alweer via een restaurantuitbater die ik kende, zelfs geen goeie vriend, maar iemand die voorbestemd was om ons lot te bepalen: frieten bakken in België.”

Kontich of all places mag dan bij de doorsnee Vlaming niet meer op-roepen dan een dorp tussen Antwerpen en Mechelen, met zijn kazer-ne en zijn afrit aan de E19, voor Jian was er geen betere plek dan dit centrum met een nog levendige middenstand, waar een frituur recht tegenover de kerk te koop kwam en waar hij en Fen trouwden in het gemeentehuis. Vandaag verschilt frituur ’t Patatje nauwelijks van een doorsnee Vlaamse frituur. Of het zou moeten zijn dat er gouden varkens- en poezenbeeldjes tussen de mexicano’s, berenpo-ten en bamischijven in de koeltoog staan.

Jian: "Met mijn ervaring in hectische Chinese keukens was ik klaar voor het harde frituurwerk. Maar het werd geen instant succes, de eerste jaren waren zelfs extreem moeilijk. Klanten zagen we maar mondjesmaat en je las zo het wantrouwen op hun gezicht: ‘Een Chi-nees die hier frieten komt bakken?' Belgen zijn kieskeuriger, die eten al frieten van zodra ze hun eerste tandjes krijgen. Ze zéggen het ook niet dat ze iets niet goed vinden: ze zwijgen en blijven weg, want er is concurrentie genoeg. Ik lustte zelf ook helemaal geen frieten zoals die in Nederland gemaakt werden, maar ontdekte dat de smaak veel beter kon. Zo ben ik hardnekkig blijven werken aan de kwaliteit van mijn product én de vertrouwensband met mijn klanten. Ik schakelde over van voorgebakken naar verse, zelf gesneden frie-ten en naar plantaardige olie in plaats van dierlijke vetten. Ik pakte ze in en haalde ze tien minuten later uit hun verpakking om te proe-ven zoals een klant dat zou ervaren. Ik testte verschillende leveran-ciers van bitterballen en vleeskroketten uit. Om meer feedback te krijgen zette ik een bord op de toog met 'Tevreden? Laat het ons weten! Niet tevreden? Laat het ons ook weten!' Ik geloof in eerlijke communicatie: als de bintjes dit seizoen op zijn, hang ik een bordje dat de klanten vraagt enkele weken geduld te hebben tot er nieuwe zijn. Wie het niet lekker vindt, krijgt zijn geld terug. Frieten zijn eenvoudig voedsel, maar Belgen hechten erg veel belang aan de kwali-teit in ‘hun’ frituur. Daar willen ze hun auto voor nemen en een paar kilometer omrijden. Dat hoeft ook niet razend snel te gaan, zelfs iets duurder màg, als het maar goed is, heel anders dan in Nederland. Zo bouwden we geleidelijk via mond-tot-mondreclame een goeie, sta-biele omzet uit. Trouwe klanten die terugkomen zijn de beste graadmeter. Ze mogen me gerust frietchinees noemen, dat is inmid-dels een compliment en heeft de aanvaarding wel versneld. Ik doe ook dingen die een normale Chinees nooit zou doen: ‘socializen’ of in café De Fortuin hierover aan de toog hangen en mijn klanten pintjes trakteren… Toen de stamgasten me de eerste keren alleen zagen verschijnen dachten ze: ‘wat voor aap stapt er hier binnen?’, maar ik ben blijven komen. Nu ga ik als de Rode Duivels spelen in de cafés gratis frieten uitdelen en mee supporteren… het zijn eenvoudige vormen van klantenbinding.”
 
‘Profiteren? Kennen wij niet’

“’Zeven dagen op zeven werken, dan heb je toch geen leven?’, hoor ik klanten soms zeggen. Bij de Belgen is er inderdaad die mentaliteit van ‘we leven maar één keer, profiteer ervan’. Zo redeneert een Chi-nees niet. Ik ga niet zitten klagen omdat ik moet werken terwijl an-deren vrije tijd hebben. Stilzitten is toch niks voor mij, ik heb er-voor gekozen. Trouwens, wat is werken? Als je iets met veel plezier doet is het toch geen werk meer? En ik heb al zoveel mensen gezien die het veel minder goed hadden. Familie die ons komt bezoeken vindt dat we in de hemel leven tegenover China, en zo’n propere lucht hier! Ik begrijp wel dat de meeste Belgen wat minder ondernemend zijn: als je goed beschermd bent als je ziek, werkloos of met pensi-oen bent, dan ga je geen risicovol zelfstandig bestaan kiezen. Zelfs wie failliet gaat, staat er nog niet helemaal alleen voor, zoals in Chi-na. Mensen hebben hier een tien keer beter leven, maar dat maakt ze ook een beetje lui. Hoewel, ik moet toegeven dat ik toch al een stukje ‘vervlaamst ben’: als het zo voort gaat denken we in de toe-komst misschien een dag per week te sluiten, af en toe van wat vrije tijd te genieten, een stukje van Europa te zien, kortom te relaxen. Inmiddels is vier jaar geleden onze zoon Han op z’n 15de ook bij ons komen wonen, alles in China achter zich latend. Hij helpt nu ook mee als het druk is, maar voor ons hoeft hij niet de rest van zijn leven in de frituur te werken. Hij studeert 'wetenschappen-wiskunde', hij mag een diploma halen en zijn eigen pad inslaan. Trouwens, ik geloof dat alles wat je onderneemt eigenlijk al voor 70 procent voorbe-stemd is, op basis van wat je in vroegere levens gedaan hebt. Enkel die overige 30 procent heb je zelf nog in de hand.”

Tekst: Herman Van Waes