Werkbaar werk. Ook voor zelfstandigen.

Vandaag organiseert minister van Werk Kris Peeters een Rondetafel over werkbaar werk. Omdat “het nodig is”. Willen we mensen langer aan het werk houden, dan moet er iets gebeuren. Tot zover zijn we het eens. Vanaf nu tot 2020 gaan elk jaar 114.000 mensen met pensioen. Tegen 2030 bedraagt de kost van die vergrijzing net geen 50 miljard euro. Om alles betaalbaar te houden, moeten we inderdaad met zijn allen langer en meer werken.

Maar het doel heiligt de middelen niet. Zeker niet als die enkel en alleen op de werkgever zijn gericht. Nu al moet een werkgever jaarlijkse volgende waslijst afwerken “in het belang van het welzijn op het werk”: een specifieke risicoanalyse, actieplan, globaal preventieplan, algemene risicoanalyse en psychosociale risicoanalyse. Ondertussen moet hij nog eens waakzaam zijn voor mogelijke signalen van een burnout. In aanloop van de Rondetafel lanceren politieke partijen nieuwe maatregelen, allemaal gericht op werkgevers.

Ja, werkgevers hebben een verantwoordelijkheid als het op het welzijn van zijn werknemers aankomt. Hij moet zorgen dat ze in de beste omstandigheden hun werk kunnen doen. Werkgevers hebben er ook alle belang bij. Een gelukkige en gezonde werknemer is een aanwezige en gemotiveerde werknemer. Veel werkgevers doen dan ook sowieso inspanningen om het op de werkvloer zo aangenaam mogelijk te maken, zonder wettelijke betutteling. Ik denk aan technische hulpmiddelen zodat werknemers minder moeten tillen, een aangepaste bedrijfsinrichting, ruimte voor inspraak, opleidingsmogelijkheden of teambuildingactiviteiten.

Maar niet alleen de werkgever draagt verantwoordelijkheid. Werknemers hebben die zelf ook, net als de overheid. Maar ik zie geen sensibiliseringscampagnes of Rondetafels die daarover gaan. Noch voor de zelfstandigen waar absoluut nog een lange weg is af te leggen.

48,6 procent van de zelfstandigen vindt zijn werk niet werkbaar. Bij werknemers ligt dat aantal lager (45,4 procent). De combinatie arbeid-gezin is voor 89,2 procent van de werknemers in evenwicht, tegenover 68,4 procent bij zelfstandigen. 70,7 procent werknemers heeft geen werkstress ten opzicht van 66,6 procent van de zelfstandigen. Zelfstandigen werken per jaar 2.277 uur, werknemers 1.434 uur. De kans op een burnout bij werknemers is 9,6 procent, bij zelfstandigen 10,2 procent.

Zelfstandigen scoren dus beduidend slechter, maar geen haan die daarnaar kraait. Voor hen bestaan geen systemen, terugvalbasissen of campagnes. Maar ook zij hebben kinderen en een partner waar ze liefst zo veel mogelijk quality time mee willen doorbrengen of hebben zieke ouders om voor te zorgen. Ook kunnen wel eens vakantie gebruiken. Het werk wacht evenwel niet, de zaken blijven draaien. Niet werken betekent geen inkomsten. Ziek zijn is geen optie. Toch moeten ook zij langer werken, voor zover ze dat nu al niet doen.

We willen de discussie niet uit de weg gaan, noch onze verantwoordelijkheid ontlopen. Komen er voorstellen op tafel rond werkbaar werk voor werknemers, dan willen we daar constructief naar kijken. Maar we weigeren enkel hierover na te denken. Het wordt tijd dat ook werkgevers en zelfstandigen een plaats krijgen in het debat.  Want ook werkgevers zijn mensen met een gezin die ook evenwicht zoeken in hun leven. Meer werkbaarheid voor werknemers met als effect een dalende werkbaarheid voor ondernemers is dus geen optie.

 

(Verschenen in De Tijd op 9 juni 2015)

Meer over: Pensioen zelfstandige, Gezondheid-Welzijn-HRM