OPINIE: Arbeid adelt.

Ondernemers, zelfstandigen, West-Vlamingen,… allemaal hebben ze iets gemeen. Ze hebben de naam hard en veel te werken. Ik zie het voorbeeld bij mij in de straat waar mijn ouders papa Benoni en mama Josée, beiden zelfstandige ondernemers en ondertussen al prille zeventigers, ondanks wat stramme spieren en krakende botten, nog steeds met veel plezier hun zelfstandig beroep uitoefenen. Het tempo is misschien wat minder geworden dan dertig jaar geleden, maar de passie in hun hart en het vuur in hun ogen is nog steeds aanwezig. Een klant correct kunnen verder helpen, is nog steeds een belangrijke drijfveer. Het debat over zware beroepen laat bij mij dan ook altijd een wrange nasmaak. Los van het feit wie de titel ‘zwaar beroep’ verdient, leidt het al snel tot stigmatisering, alsof je in de maatschappij kan meten wie een zwaar beroep heeft en wie niet. Ik dacht net dat het de bedoeling was zo veel mogelijk mensen aan de slag te houden, op een werkbare manier, met aangepaste omstandigheden, om zo kennis, kunde, ervaring en vakmanschap zo lang mogelijk te benutten op de werkvloer. Willen we ons maatschappelijk en sociaal model, één van de beste van de wereld, betaalbaar houden, zullen we met zoveel mogelijk mensen aan de slag moeten blijven. Nu lijkt het helaas wel een wedloop om via een zwaar beroep zo snel mogelijk een ticket te bemachtigen om in pensioen te mogen vertrekken. Werken lijkt wel een straf geworden. Waar is de tijd naartoe dat men sprak van arbeid adelt en vele handen maken licht werk?

Met ondernemende groeten

Jos Vermeiren

jos.vermeiren@unizo.be