Leertijd en DBSO

Wat zijn leertijd en DBSO?

Leertijd en Deeltijds Beroeps Secundair Onderwijs (DBSO) zijn onderwijssystemen waarbij de leerling zowel op school als op de werkplek leert.

Het zijn onderwijssystemen bedoeld voor leerlingen die niet langer voldoen aan de voltijdse leerplicht en die liever op een meer praktijkgerichte manier willen leren.

Er zijn veel overeenkomsten tussen leertijd en DBSO. Beide systemen vallen onder het stelsel van leren en werken. Duaal leren is ook een alternerende opleding, op dit moment bestaan deze verschillende onderwijssystemen naast elkaar.

Leertijd en DBSO worden ook in Brussel aangeboden.

    Wie is de lerende?

    Het zijn leerlingen vanaf 15 tot 25 jaar.

    De leerlingen hebben vaak moeite met het klassieke voltijdse schoolsysteem - ze kunnen bijvoorbeeld moeilijk stilzitten, zich slecht concentreren op theorie of ze zijn simpelweg schoolmoe - maar dat wil niet zeggen dat ze leermoe zijn. Vaak zijn ze heel enthousiast om in de praktijk te leren.

    • Leertijd: de leerling volgt verplicht 4 dagen beroepsgerichte praktijkopleiding op de werkvloer en 1 dag theoretische vorming in een SYNTRA-campus.
    • DBSO: de leerling volgt 2 dagen les bij een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (of Centrum voor Leren en Werken) én een gedeelte op de werkplek, of volgt een traject naar werk. Het streven is naar een minimum van 13u per week op de werkplek.

    Wat kan je als ondernemer verwachten van leertijd en DBSO?

    Je geeft jongeren die al doende een beroep willen leren de kans om in jouw bedrijf het vak onder de knie te krijgen.

    Gemiddeld krijg je zo’n drie of vier dagen per week een leerling op je werkvloer. De leerling wordt begeleid door de mentor – dat kan jijzelf zijn of één van je medewerkers. 

    Een leerling mee opleiden is niet gemakkelijk, hij of zij is niet voor niks in opleiding en zal niet functioneren als een werknemer in traditionele zin. Daarnaast kan het zijn dat de leerling moeite heeft met bijvoorbeeld concentratie of sociale contacten. De leerling zal, zeker in het begin, veel begeleiding en training nodig hebben.

    Welke stappen om te starten met leertijd en DBSO?

    Ga via de Lesplaats zoeker na of er in jouw regio een Syntra-campus (voor leertijd) of Centrum voor Deeltijds Onderwijs/Centrum voor Leren en Werken (voor DBSO) zit en of zij opleidingen in jouw sector aanbieden. Neem contact op en bespreek de mogelijkheden.

    • Je kunt eerst de zelfscan doen om te zien of je een erkende leerwerkplek kunt worden. De vereisten zijn onder andere voldoende financiële draagkracht en beschikken over de bedrijfsuitrusting om het opleidingsplan uit te voeren.
    • Doe de aanvraag tot erkenning als leerwerkplek in het digitale loket voor ondernemingen. Bij vragen of problemen kan de helpdesk je ondersteunen.
    • Om erkend te worden als leerwerkplek moet je een mentor aanduiden. De mentor moet – in de meeste gevallen binnen de 3 tot 6 maanden na de erkenning als leerwerkplek, dit is per sector bepaald - ook een verplichte mentoropleiding volgen. Als de mentor al een soortgelijke opleiding heeft gevolgd is een vrijstelling soms mogelijk.

    En dan: leerling gezocht en gevonden

    • De onderwijsinstelling zal een voorstel doen van een of meerdere leerlingen die bij jouw onderneming passen. Of het kan zijn dat een leerling zich zelf bij je meldt met de vraag voor een leerwerkplek. Zorg dat je een kennismakingsgesprek voert en een leerling kiest die past binnen je onderneming. Er is een maximum aantal leerlingen per mentor, dit is vastgesteld per sector. Per vestigingsplaats mag het aantal jongeren in opleiding ook niet meer bedragen dan het aantal werknemers.
    • Sluit een overeenkomst met de leerling. Het soort overeenkomst en de bijkomende sociale verplichtingen zijn afhankelijk van het onderwijssysteem en het aantal uren dat de leerling op de werkvloer dient te zijn. De onderwijsinstelling zal je hierin kunnen begeleiden, maar over het algemeen geldt:

    In veruit de meeste gevallen zal een OAO worden afgesloten, maar een DA is ook mogelijk.

    Regelgeving bij werkplekleren

    • Zorg voor een goed onthaal en besteed voldoende tijd en aandacht aan de dagelijkse begeleiding van de leerling. Onderhoud regelmatig contact met de onderwijsinstelling.

    Wat zijn de kosten?

    Het opleiden en begeleiden van de leerling brengt natuurlijk kosten met zich mee in de vorm van de inzet van mensen, middelen en tijd. Het takenpakket van de mentor zal aangepast moeten worden zodat er voor hem of haar voldoende tijd vrijkomt voor de begeleiding.

    Afhankelijk van de overeenkomst moet je ook een leervergoeding of loon betalen. De leervergoeding bij de Overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) bedraagt maximaal 560,90 euro per maand.  Voor de Deeltijds arbeidsovereenkomst (DA) is de loonkost afhankelijk van de cao. Verder wordt een vergoeding voor de kosten van woonwerkverkeer voorzien zoals dat ook voor de gewone werknemers gebeurt.

    Wat zijn de financiële stimulansen?

    Als je voldoet aan een aantal voorwaarden kom je in aanmerking voor:

    • De doelgroepvermindering mentors: vermindering van maximaal 800 euro per kwartaal op de patronale RSZ-bijdrage voor de mentor.
    • Stagebonus van 500 euro per leerling per schooljaar (750 euro voor een derde leerjaar)
    • Fiscaal voordeel
    • De doelgroepvermindering voor leerlingen in een alternerende opleiding
    • Indien je de leerling na afronding van de opleiding zou aannemen, dan kom je mogelijk in aanmerking voor de doelgroepvermindering voor jonge werknemers.

    Voor deze stimulansen kun je een beroep doen op je sociaal secretariaat. Een up-to-date overzicht van de financiële stimulansen en meer informatie vind je hier.

    In Brussel wordt er geen doelgroepvermindering mentors of stagebonus voorzien maar is er wel een mentorpremie – voor meer informatie over leertijd en DBSO in Brussel zie: Actiris.

    Meer info: Aanwerven, Stage, Werkplekleren, Jongeren opleiden op werkvloer