Brusselse KMO's staan vandaag (financieel) een stuk sterker, maar aarzelen nog om te investeren

• Brusselse handel, horeca en kunst- en amusementssector,  genieten niet van een ‘grootstedelijk voordeel’
• Stijgend aantal Brusselaars creëert eigen werk.
• Opeenvolgende belastinghervormingen en uitblijven lagere vennootschapsbelasting zorgen voor onzekerheid, waardoor ondernemers nog aarzelen

De KMO's zijn een stuk sterker uit de crisis gekomen. Hun eigen vermogen stijgt, rekeningen worden sneller betaald en ze zijn ze beter gewapend tegen grote economische schokken, zo blijkt uit het jaarlijkse KMO-rapport van ondernemersorganisaties UNIZO en UCM en onderzoeksbureau Graydon.

Algemeen gesproken volgt Brussel dezelfde evoluties als de andere Gewesten. Wel wordt er voor vele parameters systematisch lager gescoord. De Brusselse economie kent een aparte samenstelling, met een relatieve oververtegenwoordiging van de dienstensector (31 % tegenover 23% in Vlaanderen), maar vooral ook door een duale economie. In Brussel zijn er een grote groep bedrijven die het echt slecht doen (14,9 % met multiscore = 0), die leidt tot een lagere mediaanwaarde, die in de tabellen als uitgangspunt is genomen.

In Brussel zit 22,1 % in de risicozone om failliet te gaan, terwijl dat cijfer in de twee andere gewesten net boven de 10 %. Ligt. "Een zwakkere score die op zich weinig met de aanslagen te maken heeft", aldus Anton Van Assche, UNIZO-expert Brusselse Aangelegenheden. "Veel bedrijven zaten al in de risicozone vóór de aanslagen.”
Onrustwekkender is vooral het feit dat sommige sectoren slechter scoren dan het Belgisch gemiddelde. Sectoren die eigenlijk zouden moeten kunnen genieten van een ‘grootstedelijk voordeel’, zoals bijvoorbeeld de handel, de horeca en de kunst- en amusementssector, scoren systematisch onder het landelijk gemiddelde.

Een andere negatieve evolutie is het aantal KMO’s met personeel. In de 3 gewesten neemt dit aantal licht af. Daartegenover staat een toename van het aantal eenmanszaken, die deze daling integraal compenseren en het totaal aantal ondernemingen doet toenemen. Of met andere woorden : meer ondernemers creëren eerst hun eigen werk.

"De KMO's hebben voldoende financiële middelen, maar aarzelen nog om te investeren", aldus Eric Van den Broele, onderzoeker bij Graydon. "Vooral de grote onzekerheden waarmee onze KMO's worstelen, spelen hier een rol", verklaart UNIZO-topman Karel Van Eetvelt de terughoudendheid. "Onze bedrijven hebben de afgelopen jaren verschillende belastinghervormingen over zich heen gekregen, zoals de aanpassing van de liquidatiebonus en de verhoging van de roerende voorheffing. En intussen wachten onze KMO's ongeduldig op de broodnodige verlaging van de vennootschapsbelasting, terwijl ze vrezen voor de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen."

Dat de Brusselse politiek weinig vertrouwen toevoegt aan deze federale onzekerheid, hoeft geen betoog. Belangrijke werven, zoals de mobiliteit, verzanden in emotionele en ideologische discussies en tastbare verbeteringen blijven uit.

UNIZO vraagt dat de Brusselse regering zorgvuldiger zou omgaan met de zelfstandigen, mensen die hun eigen werk creëren, en de KMO’s. Ook de gemeenten zouden meer aandacht kunnen besteden aan de belangen van de zelfstandige ondernemers. De ondoordachte heraanleg van pleinen, de hinder bij openbare werken of sommige gemeentebelastingen, beschouwen de gemeenten als ‘kleine beetjes’. Zo onderschatten ze de impact ervan op de zelfstandige ondernemers.  

Kans op failissement van Brusselse KMO’s licht verminderd

De multiscore geeft een indicatie van de kans op faling en het groeipotentieel van een KMO.
Uit de analyse bleek dat 12 % (in 2014 nog 13,3%) van de KMO’s in België een groot risico op faling hebben en een beperkt groeipotentieel. Ondanks de negatieve trend, op vlak van het bedrijfsresultaat, kent de Multiscore in Brussel toch een positieve evolutie. Het is het laagste cijfer van de voorbije 10 jaar. In Brussel zit 22 % (in 2014 nog 23,9%) van de KMO’s in de groep met een hoog risicoprofiel. In 2006 was het cijfer nog 29%.  In Vlaanderen geeft de multiscore (voor zowel eenmanszaken als vennootschappen die een jaarrekening publiceren) aan dat 11 % (tegenover 12% in 2014) van de Vlaamse bedrijven een verhoogd risico lopen op faillissement. Dit duidt er op dat de financiële gezondheid van de kmo’s er op is vooruit gegaan.

62 % (tegenover 59,4% in 2014) van de Brusselse bedrijven hebben weinig kans op een faillissement en een ruim groeipotentieel, ten opzichte van 75,2% in Vlaanderen en 77,3% in Wallonië.
 
Het aandeel verlieslatende bedrijven toont dat de horeca, maar ook de detailhandel het zorgenkind blijft. In Brussel is 49 % van de horecabedrijven verlieslatend ( in Vlaanderen 40 %, en in Wallonië 46%) en 43 % van de detailhandel werkt in de gevarenzone.

De gereglementeerde beroepen, zoals de bouw en de vrije beroepen, hebben de gunstigste financiële ratio’s. Net zoals bij werknemers leiden opleiding en diploma’s dus ook voor ondernemers tot betere toekomstperspectieven en financiële resultaten.

UNIZO suggereert aan de Brusselse regering om zorgvuldiger om te gaan met de zelfstandigen, mensen die hun eigen werk creëren, en de KMO’s. In het kader van de regionalisering van bijvoorbeeld de doelgroepenkorting is het daarom van groot belang om ervoor te zorgen dat KMO’s en zelfstandigen er gebruik van kunnen maken. UNIZO vraagt dan ook dat deze groep ondernemingen vrijgesteld zou worden van de verplichting om onmiddellijk een contract van onbepaalde duur af te sluiten, om te kunnen genieten van een doelgroepenkorting bij de aanwerving van een werkzoekende. Ook de verdere concretisering van de Small Business Act is van belang. Bijvoorbeeld door de toegang tot subsidies voor KMO’s te garanderen.

Verbeterde liquiditeitspositie leidt nog niet tot meer investeringen

De KMO’s zijn, zeker in vergelijking met de precrisis periode, beduidend financieel onafhankelijker geworden: ze werken verhoudingsgewijs meer met eigen vermogen. Momenteel is 75,3% van de Belgische KMO’s zonder meer robuust en gezond. Hier zien we een belangrijk maar onderbenut groeipotentieel. Daarvoor zijn meerdere verklaringen:
• Een niet onbelangrijke crisismaatregel: het invoeren van de notionele intrestaftrek, een maatregel die nu op losse schroeven staat, maar zonder twijfel heel wat KMO’s stimuleerde eigen middelen te gebruiken in plaats van schuld aan te gaan.
• Het fenomeen van de kredietschaarste tijdens de crisisjaren waarbij banken minder geneigd waren  KMO’s nieuwe leningen toe te kennen. Algemener ook de vaststelling dat bedrijven met een al te hoge schuldgraad het bijzonder moeilijk hebben leningen aan te gaan.
De netto-rentabiliteit van het eigen vermogen na belastingen staat nog niet op het niveau van voor 2008. Meer zelfs: in 2015 zien we ten opzichte van 2014 een licht neerwaartse knik.
Ook hier zien we een rechtstreeks verband met de groei van het eigen vermogen ten opzichte van schuld. Bedrijven zetten meer eigen middelen in om tot min of meer gelijke resultaten te komen. Anders gesteld: één euro eigen middelen brengt nu minder op dan voor de crisisperiode.

De liquiditeitspositie van de Belgische KMO is nooit groter geweest dan vandaag de dag. Op korte termijn is dit een goede zaak: een grotere liquiditeit geeft armslag en standvastigheid, leidt tot sneller betalen van facturen, … . Anderzijds: veel liquide bijhouden is op zich niet rendabel. De versterking van de liquiditeit moet aangewend worden in een stevig en doordacht investeringsbeleid vanwege het bedrijfsleven. Dit blijkt nog niet voluit aan de orde. "Veel KMO’s hebben voldoende financiële armslag maar kunnen, durven of zijn niet gemotiveerd om ook actief te investeren", stelt Eric Van den Broele, onderzoeker bij Graydon, vast. "De verschillende belastinghervormingen, het uitblijven van een broodnodige verlaging van de vennootschapsbelasting  en de discussie over de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen - die UNIZO  met alle middelen wil tegenhouden, zorgen nog voor teveel wantrouwen om te investeren", besluit UNIZO-topman Karel Van Eetvelt.

Hieronder vindt u het KMO-rapport in het Nederlands en Frans:
PDF icongraydon_-_kmo_rapport_belgie_2016_nl.pdfPDF icongraydon_-_kmo_rapport_belgie_2016_fr.pdf