Waarom mag/moet de correctiecoëfficiënt afgeschaft worden?

Wat is de correctiecoëfficiënt?

Sinds de pensioenwet van 1984 (de Wet Mainil, naar de toenmalige pensioenminister) worden de pensioenen van zelfstandigen op dezelfde manier berekend als die van werknemers. Maar... Omdat zowel de werkgever als de werknemer sociale bijdragen betalen voor die werknemer, worden er voor hem dus meer pensioenbijdragen betaald (dan voor een zelfstandige). Daarom moet er bij zelfstandigen een ‘correctie’ van 0,69 worden toegepast, een coëfficiënt die het verschil aangeeft tussen wat een werknemer aan pensioenbijdragen betaalt en wat een zelfstandige daarvoor stort. Concreet:

  • Voor een werknemer is de formule voor de berekening van één gewerkt jaar dus als volgt: 1/45 x geplafonneerd loon x 60 of 75 %.
  • Voor een zelfstandige is de berekening identiek, maar met toevoeging van de ‘correctiecoëfficiënt’: 1/45 x geplafonneerd loon x 60 of 75 % x 0,69.

Waarom moet de correctiecoëfficiënt afgeschaft worden?

Klopt dit nog? Klopt de logica achter de correctiecoëfficiënt nog altijd? Gaat het verschil in bijdrageberekening nog altijd op? UNIZO legde in 2017, naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het sociaal statuut, de vraag op tafel en startte het overleg hierover op binnen het Algemeen Beheers Comité voor het Sociaal Statuut van Zelfstandigen (ABC). Een studie van dat ABC bracht een aantal interessante inzichten:

  • De sociale bijdragen van werknemers financieren een veel uitgebreider stelsel van sociale zekerheid. Kan je dan nog zomaar bijdragepercentages vergelijken?
  • In de werknemersregeling bestaan er heel wat vormen van bijdrageverminderingen. Als je de stelsels globaal vergelijkt, is het verschil in bijdragelast daardoor heel wat kleiner.
  • In de werknemersregeling zijn er bovendien heel wat ‘gelijkgestelde periodes’; dat zijn periodes van ziekte, werkloosheid enzovoort, waarvoor wel pensioenrechten worden opgebouwd, maar waarvoor er geen sociale bijdragen worden betaald. Tot 1/3 van de pensioenrechten in het werknemersstelsel wordt zo opgebouwd, bij de zelfstandigen is dat aandeel amper 4 %.

Op basis van die vaststellingen berekende het ABC dat de correctiecoëfficiënt geen reden van bestaan meer had.

Lees het volledige advies van het ABC