Site Blankenbergse Steenweg opnieuw op tafel

Unizo tevreden met nieuwe stap voor de economische ontwikkeling van de regio. “Het blijft belangrijk werk te maken van bijkomende ruimte om te ondernemen”, klinkt het.

Vorige week nog vernietigde de Raad van State het deelgebied Blankenbergse Steenweg van het GRUP. Een kwalijke beslissing voor het stadiondossier en voor de ontwikkeling van het nabijgelegen bedrijventerrein. De Vlaamse Regering, onder impuls van minister Demir, besliste deze ochtend om een aangepast plan op tafel te leggen, rekening houdend met de opmerkingen van de Raad van State.

Directeur Wouter Blomme van Unizo West-Vlaanderen reageert alvast positief: “Een oplossing voor de site Blankenbergse Steenweg is in de maak, wat uiterst belangrijk is voor de economische opwaardering van de Brugse regio. Zo kan het bedrijventerrein, dat naast het betwiste stadion ingepland is, mogelijks toch nog op korte termijn gerealiseerd worden.”

“En dat is nodig. De nieuwe bedrijventerreinen Chartreuse, De Spie en Sint-Elooi, goed voor 60 ha aan bijkomende ruimte, zijn essentieel, maar niet voldoende”, analyseert Wouter Blomme kritisch. “De Spie is al grotendeels toegewezen aan één logistieke speler en de focus op de site Chartreuse ligt op research and development. Allemaal belangrijk voor de regio, echter, de ondernemer die op zoek is naar ruimte voor maakindustrie of handelspanden met een grote oppervlakte wordt daarbij genegeerd. Naast de site Blankenbergse Steenweg is het dus noodzakelijk dat er ook blijvend werk wordt gemaakt van de zoektocht naar bijkomende ruimte voor ondernemers.“

Nood aan flexibiliteit

De vraag naar ruimte om te ondernemen is nu al groter dan het aanbod. Unizo West-Vlaanderen vraagt ook aan alle betrokken partijen om reeds gerealiseerde ruimte te herbekijken in functie van de vraag. “Contractuele clausules uit het verleden verhinderen vaak om flexibel met de reeds bestaande bedrijventerreinen aan de slag te gaan. Een eigenaar die op vandaag maar de helft van zijn gebouw meer nodig heeft, kan in bepaalde gevallen de andere helft niet verhuren. Dergelijke praktijken staan haaks op de economische nood en moeten dus uitgeklaard worden”, besluit Wouter Blomme.