Tarieven elektronisch betalen moeten dalen

Elektronisch betalen kent een steile opmars door corona, vooral via contactloos betalen voor kleinere uitgaven. Het is een succesverhaal voor de operatoren… ten koste van de handelaars. Het is nu het moment om het volledige kostenplaatje drastisch te herzien. En handelaars ook de kans te geven om hun contracten vervroegd aan te passen.

De wereld van het elektronisch betalen zit in een dubbele stroomversnelling. Zowel op vlak van volume als op vlak van technologische innovaties. 77% van de consumenten zegt vandaag veel meer elektronisch te betalen dan pre-corona. Vooral het contactloos betalen zit daarbij in de lift: 1 op 3 kaartbetalingen gebeurt vandaag contactloos, zo blijkt uit cijfers van Febelfin, de federatie van banken. Daarnaast stijgt ook het betalen via app's spectaculair: in augustus registreerde Payconiq maar liefst 11,5 miljoen mobiele betalingen, een verdubbeling in een jaar tijd. Door die razendsnelle evolutie is het ook noodzakelijk het prijskaartje voor de handelaar te herzien

Kleine uitgaven, grote kost

“Om tegemoet te komen aan de vraag van onze klanten om contactloos te betalen zijn we overgeschakeld op een draadloos systeem,” begint Heide Vandenbroecke van Maison Manon uit Kortemark. “Heel handig om bij leveringen aan huis klanten elektronisch te laten betalen. Maar bij elke verrichting wordt een percentage van 2,5% afgetrokken van het betaalde bedrag. Op een drukke dag is dit een behoorlijke knauw in onze marge.”

Transactiekosten (af en toe nog percentage van de omzet), kosten voor de terminal (aankoop of huur, onderhoud…), vaste kosten (installatie, activering, internet…)… Telkens als we onze betaalkaart in de buurt van een terminal laten zweven, moet de handelaar die kosten betalen. Om elektronisch betalen te stimuleren mogen die sinds 2018 niet meer doorgerekend worden aan de klant. Terecht overigens. Maar de gemiddelde kostprijs van 12 cent per transactie is een ferme slok op een borrel, vooral bij kleine uitgaven met geringe winstmarges.

"Beeld je je in dat je als loontrekkende, bovenop de gewone bankkosten, een deel van je loon moet afstaan als 'fee' om het op je rekening te krijgen. En dat die 'fee' een steeds groter deel van je loon inneemt als gevolg van maatschappelijke en technologische tendensen die je zelf niet in de hand hebt", vergelijkt Wouter Blomme, directeur Unizo West-Vlaanderen, de situatie waar handelaars zich nu in bevinden.

Herzie vervroegd bestaande contracten

Daarenboven hebben handelaars met 1 of slechts enkele winkels nauwelijks onderhandelingsmacht tegenover de operatoren waarvan ze afhankelijk zijn. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld supermarktketens. Sommige handelaars sloten in het verleden contracten voor een bepaald volume aan transacties en een extra grote meerkost per overschreden transactie. "We roepen de grote spelers zoals Worldline en CCV op om handelaars de kans te geven vervroegd dergelijke contracten aan te passen aan de nieuwe realiteit."

Zo verspreidde Worldline na het Weekend van de Klant (3 & 4 oktober) dat het aantal contactloze betalingen via Bancontact met 353% gestegen is ten opzichte van hetzelfde weekend het jaar ervoor. “Leuk voor hen,” reageert Marleen Van Eeckhout van Pioen Bloemenateljee in Vichte geïrriteerd. “Maar wanneer mogen wij eens even sympathieke mail ontvangen met een aanpassing van de tarieven in het voordeel van de handelaar. Zo probeer ik al enige tijd om mijn bestaande abonnement om te zetten in een gunstiger pakket. Dat mag een gerust een stuk makkelijker en efficiënter!”

Mobiele alternatieven?

Een alternatief dat de helft goedkoper is voor de handelaars zijn elektronische betalingen met de smartphone (zoals Payconiq). De klassieke aanbieders van betaalterminals proberen dit echter naar zich toe te trekken en ook deze transacties te verwerken aan hun gangbare 'klassieke' tarieven. "Een kwalijke tendens waartegen we onze handelaars willen beschermen", zegt Wouter Blomme.