UNIZO focust in zijn ondernemersmemorandum op vijf speerpunten voor het West-Vlaams provinciebestuur

Ook na de hervorming blijft de provincie een belangrijk bestuursniveau. De bevoegdheden van de provincies situeren zich voornamelijk op het domein van de grondgebonden materies en zijn dan ook nauw verbonden met het ondernemerschap.  Op donderdagochtend 3 mei 2018 overhandigde UNIZO West-Vlaanderen zijn ondernemersmemorandum voor komende provincieraadsverkiezingen aan de West-Vlaamse deputatie. 

Vijf speerpunten staan in het West-Vlaams ondernemersmemorandum centraal:

  1. Onderwijs

De provincies beschikken over een eigen onderwijsnet, gefixeerd op niveau technisch en beroepsonderwijs. De leerlingen die afstuderen bevinden zich in de vijver waarin  een duidelijke arbeidskrapte heerst. Om tegemoet te komen aan deze arbeidskrapte is een sterke link met het bedrijfsleven noodzakelijk. De Provincie moet daarenboven een ambassadeur zijn van STEM.

Om tegemoet te komen aan de arbeidskrapte dient de provincie initiatieven die inspelen op het duaal leren via het provinciaal partneroverleg duaal leren te ondersteunen.

  1. Ruimte om te ondernemen en vergunningen

De provincie dient blijvend de nood aan beschikbare ruimte voor KMO’s en lokale bedrijvigheid via een globale provinciale inventaris te monitoren. Door de inspanningen uit het verleden komt er een  West-Vlaams reservepakket vrij. Deze 130 ha moeten komende periode een gepaste invulling krijgen. Maar ook inspanningen (o.a. via activeringsteams) om niet-gebruikte ruimte te activeren blijft noodzakelijk.

UNIZO verlangt dat de provincie alles in het werk stelt om vergunningsprocedures, én beroepsprocedures tegen vergunningen, vlot te laten verlopen.

  1. Lokaal economisch beleid

Er is steeds meer leegstand in de West-Vlaamse commerciële handelskernen. De provincie heeft daarom de taak om zones voor grootschalige detailhandel en winkelarme gebieden af te bakenen. Daarnaast dient de provincie gemeenten te ondersteunen bij een gemeente-overstijgende visievorming  en beoordelingskader rond de vestiging en clustering van baanwinkels en grootschalige detailhandel. Daarenboven dient de provincie gemeentebesturen en lokale handelaars  te inspireren, begeleiden en eventueel te subsidiëren in het kader van initiatieven ter versterking van de detailhandel. Initiatieven tegen leegstand zoals de projecten ‘bedrijvige kernen’ en Krakwest, in samenwerking met UNIZO, verdienen de noodzakelijke ondersteuning.

  1. Internationalisering en toerisme

De geografische ligging van West-Vlaanderen brengt opportuniteiten, maar ook uitdagingen met zich mee. De twee West-Vlaamse EGTS’en met een belangrijke rol voor de provincie moeten daadkrachtige organisaties zijn die tegemoet komen aan de grensoverschrijdende noden van ondernemers (mobiliteit, investeringen, oneerlijke concurrentie, arbeid…) 

De provincie West-Vlaanderen moet blijvend inzetten op omgevingsfactoren die van de luchthaven Oostende-Brugge, de luchthaven Kortrijk-Wevelgem,  de haven van Zeebrugge en de haven van Oostende echte toeristische en logistieke poorten kunnen maken.

  1. Mobiliteit

De provincie moet inzetten op de uitbouw van het bovenlokaal fietsroutenetwerk met het oog op de ontsluiting van de West-Vlaamse industriezones. Hierin is ook ondersteuning voor de ontwikkeling van lokaal aantrekkelijke fietsinfrastructuur primordiaal. Als bestuursniveau boven de lokale overheden dient de Provincie haar lobbykracht in te zetten naar Vlaamse (AWV, De Lijn, De Vlaamse Waterweg…) en Federale (NMBS, Infrabel…) overheden en instellingen, bevoegd voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. UNIZO vraagt in te zetten op minder-hinder adviseurs die de impact van werken voor ondernemers kunnen inschatten en de belangen van deze groep kunnen verdedigen.

 

Thema: Actueel