UNIZO, UCM en Graydon presenteren KMO-rapport over de financiële gezondheid van de West-Vlaamse KMO’s

Het gaat goed met de financiële gezondheid van de KMO’s, ook in West-Vlaanderen. Dat blijkt uit het nieuwe KMO-rapport dat UNIZO, UCM en Graydon vandaag presenteerden. De West-Vlaamse KMO’s blijven het productiefst in vergelijking met de KMO’s in de andere Vlaamse provincies. Daarnaast worden de West-Vlaamse KMO’s financieel onafhankelijker. Wel maakt het rapport duidelijk dat de rentabiliteit bij de KMO’s in West-Vlaanderen het laagst ligt. 

Frederik Serruys, Directeur UNIZO West-Vlaanderen: “Om het rendement van de geïnvesteerde middelen op te krikken, moet nog meer ingezet worden op de opleiding en coaching van financiële en managementskills. Die moeten op een veel hoger niveau staan dan wat nu via het attest bedrijfsbeheer wordt verwacht. Als werkgeversorganisatie wil UNIZO hier uiteraard ook zelf een actieve rol in spelen. Weerbare en competitieve ondernemers die met kennis van zaken investeren in de toekomst van hun bedrijf, van onze welvaart en onze economie, daar is het ons om te doen.”

Het KMO Rapport van UNIZO en Graydon bestaat sinds 2008, en heeft tot doel een allesomvattend beeld te schetsen van de financiële gezondheid van de Belgische KMO’s tot en met 49 werknemers. De negende editie van het KMO Rapport focust op de periode van 2007 tot en met eind 2016 voor alle data die uit de jaarrekeningen gehaald kunnen worden. De cijfers in onderstaande grafieken zijn telkens mediaanwaarden.

 1.   Productiviteit

Inzake productiviteit (zijnde de verhouding van de bruto toegevoegde waarde ten opzichte van de personeelskosten: hoe hoger het cijfer, hoe productiever) verbetert de situatie van de West-Vlaamse ondernemingen voor het derde jaar op rij. De mediaanwaarde voor de bruto toegevoegde waarde versus personeelskost stijgt in West-Vlaanderen van 175% in 2013 tot 184% in 2016. De West-Vlaamse score in 2016 is de hoogste van alle Vlaamse provincies. Zowel West-Vlaanderen als Vlaanderen vinden met dit cijfer terug aansluiting bij de productiviteitsscore voor het jaar 2011.

Ten opzichte van eind 2015 zien we in elke Vlaamse provincie een stijging van de productiviteit in KMO’s. Na West-Vlaanderen (184,15%) scoort Oost-Vlaanderen (180,07%) het beste op het vlak van productiviteit. Antwerpen scoort met 167,69% dan weer een pak minder vergeleken met de andere Vlaamse provincies.


Abstractie makend van de vrije beroepers zien we in West-Vlaanderen de hoogste score in de dienstensector met een mediaanscore van 205%. Het minst productief zijn de sectoren maatschappelijke dienstverlening (126%), weg- en waterbouw (146%) en de IT- (152%) en communicatiesector (152%).

 2.   Schuldgraad (solvabiliteit)

De schuldgraad is de verhouding tussen het vreemd vermogen en het totaal van de passiva. Hoe lager de score, hoe beter de schuldpositie. Van alle Vlaamse provincies hebben KMO’s in Antwerpen de minst goede score: 63,22%. Antwerpse KMO’s zitten daarmee onder de Vlaamse score van 60,79%. De West-Vlaamse bedrijven komen met een schuldgraad van 60,33% net iets boven het Vlaamse cijfer. Vlaams-Brabant (58,78%) en Oost-Vlaanderen (59,32%) scoren het beste in Vlaanderen.

De laatste jaren zien we in elke Vlaamse provincie dezelfde en duidelijk dalende trend. Positief dus, want minder aanwending van vreemd vermogen als financieringsbron verkleint de kans op aflossingsproblemen.


De horecasector in West-Vlaanderen heeft met 77,6% de hoogste schuldgraad van alle sectoren. Het minst vreemd vermogen in verhouding tot het totaal vermogen zien we bij de juridische vrije beroepen (31,3%) en de financiële diensten (49,3%).

3.   Rentabiliteit

De netto-rentabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, een graadmeter voor het rendement van de geïnvesteerde middelen, blijft in West-Vlaanderen op quasi hetzelfde niveau als in 2015. In 2016 leverde elke 100 euro eigen vermogen 7,63 euro winst op, na aftrek van belastingen. Voor heel Vlaanderen is dit 8,47.


West-Vlaamse KMO’s scoren met deze cijfers net als in de voorbije jaren het laagste van alle Vlaamse provincies. Antwerpen springt in 2016 met 9,04% over Vlaams-Brabant (8,99%) voor wat de hoogste rentabiliteit betreft.

Na de vrije beroepers (12,1%) zijn de meest rendabele sectoren in West-Vlaanderen die van het transport (10,5%) en de horeca (9,3%). Het minst rendabel zijn de groothandel (6,5%) en detailhandel (6,7%).

4.   Eigen vermogen

Het eigen vermogen geeft de eigen financiële basis van de onderneming weer. Het eigen vermogen neemt toe wanneer de onderneming opbrengsten genereert, maar neemt af in geval van een negatief resultaat of uitkering van dividenden. Sinds 2010 nemen we een stijgende trend in de mediaanwaarde van het eigen vermogen van de KMO’s waar. In Vlaanderen bedraagt de mediaanwaarde van het eigen vermogen eind 2016 93.440 euro, komend van 88.707 euro in 2015. Vergeleken met het jaar 2011 (€72.775) is dit een stijging van 28,40%.

Voor West-Vlaamse KMO’s komt de mediaanwaarde eind 2016 uit op 130.595 euro, of een stijging van 28,51% over de afgelopen vijf jaar (komend van €70.871 in 2011). Van alle Vlaamse provincies kent West-Vlaanderen sinds jaar en dag het hoogste eigen vermogen bij KMO’s (€130.595 in 2016, €101.622 in 2011), en Antwerpen het laagste (van €59.865 in 2011 naar €76.800 in 2016). De procentuele toename in de afgelopen 5 jaar varieert van +24,63% in Limburg tot +30,33% in Vlaams-Brabant. De proportie West-Vlaamse KMO’s met een negatief vermogen komt neer op 11,49% in 2016, het laagste aantal van alle Vlaamse provincies.

 

Bekijk hier het integrale KMO rapport

Thema: Actueel