Zomerakkoord federale regering - Wat betekent het voor zelfstandigen en KMO's?

Op de Ministerraad van dinsdag 25 juli kondigde de regering heel wat nieuwe sociaaleconomische hervormingen aan. Verschillende van deze maatregelen zijn gunstig voor KMO’s en zijn het resultaat van het jarenlange lobbywerk van UNIZO.

Zo is er eerst en vooral de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting voor KMO's naar 20%, waar UNIZO al jaren voor pleit. Een tweede belangrijke UNIZO-eis die nu wordt gerealiseerd, is de herinvoering van het principe van de proefperiode door de verlaging van de opzegtermijn naar één week tijdens de eerste drie maanden van de arbeidsovereenkomst. Andere maatregelen die er onder impuls van UNIZO zijn gekomen, zijn de verkorting van de carensmaand voor arbeidsongeschikte zelfstandigen en de uitbreiding van de flexi-jobs naar de detailhandel.

Hieronder zetten we de belangrijkste maatregelen met een impact op KMO’s voor u op een rij. We vinden het belangrijk om u zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van de aangekondigde hervormingen, maar over sommige (uitvoerings)maatregelen zijn nog niet alle details bekend of beslist. Blijf ons dus volgen voor de laatste updates via de social media.
Voor specifieke vragen en bemerkingen kan u contact opnemen met de UNIZO Ondernemerslijn via 0800 20 750 of ondernemerslijn@unizo.be

Dit najaar gaat in elke provincie ook een avondsessie door waar we toelichten wat al die nieuwe maatregelen van het Zomerakkoord precies inhouden en welk fiscaal effect ze hebben op uw onderneming. Ontdek alle data & locaties.

FISCALITEIT

Een lagere vennootschapsbelasting voor KMO’s
Het heeft lang geduurd, maar waar UNIZO jaren geleden al de aanzet voor gaf, zal nu eindelijk ook wettelijk geregeld worden: het tarief van de vennootschapsbelasting wordt herleid tot 25%, voor KMO’s komt er bovendien een verlaagd tarief van 20% op de 1e schijf van 100.000 euro winst.

Standaardtarief
Vandaag bedraagt het ‘standaardtarief’ in de vennootschapsbelasting 33%. Op die belasting komt nog eens een crisisbelasting van 3%, zodat een vennootschap in principe 33,99% betaalt. De regering zal dat tarief nu in twee stappen doen dalen:
• In 2018 wordt het tarief verlaagd naar 29%, en de crisisbijdrage wordt verlaagd naar 2%.
• In 2020 wordt het tarief verder verlaagd naar 25%, en wordt de crisisbelasting afgeschaft.
Vanaf 2020 bedraagt het standaardtarief in de vennootschapsbelasting dus 25% in plaats van de huidige 33,99%.

Extra verlaagd KMO-tarief
Voor KMO’s komt er vanaf 2018 bovendien een ‘speciaal’ tarief op hun eerste 100.000 euro winst: op die winst betalen ze slechts 20%. Voor alle winst boven die 100.000 euro, betalen ze het ‘standaardtarief’, dat hierboven toegelicht werd.
Een vennootschap is een KMO als ze tijdens haar laatste en voorlaatste boekjaar hooguit 1 van de volgende 3 criteria overschreed:
- Een balanstotaal van 4.500.000 euro
- Een jaaromzet (exclusief btw) van 9.000.000 euro
- Een gemiddeld personeelsbestand van 50 voltijdse equivalenten

Minimumbezoldiging
In het kader van deze hervorming van de vennootschapsbelasting, heeft de regering beslist om het bedrag van de minimumbezoldiging te indexeren tot 45.000 euro. Elke vennootschap, of ze nu een grote vennootschap is of een KMO, zal jaarlijks aan minstens 1 zaakvoerder of bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging moeten uitkeren van minstens 45.000 euro, ofwel een bedrag gelijk aan de winst vóór belastingen als die lager is dan 45.000 euro. Enkel voor starters (bedrijven die minder dan 4 jaar geleden zijn opgericht) geldt deze verplichting niet. Indien niet voldaan wordt aan deze verplichting geldt een boete van 10% op het verschil tussen de uitgekeerde som en de minimaal vereiste bezoldiging.

Verhoging van de investeringsaftrek
In 2018 wordt de investeringsaftrek eenmalig verhoogd van 8% naar 20%. Die verhoging zal ook gelden voor KMO’s én eenmanszaken.
Een onderneming die investeert, kan onder bepaalde voorwaarden een investeringsaftrek krijgen. De ondernemer mag dan een bepaald percentage van de aankoopwaarde van de investering aftrekken van de belastbare winst.
Vandaag bedraagt dat percentage 8% voor gewone investeringen. De regering trekt nu dat percentage op van 8% naar 20%, zowel voor KMO’s als voor eenmanszaken.
Naast die aftrek voor ‘gewone’ investeringen, zijn er ook ‘verhoogde investeringsaftrekken’ (bijvoorbeeld voor investeringen in veiligheid of energiebesparingen). Die blijven zoals ze zijn.
Voor meer informatie over de investeringsaftrek: https://www.unizo.be/advies/wat-de-investeringsaftrek-en-hoe-werkt-het

Minimumbelasting voor grote bedrijven
De belasting wordt ingevoerd voor ondernemingen die meer dan 1 miljoen euro winst maken, en in het verleden daar vaak niet op belast werden.

De minimumbelasting wordt een belasting voor bedrijven die méér dan 1 miljoen euro winst maken:
• Tot aan dat bedrag van 1 miljoen euro kan een onderneming, zoals vandaag, alle overdraagbare verliezen, notionele intrestaftrek, … in mindering brengen.
• Voor alle bedragen boven die 1 miljoen euro, zal de onderneming dat slechts voor 70% kunnen doen. Op de overige 30% van de winst boven 1 miljoen euro zal de vennootschap dus altijd vennootschapsbelasting betalen.

(Gedeeltelijke) harmonisering van de fiscaliteit voor vennootschappen en eenmanszaken
Een aantal fiscale bepalingen (aftrekbaarheid van autokosten, stopzettingsregeling) die gelden in de vennootschapsbelasting, zullen door het akkoord ook toegepast worden op eenmanszaken (zelfstandigen natuurlijke persoon die belast worden in de personenbelasting). Op die manier daalt de belastingdruk op eenmanszaken. Voorlopig is hier nog niet veel over bekend, raadpleeg dus regelmatig deze rubriek voor meer informatie.

Activering van het spaargeld
Nog nooit stond zoveel geld op spaarboekjes als vandaag. Om dat geld te activeren, voorziet de regering – naast de reeds bestaande belastingvrijstelling op de intresten op dat spaarboekje- ook een vrijstelling voor inkomsten uit aandelen.
Intresten op een spaarboekje worden beschouwd als ‘roerende inkomsten’. Vooraleer de bank die intresten uitbetaalt, houdt ze daar een roerende voorheffing van 15% op af. Behalve op de eerste schijf van 1880 euro. Op die eerste schijf moet geen belasting worden betaald.
Omdat de intrest echter zo laag staat (je moet al meer dan anderhalf miljoen euro op je spaarboekje hebben voor je aan dat bedrag van 1880 euro komt) én omdat er nog nooit zoveel geld op de spaarboekjes stond, wil de regering de huidige vrijstellingsdrempel in twee splitsen, in de hoop op die manier het geld op die spaarboekjes te activeren.
De vrijstellingsdrempel zal uit twee delen bestaan:
• De 1e korf blijft bedoeld voor intresten op het spaarboekje. Tot een bepaald bedrag betaal je daar dus geen belasting op. Alleen wordt dat bedrag verlaagd: vanaf nu zal je op de eerste schijf van 940 euro aan intresten geen belasting betalen. Als je meer intresten uit je spaarboekje haalt, betaal je daar 15% roerende voorheffing op.  
• De 2e (nieuwe) korf zal gaan over inkomsten uit aandelen: tot een bedrag van 627 euro betaal je op die inkomsten geen belasting.

Belangrijk: de 1e en de 2e korf staan los van elkaar: je moet dus niet eerst aan 940 euro intresten uit een spaarboekje geraken, om van de tweede korf te kunnen genieten.

 

SOCIAAL STATUUT ZELFSTANDIGEN

Snellere uitbetaling voor zieke zelfstandigen
Vanaf 1 januari 2018 wordt de carensperiode bij ziekte voor zelfstandigen ingekort van 1 maand naar 2 weken. UNIZO is blij dat de regering gehoor geeft aan één van onze voorstellen om het sociaal statuut van de zelfstandigen te verbeteren.
Een zelfstandige die lang ziek is, kon normaal pas na 1 maand beroep doen op een tussenkomst van het RIZIV. Die periode wordt nu teruggebracht tot 2 weken. Het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft hetzelfde.

 

Tijdens de 1e 2 weken

Vanaf de 15e dag

Alleenstaande

0

44,95

Samenwonende

0

34,47

Met gezinslast

0

56,17

Voor startende zelfstandigen daalt de inkomensdrempel in de berekening van de minimale sociale bijdrage
Vanaf 1 januari 2018 wordt de minimale sociale bijdrage voor startende zelfstandigen berekend op basis van een verlaagde inkomensdrempel. In het eerste jaar bedraagt de voorgestelde drempel 4432,08 euro. In jaar 2 bedraagt de voorgestelde drempel 8864,17 euro.

Momenteel betalen startende zelfstandigen in hoofdberoep sociale bijdragen van 20,5% op hun inkomsten uit het eerste jaar, met een minimum van 681,43 euro per kwartaal, met een jaarlijkse inkomensdrempel van 13.296,25 euro. Vanaf 2018 verandert de inkomensdrempel in het eerste en tweede jaar. In het derde jaar blijft de drempel op hetzelfde niveau als vandaag. Het percentage van 20,5% blijft ook.

Zie onderstaande tabel voor overzicht van de drempel voor de eerste drie jaren van activiteit:

Bijdragejaar

Huidige drempel

Voorgestelde drempel

Tot het einde van het eerste jaar

13.296,25

4.432,08

2e jaar

13.296,25

8.864,17

3e jaar en volgende

13.296,25

13.296,25

Mogelijkheid om tot 500 euro per maand onbelast bij te verdienen
Wie in hoofdactiviteit minstens 4/5e werkt of gepensioneerd is, kan in het kader van vrijetijdswerk, de deeleconomie en de activiteiten van burger tot burger van een fiscale en sociale vrijstelling genieten van 500 euro per maand of 6000 euro per jaar.

De regering zal nog een lijst uitwerken met de sectoren en arbeidsvoorwaarden waarop deze vrijstelling van toepassing zal zijn. Uit onze informatie blijkt dat dit in de eerste plaats gaat over wie in hoofdactiviteit minstens 4/5e werkt of gepensioneerd is, dit in specifieke functies van de non-profit sector, de deeleconomie en activiteiten die verricht worden van burger tot burger.
De registratie van deze activiteiten zal gebeuren via een elektronische toepassing, en de fiscale en parafiscale (nl. sociale bijdragen) vrijstellingen zullen automatisch gebeuren. De inkomsten zullen worden vermeld op de aangifte van de personenbelasting.
UNIZO is terughoudend over deze maatregel. De fiscale en parafiscale vrijstellingen kunnen voor oneerlijke concurrentie zorgen tegenover klassieke zelfstandigen.

Gedeeltelijke opname van pensioen mogelijk vanaf 2019
Door de invoering van een gedeeltelijk pensioen zal het mogelijk worden om een deel van het pensioen op te nemen en tegelijk verder te werken en pensioenrechten op te bouwen.

Met dit voorstel kunnen werknemers of zelfstandigen een deel van hun pensioen opnemen terwijl ze toch verder werken en aanvullende pensioenrechten opbouwen.
Het is de bedoeling om dit mogelijk te maken vanaf de leeftijd van het vervroegd pensioen. Deze maatregel kadert in het streven naar een vlottere overgang tussen voltijds werken en een definitieve uittreding uit de arbeidsmarkt.
UNIZO meent dat deze maatregel positieve effecten kan hebben voor zelfstandigen, die momenteel weinig ondersteuning hebben naarmate het einde van hun loopbaan dichterbij komt.

 

PERSONEEL

Verlaging van de opzegtermijn tot 1 week tijdens de eerste 3 maanden van de arbeidsovereenkomst
In geval van ontslag door de werkgever wordt de opzegtermijn tijdens de eerste 3 maanden van de arbeidsovereenkomst ingekort tot 1 week. Daarna bouwt deze verder op.

Deze beslissing geldt voor alle categorieën werknemers, zowel voor contracten van onbepaalde als bepaalde duur. Hieronder vindt u de tabel met de nieuwe opzegtermijnen. De datum van inwerkingtreding van deze maatregel is nog niet bekend.

Beslissing ministerraad:

 

 

 

 

 

 

Anciënniteit

<1 maand

<2 maand

<3 maand

<4 maand

<5 maand

<6 maand

Huidige opzegtermijn

2 weken

2 weken

2 weken

4 weken

4 weken

4 weken

Toekomst

1 week

1 week

1 week

3 weken

4 weken

5 weken

Uitbreiding flexi-jobs naar detailhandel en voor gepensioneerden.
Het systeem van flexi-jobs, waarmee werknemers vandaag kunnen bijklussen in de horeca, wordt uitgebreid naar de detailhandel. Daarnaast kunnen vanaf 1 januari 2018 ook gepensioneerden (werknemers en zelfstandigen) flexi-jobs uitoefenen.

Deze uitbreiding zal van toepassing zijn op de volgende paritaire comités van de detailhandel: bakkerijen en banketbakkerijen (p.c. nr. 118.03), handel in voedingswaren (p.c. nr. 119), zelfstandige kleinhandel (p.c. nr. 201), middelgrote levensmiddelenbedrijven (p.c. nr. 202.01), kleinhandel in voedingswaren (p.c. nr. 202), grote kleinhandelszaken (p.c. nr. 311), warenhuizen (p.c. nr. 312) en kappers en schoonheidsverzorgers (p.c. nr. 314). De uitbreiding naar gepensioneerden zal – logischerwijze – niet gelden voor personen in een SWT-stelsel (Stelsel van Wettelijke Bedrijfstoeslag – het hervormde en verstrengde brugpensioenstelsel).

Beperkingen op interimarbeid verdwijnen in alle private sectoren 
In de sector van de verhuizing, meubelbewaring en binnenscheepvaart bestaat vandaag nog een verbod om beroep te doen op uitzendarbeid. Dit wordt op 1 januari 2018 opgeheven.
 
Studenten tussen 16 en 18 jaar op zondag aan het werk 
In verschillende sectoren, waaronder de detailhandel, zal het verbod op zondagwerk voor personen jonger dan 18 jaar worden opgeheven. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2018.

De betrokken paritaire comités zullen worden gevraagd om zich uit te spreken over de mogelijke opheffing in hun respectievelijke sectoren. UNIZO zal via haar vertegenwoordiging in deze comités ervoor ijveren om dit verbod waar mogelijk op te heffen. Een volledig overzicht met de betrokken sectoren is nog niet beschikbaar.

Studenten die alternerend leren kunnen vanaf nu ook aan de slag als jobstudent in een andere onderneming
De huidige reglementering wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2017 hervormd om een student in alternerend leren toe te staan te werken als jobstudent in een andere onderneming dan de onderneming waar hij aan alternerend leren doet.

Jonge werknemers aanwerven wordt goedkoper
Vanaf 1 januari 2018 zal de arbeidskost voor jonge werknemers (18 – 21 jaar) dalen, ofwel door een verhoogde fiscale aftrekbaarheid, ofwel via een RVA premie. Hierdoor wordt het als werkgever interessanter om jonge mensen aan te werven.

Invoering nachtarbeid in kader van e-commerce eenvoudiger vanaf 2018
De regering stelt een wetswijziging voor om de invoering van nachtarbeid en zondagswerk eenvoudiger te maken. Momenteel is er nog geen zicht op de concrete uitwerking van deze beslissing. Bij de verdere uitrol van de nachtarbeid waakt UNIZO erover dat ook de KMO’s mee kunnen profiteren van de nieuwe voorwaarden.

Winstverdeling met werknemers wordt eenvoudiger
Werkgevers kunnen hun werknemers voortaan een winstpremie uitkeren op een fiscaal en parafiscaal gunstige manier. Ze kunnen hen zo makkelijker laten delen in de winst van het bedrijf.

Bedrijven zullen in de toekomst een fiscaal en parafiscaal vriendelijke winstpremie aan hun personeel kunnen uitkeren. Deze komt bovenop de loonnorm.

De fiscale en parafiscale behandeling van de winstpremie zal er als volgt uitzien:
- Sociale bijdrage werknemer: 13,07%
- Taxatie werknemer: 7%
- Taxatie werkgever: volgens het tarief in de vennootschapsbelasting (20% voor KMO’s en het gangbare tarief voor de grote bedrijven)

Indien er een winstpremie wordt uitgekeerd, moet dit mogelijk zijn voor alle werknemers. De verplichtingen inzake informatieverstrekking en sociaal overleg verschillen naargelang de hoogte van de winstpremie en afhankelijk van de vraag of onderscheid gemaakt wordt tussen werknemers. De totaal toegekende premie mag in ieder geval niet hoger zijn dan 30% van de loonmassa.

Invoering belasting op het betaald thuishouden van oudere werknemers
De regering voert een belasting in voor werkgevers die oudere werknemers betalen om thuis te blijven. De hoogte van de belasting bedraagt minimum 75,20 euro en kan variëren tussen 10 tot 20% van het bruto maandbedrag.

Hieronder vindt u de tabel met leeftijden, percentages en minimumtarieven.

Beslissing ministerraad

 

 

Leeftijd bij aanvang vrijstelling prestaties

Percentage toegepast op het bruto maandbedrag

Minima in €

Minder dan 55 jaar

20%

100

Minder dan 58 jaar

18%

100

Minder dan 60 jaar

16%

100

Minder dan 62 jaar

15%

75,2

62 jaar en ouder

10%

75,2

De bijdrage moet worden betaald tot het moment van pensionering. Indien de werkgever een opleiding voorziet voor de werknemer die thuis is, zal een vermindering op deze bijdrage worden toegekend. Het eerste jaar waarin de werknemer thuis blijft zal de werkgever verplicht een opleiding moeten aanbieden en in ruil daarvoor een grotere vermindering krijgen.

Invoering van burn-out coaches en recht op onbereikbaarheid voor werknemers in grote ondernemingen
Ondernemingen met meer dan 100 werknemers moeten een burn-out coach aanstellen. Daarnaast wordt vanaf 1 januari 2018 de mogelijkheid ingevoerd voor bepaalde werknemers om te “deconnecteren” buiten de arbeidstijd.

Er is nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar over deze maatregelen. Er is wel sprake van een toepassing enkel op de grotere ondernemingen. Meer bepaald: ondernemingen met meer dan 100 werknemers in geval van de burn-out coaches en ondernemingen met meer dan 50 werknemers wat betreft het recht op onbereikbaarheid. Uit de beschikbare informatie leiden we af dat deze laatste maatregel vooral tot sociaal overleg over de materie op ondernemingsniveau moet leiden.
UNIZO staat sceptisch tegenover deze maatregelen, en vindt dat ze te weinig gekaderd zijn in het bredere debat rond het nieuwe werken en flexibilisering.

Aanvullende vergoeding voor oudere werknemers die loopbaan wijzigen
Er wordt een voordelig fiscaal en parafiscaal kader gecreëerd voor oudere werknemers die hun loopbaan wijzigen en hiervoor een extra vergoeding ontvangen (van het sectorfonds of van de werkgever).

Werknemers die minstens 60 jaar (in geval van voltijds naar 4/5e) of 58 jaar (voor voltijdse werknemers in geval van omschakeling van ploegen- en nachtarbeid of aangepast lichter werk) zijn en hun loopbaan aanpassen mét vermindering van hun loon, kunnen een aanvullende vergoeding krijgen (van een sectoraal fonds of van de werkgever). Deze vergoeding zal vrijgesteld worden van sociale bijdragen en niet als loon worden beschouwd. Deze maatregel moet nog verder uitgewerkt worden.

Vanaf 2018 kunnen werknemers een deel van hun loon vrijwillig in aanvullend pensioen omzetten
Op dit moment bieden verschillende werkgevers een collectief pensioenplan aan voor hun werknemers. Werknemers zullen de mogelijkheid krijgen om aan de werkgever te vragen een deel van het loon in te houden om een bijkomend vrij aanvullend pensioenplan te financieren.

Zonder initiatief van de sector of de werkgever hebben werknemers momenteel geen toegang tot een aanvullend pensioen. De regering maakt het nu mogelijk voor werknemers om in te tekenen op een vrij aanvullend pensioen, ook al biedt een werkgever geen pensioenplan aan. De werkgever zal dan, op vraag van de werknemer, de bijdrage op het loon inhouden. Bijkomende informatie over deze maatregel is nog niet beschikbaar. UNIZO waakt erover dat de administratieve last en bijkomende verplichtingen voor de werkgever beperkt blijven en volgt de verdere implementatie van deze beslissing nauwgezet op.