“Belangrijk dat we elkaar regelmatig recht in de ogen kijken en inspireren.”
KMO’s van het Jaar aan tafel met de Vlaamse minister-president
UNIZO brengt ondernemers en beleidsmakers bij elkaar, en dat mag je vaak letterlijk nemen. Zo trokken we op 15 januari, samen met onze “KMO’s van het Jaar” (zie kader), naar het Martelaarsplein 19: het kabinet van Vlaams minister-president Matthias Diependaele voor een ontmoeting met op de agenda het uitwisselen van ervaringen, bekommernissen en verwachtingen ten aanzien van het beleid. Een verslag.
Vooraan: Bart Buysse (UNIZO), Matthias Diependaele (minister-president), Eline Banchaert (Klingele Chocolade)
Tweede rij: Natan Goffin (Tailormate), Koen Klingele (Klingele Chocolade), Ben Mijten (Mijten Dierenvoeders)
Derde rij: Ignace Degens (Tailormate), Geoffrey Wulleman (a2o Architecten), Vincent Theunynck (Vintecc), Bart Hoylaerts (a2o Architecten), Stef Mijten (Mijten Dierenvoeders)
Zijn vorige overleg liep wat uit, dus met enige vertraging wandelde Matthias Diependaele de ruimte binnen en schudde hij iedereen de hand. Bart Buysse, onze gedelegeerd bestuurder, opent het gesprek en bedankt de minister-president voor zijn gastvrijheid en luisterbereidheid. Het gesprek kan beginnen.
Maar eerst is het aan de minister-president zélf: “Wij staan sinds de start van deze Vlaamse regering zoveel mogelijk open voor input van de werkgeversorganisaties en sectorfederaties om ons beleid mee te sturen. Bijvoorbeeld over de problematiek van de overregulering zitten bedrijven mee aan tafel. Ook ons industrieplan hebben we besproken met de sectorfederaties. Net als ons defensieplan, trouwens, waar we eveneens de industrie bij betrokken hebben. Dus ook naar jullie toe: we staan altijd open voor commentaar, bijsturing, verbeteringen, kritiek… Wat dan ook. Mijn adjunct-kabinetschef, Pieter-Jan, werkt 24/7 (knipoogt)… dus laat maar komen.”
Een aanbod waar ondernemer Vincent Theunynck meteen graag op inpikt. Zijn bedrijf, Vintecc, dat hij samen met Karel Viaene runt, is gespecialiseerd in industriële digitalisering en slimme automatiseringsoplossingen en is in volle groei, ook internationaal. Hoewel hij met zijn zaak al een indrukwekkend parcours aflegde, voelt hij zich nog vaak een kleine speler in de grote ondernemerswereld: “Wat ik dikwijls merk, is dat de initiatieven die hier worden aangehaald vaak niet snel tot bij ons geraken. Neem bijvoorbeeld dat defensieplan. Wij hebben daar al lang interesse in, maar we horen daar tot nu toe weinig over. Als kmo is het niet zo evident om in dat netwerk binnen te geraken. Hoe komen we hier in contact met de juiste stakeholders?”
Matthias Diependaele pikt hier op in mijn een duidelijk perspectief: “We hebben in april vorig jaar al ons defensieplan gelanceerd, maar dergelijke grote plannen nemen inderdaad meerdere maanden in beslag om helemaal tot in de puntjes te concretiseren. We gaan nu op korte termijn een achttal mensen op pad sturen om mogelijk geïnteresseerde bedrijven te detecteren en in contact te brengen met defensie. Laat dus zeker van je horen. Als ondernemer kan je trouwens ook altijd proactief contact opnemen met VLAIO. Zij helpen je graag op weg. Maak daar zeker gebruik van.”
Het eerste onderwerp van gesprek is net doorgeslikt wanneer Ignace Degens de problematiek van de overregulering op het bord van de minister-president gooit. Samen met Natan Goffin (eveneens aan de tafel) en Kevin Goovaerts staat hij aan het roer van interieur- en standenbouwbedrijf Tailormate uit Mechelen, intussen goed voor meer dan vijftig medewerkers en klanten in meerdere landen wereldwijd, tot in de Verenigde Staten. “Ik krijg van langsom meer het gevoel dat ik een tennismatch aan het spelen ben met twintig verschillende administratieve diensten die mij allerlei vragen stellen en opdrachten geven. Een voorbeeld: bij een controle kregen we onlangs de opmerking dat we een plan moesten opstellen voor de re-integratie van langdurig zieken, terwijl we daar in twintig jaar nog nooit mee geconfronteerd zijn geweest. Toen ik vroeg of we met dat plan mochten wachten tot er zich effectief zo’n situatie voordeed, was het antwoord ‘nee’. Het moest nu meteen. We hebben hier en nu wel andere prioriteiten.”
Matthias Diependaele erkent dat de overregulering en administratieve overlast verder moet worden aangepakt. “We hebben al een aantal belangrijke stappen gezet om dat af te bouwen. Maar daar ligt nog werk op de plank.” Wanneer hij ingaat op de case van de langdurig zieken, stapt de minister-president even uit zijn rol als politicus. “Louter ten persoonlijke titel: die re-integratieplannen zijn een verdienstelijk federaal compromis. Maar zelf vind ik dat hier veel teveel verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de werkgevers, terwijl de oorzaak van deze ‘epidemie’ lang niet altijd daar moet worden gezocht. We hebben nog nooit in onze geschiedenis zo weinig uren gewerkt, we hebben nog nooit zoveel verlof en vrije tijd gehad, op alle punten doen we het een pak beter dan vroeger… Mijn vader was een kleine aannemer, wel toen droegen ze nog cementzakken van vijftig kilo, terwijl dat nu nog maximum vijfentwintig kilo mag zijn. Alles is gemakkelijker geworden en toch zouden ziektes en psychische aandoeningen door enkel het werk alleen maar gestegen zijn. Ik geloof dat niet. Als je ’s ochtends opstaat en naar het nieuws luistert, is het precies of je van werken alleen maar ziek wordt of een burn-out krijgt. Uiteraard moet er blijvende aandacht zijn voor mentaal welzijn, maar werk alleen maakt je niet ziek.”
Heel blij dat er geluisterd is naar onze vragen en verzuchtingen.
Instemmend geknik bij Koen Klingele, samen met Eline Blanchaert (eveneens aan de tafel) zaakvoeder van Klingele Chocolade uit Evergem, een toonaangevende producent van suikervrije, biologische, fairtrade en vegan chocolade. Het bedrijf is inmiddels aanwezig in meer dan veertig landen. “In ons land wordt werken gepercipieerd als iets voor de dwazen. En wie toch geld verdient – levensnoodzakelijk voor een kmo om te kunnen groeien – die moet daar maar zoveel mogelijk van afgeven om te herverdelen. Werken zou in dit land veel positiever bekeken moeten worden. Mijn werk is mijn hobby. Ik zeg dat ook altijd tegen mijn mensen op de werkvloer, met wie we trouwens een heel goede klik hebben: ‘Als ge u hier niet amuseert, moet ge hier niet blijven.’ Werken kan heel plezant zijn, maar je moet er zelf iets van maken.”
“Als ondernemers mogen we in dit verhaal niet de zwarte Piet toegeschoven krijgen, maar dat neemt niet weg dat we als werkgevers wel degelijk een belangrijke rol kunnen spelen in het creëren van een aangename werksfeer”, brengt Natan Goffin (Tailormate) als nuance in het debat. “Het feit dat we de voorbije twintig jaar geen langdurige uitval hebben gehad - terwijl er bij ons bijzonder hard, heel flexibel en vaak onder grote tijdsdruk moet worden gewerkt - is niet alléén daaraan te wijten, maar het draagt er wel aanzienlijk toe bij.”
Vincent Theunynck (Vintecc) is akkoord. “We zouden onze beste en meest gedreven medewerkers ook makkelijker individueel iets extra’s moeten kunnen geven. Want zij zijn de trekkers binnen het bedrijf die mee het verschil maken. Maar de belastingdruk maakt het in dit land quasi onmogelijk om werknemers op maat van hun persoonlijke prestaties te belonen. Neem die individuele bonussystemen. Wij betalen ons daar blauw aan, terwijl de betrokken medewerkers daar slechts een fractie van overhouden.”
Matthias Diependaele begrijpt de frustraties. “Wat jullie hier aanhalen, is voornamelijk federale bevoegdheid. Maar ik stel vanuit Vlaanderen samen met jullie vast – en ik denk tot genoegen van iedereen hier rond de tafel – dat er met de flexibilisering van de arbeidsmarkt op dat beleidsniveau tijdens deze legislatuur belangrijke sprongen vooruit zijn gemaakt. Ik verwijs onder meer naar de uitbreiding van de flexi-jobs naar quasi alle sectoren en de soepele vrijwillige overuren, waarbij bruto gelijk is aan netto. Daarmee heb je toch al wat extra instrumenten om wie harder wil werken extra te verlonen, zonder onoverkomelijke kosten.”
Terwijl de koffie wordt uitgeschonken, kaart Vincent Theunynck het heikele thema ‘plaatsgebrek’ aan, in het bijzonder voor onze industriële bedrijven. In zijn regio, West- en Oost-Vlaanderen, ziet Vincent vooral hoe bedrijven uitwijken naar het noorden van Frankrijk, waar er meer plaats is, waar de regels soepeler zouden zijn, waar er arbeidskrachten op overschot zijn… Ben Mijten, die samen met zijn zoon Stef Mijten (eveneens mee aan de tafel) een internationaal actief productiebedrijf in dierenvoeding- en supplementen runt, met afzetmarkten tot in Zuid-Korea, China, de Verenigde Staten en ver daarbuiten, voegt daar meteen de uitdaging van het trage vergunningenbeleid aan toe. “Als bedrijf wil je snelheid maken, maar dat duurt en dat duurt, terwijl je in afwachting in onzekerheid leeft.”
Matthias Diependaele: “Ik ontken allerminst dat er een ruimte- en vergunningenprobleem is, en we werken daar ook hard aan. Tegelijk zou ik toch ook het verhaal van die delokalisatie naar het noorden van Frankrijk willen nuanceren. We hebben dat onderzocht, heel recent nog, en wij kennen maar één enkel industrieel bedrijf dat hier zijn boel integraal heeft opgepakt en volledig naar Frankrijk is verhuisd. In alle andere gevallen gaat het om extra vestigingen, dichter bij de Franse afzetmarkt van die bedrijven, terwijl het moederbedrijf nog altijd volop in Vlaanderen aanwezig en actief is. Voor mij is dat van een heel andere orde dan een vertrek. De economische heropstanding van Noord-Frankrijk is overigens ook voor Vlaanderen en België een goede zaak.”
“Zijn we als Vlaamse kmo’s internationaal trouwens goed bezig?”, wil Eline Blanchaert (Klingele Chocolade) ter afronding van het gesprek van de minister-president weten.
Matthias Diependaele: “Sinds ik minister-president ben, mag ik vaak naar het buitenland om Vlaamse bedrijven internationaal voet aan grond te laten krijgen en, omgekeerd, om buitenlandse investeringen naar Vlaanderen te halen. Ik ben naar de VS geweest, Australië, India, Brazilië… en overal waar ik kom, ontmoet ik ondernemende Vlamingen en Vlamingen op topposities. Wij onderschatten vaak zelf onze straffe mentaliteit van ‘getting things done’. Gewoon de ‘Yes, we can!’-mentaliteit. Dus ja, jullie zijn verdomd goed bezig.”
Eveneens rond de tafel zaten Bart Hoylaerts en Geoffrey Wulleman van het toonaangevende architectenbureau a2o, met vestigingen in Hasselt en Brussel. Het bureau legt zich in belangrijke mate toe op stedelijke en landschapsarchitectuur en haalt daardoor ook een aanzienlijk deel van haar omzet uit overheidsopdrachten.
“We hebben een prachtig beroep, we geven de samenleving en onze omgeving mee vorm. Maar toch zien we een verontrustende uitstroom van voornamelijk jongere architecten. Momenteel overweegt één op vier jonge architecten om de sector te verlaten”, luidt Bart Hoylaerts (a2o) de alarmbel. En dat komt vooral doordat ons verdienmodel in vrije val is. En het is ook de overheid als opdrachtgever die hier mee de hand in heeft: door lage wedstrijdvergoedingen, door veel gewicht te geven aan het gunningscriterium ereloon of door niet-marktconforme erelonen voor te stellen. Vanuit de architecten zijn we absoluut vragende partij om hierover rechtstreeks in overleg te gaan.”
Matthias Diependaele: “Als Vlaamse overheid hebben we een jaarlijks overleg met alle stakeholders binnen de bouwsector, waaronder ook de orde van architecten. Dus ja, wij staan zeker open voor overleg. We zijn ook bereid om daarover, bijkomend, apart met de architecten te gaan samenzitten.”
Bart Hoylaerts (a2o Architecten): “Onze sector bloedt”
De wedstrijdwinnaars, nationaal en provinciaal, mogen ook telkens op bezoek bij de Vlaamse minister-president. Dit jaar was het de beurt aan winnaars van de editie 2025:
- Klingele Chocolade, KMO van het Jaar, nationaal en provincie Oost-Vlaanderen.
- Vintecc, voor de provincie West-Vlaanderen.
- Tailormate, voor de provincie Antwerpen
- a2o Architecten, voor de provincie Limburg
- Mijten Dierenvoeders, voor de provincie Vlaams-Brabant & Brussel
Straffe, lokaal verankerde kmo’s zijn van levensbelang voor onze welvaart en economie. Om hen de podiumplaats te bieden die ze verdienen, ten aanzien van het grote publiek en in het bijzonder ten aanzien van de beleidsmakers, organiseren we bij UNIZO elk jaar de wedstrijd “KMO van het Jaar”, in samenwerking met onze strategische partners Liantis en KBC, en onze projectpartners ClearMedia, PMV, SBB en GraydonCreditsafe.