Vorige week sprak ik een ondernemer die al bijna twintig jaar een klein familiebedrijf runt. Vijf mensen in dienst, klanten die hij bij naam kent, een zaak waar hij trots op is. Zijn kindje dat hij met bloed, zweet en tranen heeft gemaakt tot wat het vandaag is. Maar in zijn stem klonk twijfel. “Jos,” zei hij, “ik rijd precies met een auto die begint te sputteren. Ik geef maar gas, maar het voelt aan alsof ik niet meer vooruitkom.” Die zin bleef hangen bij me. Want het gaat niet enkel over zijn bedrijf. Het gaat ook over ons land. Over een economie die kreunt onder te veel gewicht en over een systeem dat dringend een onderhoudsbeurt nodig heeft. 

Ook diezelfde dag: de aankondiging dat er drie nieuwe stakingsdagen zullen aankomen. Alweer! Sommige bedrijven zullen opnieuw zwaar geïmpacteerd zijn, misschien zelfs genoodzaakt om hun productie stil te leggen of leveringen uit te stellen. De hinder is intussen voorspelbaar, maar wat we écht verliezen, is grip op de toekomst. Elke actie duwt de verschillende groepen nog wat verder uit elkaar. Werkgevers, werknemers, overheid — zitten nochtans allemaal in diezelfde sputterende auto, maar het voelt soms aan alsof iedereen de auto een andere kant uitstuurt. De ene geeft gas, de andere remt. De ene stuurt naar links, de andere zet dan weer de versnelling in achteruit. We weten allemaal wat er zal volgen. De auto zal met de nodige schokken tot bruusk stilstand komen en naar de garage moeten voor onderhoud, hopelijk zonder al te veel onherstelbare schade.  

Dat geldt ook voor onze sociale zekerheid. In 1970 droegen vijf actieven bij voor één gepensioneerde. Vandaag nog twee. Binnen vijftien jaar nog anderhalf. 

Een systeem dat tegelijk onaantastbaar én betaalbaar moet blijven, houdt geen stand — hoe graag we dat ook zouden willen. Wie dat negeert, schuift de rekening niet door naar een verre generatie, maar naar zijn of haar eigen kinderen. Solidariteit is niet hetzelfde als stilstand. Het is samen zorgen dat de motor blijft draaien — ook voor wie er allemaal na ons komt. Dat vraagt moed. Onze ondernemers tonen dat elke dag. Ze investeren, vernieuwen en nemen risico’s. Van onze sociale partners en beleidsmakers mogen we hetzelfde verwachten: de handen uit de mouwen steken, rond de tafel gaan zitten en durven sleutelen aan wat niet meer werkt. 

Willen we samen de motor terug op volle toeren krijgen, dan zullen de komende weken bepalend worden. Wie is bereid zijn of haar verantwoordelijkheid te nemen. Want uiteindelijk willen we toch allemaal hetzelfde: een land dat vooruitgaat, waar werken loont en waar onze kinderen in de toekomst nog kansen zullen krijgen om hun eigen koers te bepalen. De geschiedenis zal ons niet herinneren wanneer we met de wagen in de pitstraat stonden, maar wel omwille van de legendarische overwinningen die we konden binnenhalen. En dat is teamwork!   

Jos Vermeiren
Gedelegeerd Bestuurder UNIZO Oost-Vlaanderen