De kleinkunstklassieker “Het Dorp” van Wim Sonneveld beschrijft heel goed de romantiek en de nostalgie, die ons vroeg of laat allemaal overvalt. 

De troubadour mijmert even weg, terug naar het verleden, waar alles zoveel beter leek te zijn. “Ik was een kind en wist niet beter, dan dat het nooit voorbij zou gaan … dat dorp van toen het is voorbij. Dit is al wat er bleef voor mij, een ansicht en herinneringen.” 

Vooruitgang kan en mag je niet tegenhouden. Het is een perpetuum mobile, waarin iedere generatie zijn of haar eigen habitat moet creëren. Maar dat het de laatste decennia en dan vooral de laatste jaren, allemaal wel heel snel evolueert, kunnen we evenmin ontkennen. Waar de klassieke leefgemeenschap kon terugvallen op een sociaal en economisch weefsel bestaande uit meerdere bruine kroegen, lokale warme bakers, versslagers, een lokaal bank- en/of postkantoor en buurtwinkel, aangevuld met een kranten- en sigarettenwinkel, mag je je vandaag al gelukkig prijzen op het platteland op wandel- of fietsafstand  deze diensten überhaupt nog aan te treffen. En behalve de economische functies, mogen we vooral de sociale functies die verdwenen zijn niet verwaarlozen. Overal werd wel een praatje geslagen. Sociaal contact was omnipresent. Het verenigingsleven bloeide rijkelijk. Onmisbaar in een warme samenleving en voor de opvoeding van de jeugd. Het oude Afrikaanse gezegde ‘it takes a village to raise a child’ is er niet zomaar gekomen. Je hebt een hele gemeenschap nodig van mensen die zorgen voor mekaar, die een positieve interactie heeft met kinderen zodat ze met de juiste normen waarden kunnen groeien en ervaringen opdoen in een veilige en gezonde omgeving. 

Deze omgeving staat helaas hoe langer hoe meer onder druk. En het alternatief, zijnde een veelal individualistische, dikwijls digitaal gedreven omgeving, lijkt me maar een zwak surrogaat.  De positieve effecten van een bruisende dorpskern zijn legio en werden recent nog in kaart gebracht door een Frans onderzoek van Paris Commerces, Datactivist en Altavia Foundation met onder meer bevragingen in Parijs, Marseille en Rouen. Inzake gezondheid, veiligheid, cohesie, duurzaamheid, menselijkheid, solidariteit, milieuvriendelijkheid, … waren de meerwaardes binnen bruisende kernen heel sterk aanwezig. Meer dan 93% van de lokale ondernemers hadden persoonlijke sociale contacten met hun klanten en fungeerden zo als sociale lijm van ‘hun’ lokale kern. Zij waren de lokale voelsprieten en dikwijls het eerste klankbord, die eenzaamheid en isolement konden ombuigen in een luisterend oor. Een one- stop - shop als het ware voor iedereen die met een bepaalde nood of behoefte kampte. 

We krijgen regelmatig vragen van lokale politici die met de handen in het haar zitten, hoe hun kernen terug attractief en bruisend te maken. De oplossing ligt niet voor de hand, laat dat duidelijk zijn. En dat er een gedeelde verantwoordelijkheid ligt bij zowel beleid, consument en zelfs de ondernemer, staat evenzeer buiten kijf, maar duidelijk is wel dat de lokale ondernemer een deel van de oplossing. Steden en gemeenten die er in slagen lokaal ondernemerschap te stimuleren, in hun dorpskernen, hebben alleen maar te winnen. UNIZO werpt alvast de handschoen toe. Wie raapt ze op? 

Jos Vermeiren
Gedelegeerd Bestuurder UNIZO Oost-Vlaanderen