28% van ondernemers verwacht dat 2026 een (veel) slechter jaar wordt dan 2025, 80% plant geen of minieme investeringen
Vlaamse zelfstandigen, vrije beroepers en kmo’s kijken met weinig vertrouwen naar 2026. Dat blijkt uit onze recente bevraging bij 750 Vlaamse ondernemers. 28 procent van de ondernemers verwacht dat 2026 een (veel) slechter jaar wordt dan 2025. Het aandeel dat een beter jaar verwacht bedraagt 19 procent, een verschil van 50 procent. Dalende marges, stijgende kosten en (nieuwe) regelgeving zorgen voor de grootste kopzorgen in 2026. En dat heeft zijn gevolgen: de focus ligt op kostenbeheersing en investeringen worden uitgesteld. Maar liefst 80 procent van de kmo’s plant geen of slechts minieme investeringen in de eigen zaak.
“Ondernemers kijken vandaag niet vooruit omdat ze dat volgens de bevraging niet kunnen. Als je marge daalt, terwijl kosten blijven stijgen en nieuwe regels zich opstapelen, moet je focussen op overleven. Investeringen uitstellen, plannen on hold zetten, aanpassingen aan de bezetting: spijtig genoeg noodzakelijk voor veel ondernemers, en dat komt onze economie en maatschappij absoluut niet ten goede. Wie wil dat ondernemers opnieuw durven investeren in 2026, moet hen perspectief, stabiliteit en ademruimte geven.”
-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO
Weinig optimisme
Wanneer ondernemers gevraagd wordt hoe zij 2026 inschatten, verwacht bijna 30% een (veel) slechter jaar dan 2025. De grootste groep (50 procent) ziet het nieuwe jaar vooral als een voortzetting van 2025, terwijl 2025 voor veel ondernemers al geen evident jaar was.
Voor 2026 zien ondernemers vooral stijgende kosten als grootste probleem. Twee op de drie noemt hogere kosten voor bijvoorbeeld lonen, energieprijzen en grondstoffen als hun belangrijkste zorg. Daarnaast maakt bijna vier op de tien ondernemers zich zorgen over (nieuwe) regelgeving. Ook het vinden en behouden van personeel en de digitale transitie blijven belangrijke aandachtspunten.
“Opvallend is dat thema’s zoals internationalisering en verduurzaming minder prioriteit krijgen dan andere jaren. Dat wijst erop dat ondernemers vandaag vooral bezig zijn met overeind blijven, niet met uitbreiden. Ze geven aan vooruit te willen, maar worden teruggefloten door het ondernemerslandschap en de context van vandaag.”
-Bart Buysse
Investeren? Alleen als het echt moet
Die onzekerheid vertaalt zich rechtstreeks in de investeringsplannen voor 2026. Bijna de helft (48 procent) van de kmo’s geeft aan geen nieuwe investeringen te plannen. Nog eens 32 procent houdt het bij kleine, strikt noodzakelijke investeringen om de dagelijkse werking draaiende te houden. Slechts 8 procent spreekt van significante investeringen die inzetten op groei, innovatie of uitbreiding. Dat betekent dat het overgrote deel van de ondernemers voorlopig op de rem staat, wat op termijn ongetwijfeld gevolgen heeft voor de competitiviteit, werkgelegenheid en duurzaamheid.
“Die terughoudendheid is geen teken van afwachtend gedrag, maar van gebrek aan vertrouwen in de toekomst. Zonder zicht op stabiele kosten, duidelijke regels en een voorspelbaar economisch kader blijven ondernemers voorzichtig. Dat heeft niet alleen gevolgen voor individuele bedrijven, maar ook voor werkgelegenheid, productiviteit, competitiviteit en duurzaamheid van de Vlaamse en nationale economie.”
-Bart Buysse
Loonkosten in kmo’s werden met 22% geïndexeerd op 5 jaar tijd
Nu de inflatiecijfers voor december 2025 gepubliceerd zijn, weet ongeveer een kwart van alle werknemers in de privésector met een jaarlijkse loonindexatie waar ze aan toe zijn in januari 2026, namelijk een brutoloonindexatie van 2,21%. Tellen we dit cijfer samen met de stijgingspercentages van 2022, 2023, 2024 en 2025, dan zullen de loonkosten begin volgende maand 21,93% gestegen zijn op vijf jaar tijd. Voor elke 100 euro aan loonkosten die werkgevers betaalden in 2021, betalen ze nu 122 euro. Deze stijging is ongezien: het is evenveel als in 2007-2021, een periode van maar liefst 14 jaar. Volgens een snelle raming door UNIZO werden werkgevers in de private sector de voorbije vijf jaar geconfronteerd met een loonkostenfactuur van in totaal zo’n 40 miljard euro.
“Met deze loonkostenfactuur door middel van indexatie moet elke werkgever zien om te gaan. Het staat namelijk los van de economische realiteit in een kmo. De versterking van de structurele vermindering op patronale bijdragen (reeds in voege) en de beslissing om een centenindex in te voeren heeft UNIZO positief onthaald, maar het is belangrijk om ervoor te zorgen dat die centenindex zich - door de matigingsbijdrage die werkgevers ervoor moeten betalen en de impact van de centenindex op de berekening van de loonnorm - niet vertaalt in een nieuwe lastenverhoging voor werkgevers. Net zoals we nog steeds iets structureel moeten veranderen aan de manier waarop wij onze lonen indexeren. De dynamiek an sich moet eindelijk aangepakt worden. Hiervoor kijkt de federale regering in de eerste plaats naar de sociale partners: het is een duidelijke opdracht in het regeerakkoord met als deadline eind 2026. UNIZO is klaar om de handschoen op te pakken.”
-Bart Buysse