De leegstand van handelspanden in België blijft stijgen naar 11,9% (+ 0.7% tov eind 2025)en bereikt zo hoogste niveau sinds het begin van de metingen in 2008. Dat blijkt uit het nieuwste rapport van Locatus. In Vlaanderen alleen al stijgt de leegstand van 10,8% naar 11,9%. Na enkele jaren van daling is dit het tweede jaar op rij dat de cijfers opnieuw de verkeerde richting uitgaan. Vlaanderen zit daarmee niet langer onder het Belgische gemiddelde, maar er pal op. “Laat dit een wake-upcall zijn, als we onze lokale economie en kernen willen redden, is het nu tijd voor actie. Met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de Bouwboost van minister Brouns liggen er alvast twee beleidsinitiatieven op tafel waar we mee aan de slag kunnen.”

 “We zien dat ongeveer een derde van de leegstaande panden in België langer dan drie jaar leegstijd. 20 procent staat langer dan vijf jaar leeg.  Dat wijst op een mismatch tussen vraag en aanbod. De leegstand verschuift ook steeds meer naar middelgrote en kleinere stadscentra, daar verdwijnen winkels, banken en diensten steeds sneller. Ook de concurrentie van online en perifere ontwikkelingen blijft toenemen, een spijtig gevolg van enkele spijtige beleidskeuzes. Sinds corona zien we dat grotere steden (vaak met de grote ketens) opnieuw meer volk aantrekken, daar voelen de kleinere steden de gevolgen van. Want minder passage leidt tot minder omzet, en zo tot meer leegstand. We zijn onze lokale economie steeds meer aan het verliezen.”

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO

We bouwen bij, maar kernen lopen leeg 

UNIZO wijst naar de aanhoudende ontwikkeling van handelsactiviteiten buiten de stadskernen als belangrijke oorzaak van deze rampcijfers:

 “Over heel Vlaanderen blijven er perifere projecten bijkomen op plaatsen die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Dat creëert extra concurrentie voor bestaande handelszaken, we bouwen extra leegstand bij terwijl kernen leegbloeden. Het beleid werkt zichzelf zo tegen”

Stop ongewenste perifere ontwikkelingen 

Onze conclusie is duidelijk: er is nood aan een veel strenger en gerichter beleid. We moeten nu werk maken van een kader dat het veel moeilijker maakt om ongewenste retailontwikkelingen in de periferie nog toe te laten. We pleiten daarom opnieuw om een winkelshift te realiseren. De kernen in Vlaanderen verdienen beter. Alleen met een sturend en stimulerend beleid krijgen we opnieuw activiteit in onze centra.

Daarbij kijken we breder dan enkel klassieke handel:

“We moeten af van het idee dat een kern alleen draait rond winkels. Ook diensten en zelfs kleinschalige productie horen thuis in het centrum. Dat is waar wij voor pleiten met het concept van de bedrijvige kern, dat ondertussen ook verankerd zit in het Vlaams regeerakkoord.”

Nu verschil maken

Er liggen vandaag concrete kansen op tafel om het tij te keren. De Vlaamse regering werkt momenteel aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen: 

“Dat plan zal bepalen hoe onze ruimte er in de toekomst uitziet. Het beleidskader Economie binnen dat plan is een unieke kans om kernversterking niet alleen te benoemen, maar ook effectief te verankeren in regelgeving.”

“Ook andere, recente initiatieven bieden perspectief, op voorwaarde dat ze breder worden ingevuld. Minister Brouns kondigde de Bouwboost aan, met als doel sneller te bouwen in bestaande kernen en open ruimte te vrijwaren. Vandaag ligt de focus vooral op wonen. Maar als we echt sterke kernen willen, moeten we ook ruimte én stimuli voorzien om te ondernemen in onze kern.Denk maar het inzetten van de omgekeerde opcentimen om ondernemers aan te trekken, het voorzien van voldoende geldautomaten en het inzetten van de schat aan beschikbare data om tot een kwalitatiever en gefundeerd beleid te komen. Er moet dus een breed pakket aan maatregelen genomen worden om het ondernemerschap te stimuleren,  want zonder economische activiteit krijg je dode kernen, zols er vandaag al spijtig genoeg heel wat zijn.”

Bart Buysse besluit

De nieuwe leegstand die we vandaag zien, komt vooral uit de horeca, kappers, damesmode en bankkantoren. Dat zijn de bedrijven die een kern levendig maken. Als die verdwijnen, verdwijnt ook de aantrekkingskracht. Deze cijfers zijn echt belangrijk, want ze gaan over de leefbaarheid en toekomst van onze steden en gemeenten. Als we die willen redden, moeten we ingrijpen.