Speerpunten UNIZO 2026
Think Small First
Zelfstandige ondernemers en kmo’s zijn de motor van onze economie. 99,9% van alle ondernemingen in ons land zijn kleine of middelgrote ondernemingen. Samen zorgen ze voor 65% van de jobs en 58% van de toegevoegde waarde. Ze zijn de steunpilaar van ons systeem en onze maatschappij met hun toegevoegde waarde, innovatie, jobcreatie, de welvaart en het welzijn dat zij creëren. Toch vertrekt het beleid nog te vaak vanuit de logica der groten. Veel regels zijn ontworpen op maat van grotere bedrijven en te vaak wordt vergeten dat een kleinere ondernemer niet dezelfde draagkracht, middelen en mensen heeft als ‘de grote jongens’, zelf vaak meerdere petjes draagt en alle bordjes in de lucht moet houden.
Gedelegeerde bestuurders Bart Buysse van UNIZO en Bart Lodewyckx van UNIZO Limburg stellen dan ook duidelijk: “Keer de zaken om: ga voor beleid uit van kleine en middelgrote ondernemingen - het gros van de ondernemers in ons land - en stel daarna pas de vraag wat er nog nodig is voor grotere spelers. Dat zou onze zelfstandige ondernemers en kmo’s heel wat complexiteit, rompslomp, tijd, kosten en kopzorgen besparen. Nu blijven we regels maken voor de groten, die we dan moeten corrigeren via afwijkingen en uitzonderingen voor kmo’s. Het is heel belangrijk dat we die bijsturingen behouden: die zijn broodnodig en we hebben daarvoor hard voor onze ondernemers gestreden. Maar nog beter zou zijn om het uitgangspunt te veranderen.”
Christophe Wels, Bart Buysse, Bart Lodewyckx
UNIZO: de stem van ondernemers in het beleid
UNIZO is er exclusief voor eigenaar-ondernemers. Van elke schaalgrootte: van eenmanszaken en freelancers tot zaakvoerders van kleine en middelgrote ondernemingen. In elke sector: van vrije beroepers over bouwbedrijven, retailers, productie- en dienstenbedrijven - met meer dan 100 aangesloten sectoren. En in elke levensfase: van start over groei tot overdracht. Wat hen verbindt, is dat zij zelf eigenaar zijn van hun zaak, zelf investeren, zelf beslissingen nemen en ook zelf het ondernemingsrisico dragen. UNIZO vertrekt bewust vanuit deze realiteit: échte ondernemers die met hun engagement, innovatie en jobcreatie de ruggengraat vormen van onze economie en samenleving.
Christophe Wels, voorzitter UNIZO Limburg: “Zelfstandige ondernemers zijn de kracht van Limburg. Het zijn mensen die hier investeren, jobs creëren en verantwoordelijkheid opnemen, met een grote impact op hun omgeving. Net daarom is het cruciaal dat hun realiteit ook het vertrekpunt vormt van het beleid. UNIZO Limburg neemt die rol ernstig: wij brengen de stem van onze ondernemers consequent en onderbouwd tot bij beleidsmakers, met kennis van wat er écht leeft op de werkvloer. Niet om tegen beleid in te gaan, maar om het beter te maken. Wie de Limburgse economie wil versterken, moet beginnen bij de ondernemers die haar elke dag dragen.”
UNIZO zal zich in 2026 vanzelfsprekend over de gehele lijn blijven inzetten voor die kleine en middelgrote ondernemers en zal dat doen via een brede waaier aan dossiers, die we clusteren in vijf grote speerpunten voor 2026. De vijf thema’s waarop UNIZO dit jaar extra zal hameren om ondernemen opnieuw makkelijker, eerlijker en aantrekkelijker te maken. Want als onze ondernemers vooruitgaan, beweegt het hele land mee, in al zijn gelederen.
1 Think small first
Schrijf beleid niet voor grote bedrijven met grote middelen en een leger aan juristen en HR-medewerkers. Toets elke nieuwe maatregel eerst af op de realiteit van de kleinere ondernemingen. Wat voor hen werkt, werkt voor iedereen. En als het hen verlamt, verlamt het waarschijnlijk de hele economie.
We willen dat het beleid vertrekt van de kmo-realiteit. Vandaag tellen België en Europa tientallen kmo-vrijstellingen en uitzonderingsregimes die precies aantonen dat regelgeving structureel niet kmo-proof is ontworpen. Door van bij de start te vertrekken van de kmo-realiteit, kan die ‘uitzonderingencultuur’ worden afgebouwd. Naar de toekomst willen we het uitgangspunt omdraaien: eerst denken aan ondernemingen tot 50 werknemers, meten wat daarvoor administratief, financieel en praktisch haalbaar is op de werkvloer en daarop het beleid enten. Dan pas bekijken waar voor grotere bedrijven eventueel bijsturingen, aanpassingen of aanvullingen nodig zijn. “Think small first is geen ideologie, maar efficiënt beleid: wat werkt voor kleine ondernemingen, werkt beter voor iedereen.”
Concrete beleidsvragen:
- Maak van kmo-uitzonderingen de norm: ontwerp regelgeving vertrekkend van ondernemingen tot 50 werknemers en pas de regels waar nodig aan voor grotere bedrijven.
- Veranker de kmo-toets als startpunt van beleid: toets elke maatregel op administratieve, financiële en praktische haalbaarheid voor kmo’s.
- Verstreng kmo-regels niet verder: vermijd goldplating en garandeer stabiliteit en rechtszekerheid voor kmo’s.
2 Positievere beeldvorming
Zelfstandige ondernemers werken hard aan kwaliteit, service en innovatie en dragen daarbij risico’s voor eigen rekening, elke dag opnieuw. Ze scheppen zo mee welvaart, welzijn en werkgelegenheid en zorgen voor economische en maatschappelijke vooruitgang. Daarvoor verdienen ze respect en ondersteuning, geen wantrouwen.
We hebben ondernemers broodnodig. Geef hen dan ook de ruimte om te ondernemen, stimuleer, ondersteun en bescherm ondernemerschap. Een positievere beeldvorming vraagt geen privileges, wel een mentaliteitswijziging: vertrek van vertrouwen en respect voor wie elke dag onderneemt.
Concrete beleidsvragen:
- Zet in op positieve beeldvorming rond ondernemers(chap): impact op welvaart, welzijn, werkgelegenheid, lokale economie.
- Zorg voor correcte beeldvorming: niet enkel succesverhalen van ondernemers aan het zwembad, maar met oog voor de gevaren en risico’s.
- Inspecties moeten gerichter en steeds met respect: fiscaal charter, praktijktesten, recht op vergissing.
- Focus op de juiste domeinen om te besparen of middelen te vinden: sociale zekerheid (groeinorm, pensioenstelsels, langdurig zieken), overheidsbeslag, geld dat naar het buitenland vloeit, niet- (kmo-)bedrijfsgerelateerde subsidies.
3 Competitiviteit
“Laat onze kmo’s concurreren op kwaliteit, know-how en service, niet op wie het langst administratieve druk kan verdragen, de hoogste kosten kan slikken en de meeste drempels kan nemen. Ondernemen in België vraagt dringend minder druk, minder complexiteit en meer vooruitzicht en voorspelbaarheid.
Wie risico draagt, meerwaarde creëert en voor jobs zorgt, verdient ook een fair en voldoende vangnet. ‘Ondernemen is vrijheid’ mag geen excuus zijn voor de zeer zwakke bescherming bij ziekte of invaliditeit die ondernemers vandaag krijgen in België. Ook de pensioenopbouw hinkt achter. We hebben meer ondernemers nodig voor onze economie, verbeter hun statuut dan ook verder.
Uit de laatste KMO-barometer (december) van UNIZO en een recente bevraging bij 750 Vlaamse ondernemers bleek dat één op drie van onze ondernemers vrij pessimistisch zijn over 2026. Oorzaken zijn stijgende kosten, dalende marges, (internationale) onzekerheid, nieuwe regels. Dat heeft ook z’n impact op investeringen …
We willen dat ondernemers terug kunnen ondernemen. Creativiteit en kwaliteit worden in België overmeesterd door de enorme stapel aan administratieve lasten, kosten en onzekerheden. Te veel ondernemers voelen de marge krimpen door loonkost, energie, indexering en een fiscale omgeving die te vaak verandert of onduidelijk blijft. Dat remt export, investeringen en jobcreatie. In 2026 wil UNIZO competitiviteit opnieuw opbouwen met drie simpele keuzes: rechtszekerheid, eenvoud en een beleid dat groei niet straft. Dit zijn geen luxe-eisen, maar basisvoorwaarden voor ondernemerschap. Zonder die fundamenten verschuift energie van ondernemen naar overleven. Ondernemers willen werken, investeren en mensen aanwerven. Stimuleer hen daarin.
Concrete beleidsvragen:
- Verlaging loonkosten: opdracht tegen eind dit jaar voor de Groep van Tien rond loonvorming (loonnorm en -indexering), onderhandeling van een Interprofessioneel Akkoord 2027-2028, harmonisering aanvullende pensioenen arbeids-bedienden.
- Verlaging van de energiekost voor kmo’s.
- Aanpak van de kosten voor elektronisch betalen.
- Voorzie een opleidingsoffensief en een sterkere arbeidsmobiliteit- en migratie.
- Geen belastingverhoging of verhoging van sociale bijdragen; loonwig verkleinen en werken netto meer lonend maken.
-
Bescherm tegen regeldruk en rompslomp: ondoordachte regelgeving (vb. BTW, arbeidstijdregistratie), duurzaamheidsrapportering, Think small first!
4 Gelijk speelveld
Vandaag is er in België geen gelijk speelveld. Onze kmo’s botsen op regels die de grote spelers bevoordelen en op wereldmachten die onze markt overspoelen met hypergoedkope, vaak gevaarlijke producten. Onze eigen overheid werkt dit onbewust mee in de hand.
In theorie geldt dezelfde regelgeving voor iedereen, maar in de praktijk zijn schaalvoordelen, marktmacht en juridische slagkracht van grotere spelers doorslaggevend. Dat zet kmo’s structureel op achterstand. In 2026 wil UNIZO dat regels tegen oneerlijke handelspraktijken en misbruik van marktmacht strikter, duidelijker en strenger worden. Een kmo moet zaken kunnen doen zonder schrik voor contractvalkuilen, betalingsmisbruik of platformmacht. Dat is vandaag niet het geval. Denk maar aan laattijdige betalingen (ook van de overheid!) die cashflow onderuithalen, aan overheidsopdrachten die op papier “openstaan”, maar in de praktijk te complex of te groot worden gemaakt voor kmo’s. Of aan niet-Europese e-commerceplatformen waar te weinig tegen opgetreden wordt, één van de grootste problemen van deze tijd voor Belgische kmo’s.
Bescherming tegen machtsmisbruik moet niet alleen bestaan op papier, maar voelbaar zijn in de dagelijkse praktijk.
Concrete beleidsvragen:
- Aanpak van marktmacht van grote spelers + sterkere handhaving van niet-Europese e-commerce platformen.
- Geen concurrentie door de overheid en non-profit.
- Betere gunning van overheidsopdrachten aan kmo’s.
- Maar ook: bescherm tegen misbruiken door vakbonden (stakingsrecht en ontslagbescherming), doorgeslagen consumentenbescherming, onterechte doktersbriefjes, laattijdige en wanbetaling.
- Aanpak van lokale criminaliteit (witwasondernemingen).
5 Sociaal statuut van zelfstandigen verbeteren
Dinsdag kwam de FOD Sociale zekerheid nog met een monitoringrapport dat bevestigt dat zelfstandigen sneller dan werknemers onder de inkomensarmoedegrens terecht komen. Daarin speelt hun sociaal statuut een belangrijke rol. We willen dat het eindelijk aansluit bij hun rol en economische en maatschappelijke bijdrage. In 2026 gaan we dan ook vol voor een sociaal statuut met meer bescherming en een faire balans tussen bijdragen en rechten. Dat is geen kost voor het beleid, maar een investering in een duurzame ondernemersbasis en in de toekomst van onze economie.
Concrete beleidsvragen:
- Werk aan een aantrekkelijk sociaal statuut: harmonisering statuten, flexi-jobs voor zelfstandigen, hervormen statuut bijberoep, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
- Bescherm bij tegenslag: ziekte, wegenwerken (minder-hinder-plan)
- Versterk de randvoorwaarden: kinderopvang, mobiliteit, bedrijvige kernen.
Met deze vijf speerpunten wil UNIZO een duidelijke boodschap brengen: beleid dat vertrekt van zelfstandigen en kmo’s is niet alleen eerlijker, maar ook economisch sterker en maatschappelijk duurzamer. “Think small first moet geen slogan zijn, maar een harde norm in elk beleidsdomein,” besluiten Bart Buysse en Bart Lodewyckx.
2026 is een jaar van doorstart van de regeringen, die hopelijk de hervormingsagenda en de regeerakkoorden verder uitvoeren. Men zal ook opnieuw verder werk maken van het op orde stellen van de begroting. UNIZO zal in dit kader de nodige voorstellen doen, nagaan welke punten uit haar memorandum Krachtwerk daarbij nog aan bod kunnen komen en zal erop toezien dat verdere budgettaire oefeningen niet raken aan competitiviteit en ondernemerschap.