UNIZO: “Akkoord sociale partners negeren is expertise en realiteit ontkennen”
Zonet werd in De Kamer gestemd over de Programmawet. UNIZO is zeer ontgoocheld dat het eerder overeengekomen akkoord tussen de sociale partners rond de aanpassing van de index niet gevolgd wordt door de regering en de centenindex nu finaal in het parlement werd goedgekeurd. “We hebben met de sociale partners een historisch akkoord gesloten dat eenvoudig is en bovendien budgettair opbrengt. De centenindex daarentegen is nodeloos complex en dreigt op termijn neer te komen op een structurele belastingverhoging voor ondernemingen. Naast het negeren van het akkoord van de Groep van Tien over het alternatief voor de centenindex geeft UNIZO aan dat met nieuwe lastenverhogingen voor ondernemers door o.a. de verhogingen van de tarieven van de roerende voorheffing voor het uitkeren van dividenden (VVPRbis) en liquidatiereserves en de aanpassingen aan de Plusplannen, de grens is bereikt.
Centenindex
UNIZO betreurt de goedkeuring van de centenindex, want de sociale partners binnen de Groep van Tien sloten op 22 april 2026 een historisch akkoord over een alternatief voor de centenindex. Dat akkoord kwam er bovendien niet zomaar. Het past binnen het ruimere kader van de opdracht die de sociale partners in het regeerakkoord rond de loonvorming en de automatische indexering. Het gaat hier om een thema dat tot de kern van het sociaal overleg behoort. Precies daarom vindt UNIZO het teleurstellend dat de regering dit akkoord naast zich neerlegt.
UNIZO stelt zich dan ook ernstige vragen bij de rol die sociale partners nog kunnen spelen als een breed gedragen akkoord over zo’n kernmaterie wordt genegeerd:
“We hebben samen met de andere sociale partners onze verantwoordelijkheid genomen rond een belangrijke en gevoelige materie. Dan is het moeilijk te begrijpen dat de regering dat werk naast zich neerlegt en kiest voor een beperkter en complexer systeem.”
-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO
Nu de centenindex finaal toch werd goedgekeurd, vraagt UNIZO dat die waar mogelijk nog wordt bijgestuurd. In regeringskringen is te horen dat bijsturing of compensatie mogelijk zouden zijn. Het is essentieel dat de centenindex niet competitiviteitsvernietigend werkt en ondernemingen zo min mogelijk opzadelt met extra complexiteit en structurele lasten op arbeid.
“We bekijken nu samen onder sociale partners hoe we hier verder mee omgegaan. We willen onze rol blijven spelen, vanuit onze expertise en terreinkennis oplossingen blijven aandragen en in dialoog blijven gaan met de regering, maar vragen een duidelijk kader waarin sociaal overleg dat tot gedragen akkoorden leidt ook gehonoreerd wordt. Er moet een klimaat zijn waarin akkoorden tussen sociale partners ernstig worden genomen. Dat is belangrijk voor de besprekingen die we dit jaar nog onder sociale partners zullen voeren, onder meer rond loonvorming en -indexering, de evaluatie van het Herenakkoord en het sluiten van de Interprofessioneel akkoord voor de periode 2027-2028.”
Fiscale maatregelen
Het fiscale luik van de Programmawet richt zich ten eerste op de strijd tegen de ‘managementvennootschappen’ (VVPRbis en liquidatiereserves). Na een eerste reeks maatregelen in het regeerakkoord werden nog nieuwe verhogingen afgesproken in het begrotingsakkoord eind vorig jaar waarbij de tarieven van de roerende voorheffing voor het uitkeren van dividenden en liquidatiereserves van 15% naar 18% worden gebracht. UNIZO betreurt dat winst uitkeren opnieuw duurder wordt. Dit raakt zelfstandigen met een vennootschap en maakt deel uit van een reeks maatregelen die ondernemerschap opnieuw zwaarder belasten. Men zegt dat men managementvennootschappen wil aanpakken, maar in de praktijk treft men alle ondernemers met een vennootschap.
“De regering spreekt fiscaal dus met een dubbele tong: enerzijds zegt ze dat meer ondernemerschap dé manier is om uit het budgettaire moeras te geraken, maar anderzijds blijft ze de fiscale druk op de vruchten van dat ondernemerschap verder opvoeren. Dit is niet de manier om onze begroting op orde te krijgen noch om terug aan te knopen met groei. Daarvoor moet men ondernemerschap stimuleren en ondersteunen, niet fnuiken.”
Plusplannen
Een laatste onderdeel van de Programmawet met impact op ondernemingen slaat op de plusplannen van onze regering: de RSZ-korting voor de eerste vijf aanwervingen wordt nogmaals hervormd en verder uitgehold. Zo daalt de korting voor de eerste werknemer, terwijl de duur ingekort wordt voor de aanwerving van een tweede of derde werknemer. Uit een recente UNIZO-bevraging blijkt dat deze kortingen wel degelijk een stimulans zijn om van zelfstandige zonder personeel naar werkgever te evolueren. Voor 60% van de KMO-werkgevers is de RSZ-korting een essentieel duwtje in de rug.
“Met deze nieuwe hervorming van de plusplannen is de bodem bereikt. UNIZO is weliswaar tevreden dat de RSZ-korting voor de aanwerving van een vierde en vijfde werknemer heringevoerd worden, maar betreurt dat de vermindering voor de eerste werknemer verder verlaagd wordt tot amper 2.000 euro per kwartaal.”
“We rekenen erop dat de plusplannen nu op deze manier zullen blijven bestaan en dat door de komende extra begrotingsinspanningen hier geen verstrengingen meer doorgevoerd worden. Die rechtsonzekerheid kunnen ondernemers missen als kiespijn.”