UNIZO betreurt dat de federale regering de solidariteitsbijdrage bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer uitbreidt. Werkgevers zullen daardoor niet alleen tijdens de eerste en tweede maand na het gewaarborgd loon, maar ook tijdens de derde en vierde maand 30 procent van de ziekte-uitkering moeten betalen. Dat de opbrengst nadien via een bijdragevermindering terugvloeit naar de betrokken werkgevers, verandert daar niets aan. Deze maatregel wordt voorgesteld als responsabilisering, maar komt in feite neer op een platte boete.

“De bijdrage is verschuldigd ongeacht de inspanningen die een werkgever levert om een werknemer opnieuw aan het werk te krijgen. Dat is onfair. Ook ontstaat door deze uitbreiding de indruk dat elke langdurige afwezigheid de verantwoordelijkheid van de werkgever is, terwijl die op de oorzaak van de ziekte vaak geen enkele vat heeft.” 

“Positief is wel dat ondernemingen met minder dan vijftig werknemers buiten het toepassingsgebied van de maatregel blijven. Dat bekijken we als een UNIZO-overwinning. Kleine ondernemingen worden veel zwaarder getroffen wanneer een werknemer langdurig uitvalt en hebben vaak minder mogelijkheden en middelen om aangepast werk te organiseren. Het is goed dat de regering met die kmo-realiteit rekening houdt.” 

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO