UNIZO en de Federatie Vrije Beroepen (FVB) reageren bezorgd op het voorstel van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke om de centenindex toe te passen op de honoraria van zelfstandige zorgverstrekkers.  

“Een zelfstandige arts, kinesist of tandarts moet met zijn honoraria ook een praktijk draaiende houden. Een gedeeltelijke niet-indexering betekent daarom veel meer dan een lager inkomen. Zo treft dit voorstel niet enkel de zorgverlener, maakt uiteindelijk ook de patiënt.” 

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO en Philippe van Walleghem, secretaris-generaal van FVB 

Hoe wil de regering dit überhaupt uitvoeren? 

Naast de inhoudelijke bezwaren stellen UNIZO en FVB zich vooral ernstige vragen bij de praktische haalbaarheid van het voorstel. De centenindex is ontwikkeld voor ambtenaren en werknemers met een loon dat automatisch wordt geïndexeerd. Bij zelfstandige zorgverstrekkers werkt dat fundamenteel anders. Hun honoraria komen tot stand via onderhandelingen tussen de overheid, de ziekenfondsen en de vertegenwoordigers van de medische beroepen. Die onderhandelingen moeten bovendien nog starten. 

“Het is volstrekt onduidelijk hoe de centenindex op zelfstandige zorgverleners kan toegepast worden. Zolang er geen afspraken zijn rond de honoraria, weet niemand welke vergoedingscategorieën worden geraakt en hoeveel de maatregel werkelijk zal opleveren. Eerst 650 miljoen euro aan besparingen aankondigen en pas daarna uitzoeken hoe je die wil realiseren, is contraproductief op alle vlakken.” 

Voer het debat waar het thuishoort 

Volgens UNIZO en FVB is het veel zinvoller om het debat te voeren over de remgelden. Die zijn al jaren onvoldoende mee geëvolueerd met de stijgende kosten in de gezondheidszorg en weerspiegelen de economische realiteit niet langer. Nochtans was eerder afgesproken dat een hervorming van de remgelden 125 miljoen euro moest opleveren. Over de concrete uitvoering daarvan blijft het voorlopig stil. 

UNIZO en FVB pleiten daarom voor een indexering van de remgelden en voor een algemene verplichting om ze effectief te innen. Vandaag gebeurt dat niet altijd, waardoor verschillen ontstaan tussen zorgverleners en de financiering van de zorg minder transparant wordt. 

“Om de gezondheidszorg financieel duurzamer te maken, moeten we niet beginnen bij een onduidelijke ingreep in de honoraria van zelfstandige zorgverleners, maar bij het debat over de remgelden. Die moeten opnieuw aansluiten bij de gestegen kosten en daarom worden geïndexeerd. Ook moet de inning ervan algemeen verplicht worden. Dat is een veel duidelijkere, eerlijkere en beter uitvoerbare piste dan eerst honderden miljoenen euro’s aan besparingen in te schrijven op honoraria waarvan de concrete afspraken nog moeten worden onderhandeld.” 

UNIZO en FVB vragen daarom om eerst in overleg te gaan met de vertegenwoordigers van de vrije beroepen en de medische sector alvorens een beslissing te nemen. Een maatregel met zulke verstrekkende gevolgen kan pas worden overwogen wanneer duidelijk is hoe hij juridisch en praktisch zal worden uitgewerkt en welke impact hij zal hebben op de financiële leefbaarheid van zelfstandige zorgpraktijken. 

Wat betekent dit concreet voor een zelfstandige zorgverlener? 

Voor een zelfstandige zorgverlener is een honorarium een manier om de huur of lening van de praktijk, energiekosten, medisch materiaal, software, verzekeringen, personeel en andere werkingskosten te betalen. Die kosten blijven jaar na jaar stijgen. Als de indexering van de honoraria wordt beperkt, stijgen die inkomsten niet langer mee.  

Dat is geen eenmalige ingreep. De lagere indexering wordt de nieuwe basis voor alle toekomstige aanpassingen, waardoor het financieringsverlies zich jaar na jaar opstapelt. Wat vandaag een besparing van 0,9 procent is, groeit zo uit tot een uitholling van de financiële draagkracht van zelfstandige zorgpraktijken.