UNIZO: “Minder arbeidsmigratie is pas succes als vacatures ook ingevuld raken”
Het aantal aanvragen voor arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie is tijdens de eerste zeven maanden van 2026 met bijna 12 procent gedaald. Bij middengeschoolde profielen bedraagt de daling zelfs bijna 47 procent. UNIZO waarschuwt ervoor dat men hieruit niet zomaar mag afleiden de strengere regels hun doel bereiken en dat het probleem van de knelpuntberoepen op het terrein is opgelost. Minder arbeidsvergunningen afleveren mag geen doel op zich zijn. De echte maatstaf is hoeveel vacatures we ingevuld krijgen en hoe makkelijk en efficiënt onze bedrijven hun vacatures ingevuld krijgen.
Strengere regels
Sinds begin dit jaar gelden in Vlaanderen strengere regels voor economische migratie. Laaggeschoolde werknemers van buiten de EU komen, met uitzondering van seizoenarbeiders, niet meer in aanmerking. Ook voor middengeschoolde profielen werd de toegang beperkt. Het aantal aanvragen voor die laatste groep daalde daardoor van 1.291 in de eerste zeven maanden van 2025 naar 686 in dezelfde periode dit jaar: een terugval van bijna 47 procent.
“Minister Demir zegt dat de daling bewijst dat de strengere regels hun vruchten afwerpen. Dat is te kort door de bocht. Natuurlijk moeten we eerst maximaal mensen die hier beschikbaar zijn aan het werk krijgen. Maar de daling van de arbeidsmigratie kan je niet los zien van de afkoelende arbeidsmarkt. In de voorbije twaalf maanden werden 13 procent minder vacatures rechtstreeks bij VDAB gemeld. Bij de middengeschoolde arbeidsmigranten is de terugval met bijna 47 procent wel veel groter, net voor de groep waarvoor de regels fors zijn verstrengd. Minder aanvragen betekenen echter nog niet dat die vacatures nu door Vlaamse of Belgische werkzoekenden worden ingevuld. Als dat het geval is, is dat goed nieuws. Maar geen enkel cijfer toont dat aan. Het succes van deze hervorming meet je niet aan hoeveel arbeidsmigranten je minder toelaat, maar aan hoeveel vacatures je ingevuld krijgt.”
-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO
Eerst activeren, arbeidsmigratie als sluitstuk
Voor UNIZO moet de eerste prioriteit altijd zijn om zoveel mogelijk mensen die vandaag in Vlaanderen en België beschikbaar zijn, aan het werk te krijgen. Activering, opleiding en interregionale mobiliteit komen vóór economische migratie. Maar wanneer ondernemingen ondanks die inspanningen geen geschikte kandidaat vinden, moet gerichte arbeidsmigratie mogelijk blijven.
Dat blijft volgens UNIZO noodzakelijk. VDAB telt in 2026 nog altijd 227 knelpuntberoepen en spreekt zelf van hardnekkige tekorten, onder meer door de mismatch tussen de competenties van werkzoekenden en de profielen die werkgevers nodig hebben. Bovendien staan tegenover elke 100 mensen die de Vlaamse arbeidsmarkt door pensionering verlaten slechts 81 jongeren die instromen.
“Een ondernemer gaat niet aan de andere kant van de wereld personeel zoeken als hij hier iemand kan vinden. Buiten Europa rekruteren vraagt tijd, administratie en geld. Maar een werkzoekende en een openstaande vacature zijn niet automatisch een match. Als een onderneming hier aantoonbaar geen geschikt personeel vindt, moet ze voor een knelpuntberoep ook buiten Europa kunnen zoeken. Economische migratie is geen eerste keuze, maar wel een noodzakelijk sluitstuk.”
Vooral kmo’s getroffen
UNIZO waarschuwde al vóór de invoering van de strengere regels samen met twintig sectorfederaties voor een te sterke beperking van de middengeschoolde economische migratie. Bijna 70 procent van de aanvragen voor middengeschoolde profielen kwam van ondernemingen met maximaal 50 werknemers.
UNIZO vraagt de regering daarom om de nieuwe regels niet alleen te beoordelen op het aantal aanvragen of toegekende vergunningen. De relevante vraag is hoeveel vacatures waarvoor vroeger een beroep werd gedaan op economische migratie vandaag daadwerkelijk worden ingevuld met mensen die al beschikbaar zijn op de Vlaamse of Belgische arbeidsmarkt.