85 procent van de Vlamingen vindt ondernemers belangrijk voor de toekomst van Vlaanderen. Toch zou 54 procent ongerust zijn als hun kind in het ondernemerschap stapt en zou 39 procent het resoluut afraden. Zelfs 4 op de 10 ondernemers zou er zelf niet meer opnieuw voor kiezen. Dat zijn enkele opvallende cijfers uit het onderzoek dat UNIZO en IVOX uitvoerden bij 1000 Vlamingen (ondernemers en niet-ondernemers) naar aanleiding van het grote UNIZO-Momentum van zonet. UNIZO heeft haar werkjaar daar officieel aangevat met de oproep om ondernemen opnieuw aantrekkelijk te maken, met vier heldere boodschappen.  

“Als we morgen een welvarende maatschappij willen, moeten we er vandaag voor zorgen dat mensen kunnen en willen ondernemen en daarbij alle slaagkansen krijgen. Dat begint bij hoe we naar ondernemers kijken. Uit het onderzoek blijkt nogmaals hoe hard foute beeldvorming de spijtige clichés over ondernemerschap in leven houden. Daarnaast moeten ondernemers ook gewoon terug kunnen ‘ondernemen’. Een zelfstandige ondernemer is door de complexiteit en administratie haast geen ondernemer meer, maar een administratief bediende, boekhouder, jurist, preventieadviseur, duurzaamheidsdeskundige,... die tussendoor ook nog onderneemt als hij de tijd vindt.” 

“En wanneer iemand, ondanks alle regeltjes, papierwerk en hindernissen van vandaag, toch beslist om risico te nemen, zorg er dan tenminste voor dat die kan spelen op een eerlijk speelveld met vaste spelregels. Onze ondernemers kunnen tegen stevige concurrentie, maar ze kunnen niet op tegen (buitenlandse) giganten die op onze markt aanwezig zijn maar niet volgens dezelfde regels spelen. Zeker niet wanneer er constant regels bijkomen, veranderen of onzekerheid wordt gecreëerd. Om te willen investeren, moet je vooruitzicht hebben en weten welke regels morgen zullen gelden.” 

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder UNIZO 

Uit de studie die u onderaan kan vinden, puurde UNIZO vier hoofdboodschappen om ondernemen opnieuw aantrekkelijk te maken. Ze vormden ook de rode draad doorheen het UNIZO Momentum van dinsdagavond, met podiumgasten als Bart De Wever, David Clarinval, Hilde Crevits, Conner Rousseau en Frédéric De Gucht.  

Kijk naar de ondernemer, niet naar het cliché 

Ruim 3 op de 4 huidige en voormalige ondernemers vinden dat ze te weinig respect krijgen voor hun harde werk, 6 op de 10 voelen zich te negatief voorgesteld in de media en 8 op de 10 vinden dat we positiever moeten zijn over ondernemerschap.

Toch is er vanuit de bevolking veel waardering voor wie een eigen zaak heeft. Drie op de vier Vlamingen ziet ondernemers als een motor van onze economie, 8 op de 10 gunt het hen om veel geld te verdienen en 85 procent vindt ze belangrijk voor de toekomst van Vlaanderen. 

Maar achter die waardering schuilt enig wantrouwen. De helft van de Vlamingen denkt dat veel ondernemers sjoemelen. Toch vindt slechts één op vier dat zelfstandigen te weinig belastingen betalen. Een tegenstelling die nogmaals aantoont hoe ingebakken bepaalde schadelijke clichés zitten: 

“Beeldvorming is nooit onschuldig. Als we ondernemers maar vaak genoeg afschilderen als zakkenvullers of Pierre met de Porsche die geen belastingen betaalt, dan blijft dat beeld hangen. Ondernemerschap is vandaag sterker controleerbaar dan ooit, met onder meer de invoering van e-facturatie en werknemersregistratie. En zelfs ondanks het feit dat zelfstandigen vijf keer meer risico lopen op inkomensarmoede dan werknemers en er nooit meer faillissementen waren dan vandaag, blijft het beeld van de sjoemelende Balthasar Boma hardnekkig overeind. Ondernemers vragen niet om op een voetstuk te worden gezet, wel om niet voortdurend in het verdachtenbankje te belanden.”

Zorg dat ondernemers terug kunnen ondernemen 

Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen de beeldvorming mensen afremt om ondernemer te worden. Wie geen zelfstandige is, start er vooral niet mee door de financiële onzekerheid (39%), het risico om te mislukken (33%) en door de administratieve rompslomp (31%). Bijna een kwart noemt ook het sociaal statuut als drempel en één op de vijf vreest voor de impact op gezin en vrije tijd. 

“Op alle beleidsniveaus werden beloftes gemaakt om de papierstapel en regeldruk drastisch te verkleinen, maar in realiteit gaat dat nog onvoldoende snel en blijven er in tussentijd vooral veel extra regels, registraties en rapporteringen en dus kosten bijkomen.”

Leg mij bijvoorbeeld maar eens uit hoe je enerzijds oproept tot minder regeldruk en anderzijds opnieuw een verplichte prikklok invoert, bedrijven nieuwe rapporteringsplichten rond loontransparantie en duurzaamheid oplegt en de consumentenregels verder uitbreidt met nieuwe regels rond greenwashing, levertermijnen en een hervormde consumentenombudsdienst.”

Dat wil niet zeggen dat er niets beweegt. Er zijn ook bloemen uit te delen. Zo werden aanpassingen aan statuten die vroeger via de griffie moesten gebeuren en vaak tergend traag verliepen, nu gedigitaliseerd. Dat is een heel belangrijke vereenvoudiging en toont vooral dat het wél kan. Alleen hebben we veel meer van dat soort ingrepen nodig.

“Nu, de administratieve emmer loopt niet over door een paar grote verplichtingen, maar door duizenden kleine druppels. Eén regeltje schrappen zal dus niet volstaan. We moeten de manier waarop we regels maken en toepassen veranderen. Pas bijvoorbeeld het only once-principe eindelijk consequent toe en vraag ondernemers geen informatie die de overheid al heeft. Voor elke nieuwe administratieve kost moet er daarom veel meer verdwijnen dan erbij komt. Wij stellen een duidelijke norm voor: één euro erbij betekent drie euro eraf. En stimuleer en responsabiliseer overheden voor vereenvoudiging via ‘begrotingsprikkels’.” 

Laat ondernemers spelen op een eerlijk speelveld met vaste spelregels 

Belgische ondernemers moeten voldoen aan strenge regels rond veiligheid, duurzaamheid, fiscaliteit en consumentenbescherming. Tegelijk komen via grote niet-Europese webshops massaal goedkope producten onze markt binnen die niet aan deze verplichtingen voldoen. Ook binnen Europa is het speelveld niet altijd gelijk: ondanks de interne markt botsen ondernemers bij grensoverschrijdend ondernemen nog te vaak op nationale regels, handelsbelemmeringen en protectionisme

Ook tussen grote en kleine spelers is het speelveld niet altijd gelijk. Dat zien we bijvoorbeeld bij overheidsopdrachten. Jaarlijks schrijven onze overheden voor tientallen miljarden euro’s opdrachten uit, maar nergens in Europa gaan die minder vaak naar kleine ondernemingen dan in België. Kmo’s botsen nog te vaak op te grote opdrachten, een berg administratie en voorwaarden op maat van grote spelers. 

“Wie hier producten verkoopt, moet aan dezelfde regels voldoen, of die nu vanuit Kortrijk, Keulen of Korea komen. Dat betekent ook veel strengere controles op producten van buiten Europa en buitenlandse platformen effectief verantwoordelijk maken wanneer producten niet aan onze regels voldoen. En ook de overheid moet haar eigen huiswerk maken. Knip grote overheidsopdrachten op in kleinere percelen, beperk de administratieve rompslomp en zorg ervoor dat kmo’s effectief kunnen meedingen. Geef onze ondernemers geen streepje voor, maar ook geen streepje achter. Zet iedereen op hetzelfde veld, met dezelfde regels, en laat de beste winnen. Mede dankzij David Clarinval en Hilde Crevits zijn de voorbije maanden federaal en Vlaams belangrijke stappen vooruitgezet. Daar zijn we zeer tevreden mee, nu moeten we daarop voortbouwen.” 

Een eerlijk speelveld vraagt volgens UNIZO ook om rechtszekerheid. Ondernemers investeren, werven mensen aan en sluiten contracten voor meerdere jaren. Dat lukt alleen als ze erop kunnen vertrouwen dat de spelregels niet voortdurend veranderen of opnieuw ter discussie worden gesteld. Laat ook dat een boodschap zijn die onze ministers meenemen aan de begrotingstafel.  

Denk groot, maar eerst klein 

99 procent van alle ondernemingen in België zijn kmo’s. Samen zorgen ze voor twee derde van de jobs en 58 procent van onze toegevoegde waarde. Kmo’s vormen het fundament van onze economie. Toch wordt beleid nog te vaak bedacht vanuit de realiteit van grote ondernemingen. 

UNIZO vraagt daarom dat Think Small First het uitgangspunt wordt van nieuw beleid. Toets voor elke nieuwe regel of beslissing eerst af of die ook werkbaar is voor de kleinste ondernemingen. Wat werkt voor een kmo, zal doorgaans ook werken voor een groot bedrijf. Omgekeerd is dat lang niet altijd het geval. 

“Kmo’s zijn meer dan de kleine broertjes van onze economie, ze zijn onze economie. Als 99 procent van je ondernemingen kmo’s zijn, is het absurd om beleid eerst op maat van de grootste bedrijven te schrijven. Denk niet minder groot, maar denk eerst klein. Want het makkelijker maken om een kleine onderneming te starten, te runnen en te laten groeien, is de snelste weg om ondernemen terug aantrekkelijk te maken.”