Brussel heeft haar begroting voor 2027 beet. Dat de oefening steunt op hervormingen binnen de overheid is belangrijk en goed. Toch blijven we bij UNIZO vooral op onze honger zitten. Over investeringssteun en kmo-subsidies ontbreekt alle duidelijkheid, over besparingen op het arbeidsmarktbeleid die aanwervingen bij onze kmo’s zullen bemoeilijken, spijtig genoeg niet. UNIZO kijkt daarom uit naar de begrotingstabellen en de meerjarenbegroting. Die moeten aantonen hoe de regering haar groeiambitie concreet zal waarmaken.

“Een duurzaam begrotingsevenwicht vraagt structurele hervormingen en een sterkere economische basis. De aangekondigde verkoop van overheidsgebouwen is daar een goed voorbeeld van. Die kan bijdragen aan het financiële herstel, maar levert slechts eenmalige inkomsten op. Het Brussels Gewest betaalt jaarlijks 550 miljoen euro aan rentelasten, ongeveer 1,5 miljoen euro per dag. Zonder groei is iedere begroting een verdeling van schaarste. En voorlopig zien we onvoldoende hoe de regering die groei zal waarmaken.”

“Aanwervingssteun komt onder druk en voor economie worden geen extra middelen aangekondigd. Over investeringssteun en kmo-subsidies blijft het stil. Export is goed voor 33 procent van de Brusselse toegevoegde waarde. We verwelkomen de terugkeer van de exportpremie, waarvoor we hebben gepleit. Die steun is essentieel, maar het budget en de looptijd na de hervorming volgend jaar blijven onduidelijk. De begrotingstabellen moeten dan maar duidelijk maken waar de groei vandaan zal komen en welk perspectief Brusselse ondernemers krijgen.”

-Julie Huntz, experte Brussel bij UNIZO.

Eerbare doelstelling, naast een zorgwekkende besparingsinspanning

Om een begrotingsevenwicht in 2029 te halen, bespaarde de Brusselse regering al 40 miljoen euro op het arbeidsmarktbeleid in 2026. Daarbovenop komt nog eens 55 miljoen euro extra in 2027. De besparingsinspanning loopt daarmee op tot 95 miljoen euro. Omdat de gesco’s, de gesubsidieerde jobs bij gemeenten en verenigingen, en de dienstencheques worden ontzien, komt de druk bij Actiris, zijn partners en de aanwervingssteun voor ondernemingen (activa.brussels) te liggen. UNIZO zal erop toezien dat werkgevers daardoor niet minder steun krijgen om werkzoekenden aan te werven en op te leiden.

Brussel wil zeven op de tien inwoners op arbeidsleeftijd aan het werk krijgen. De regering neemt daarvoor enkele goede beslissingen. Werkzoekenden moeten binnen vijftien dagen na hun inschrijving bij Actiris begeleiding krijgen en zeven op tien Actiris-medewerkers zullen werkzoekenden begeleiden. UNIZO steunt die aanpak. Ook de lagere aanvullende personenbelasting, waardoor werkenden netto meer overhouden, past bij de ambitie om werken aantrekkelijker te maken.

“Werkzoekenden begeleiden moet uiteindelijk tot een job leiden. Kleine werkgevers investeren bij een aanwerving vaak nog in opleiding en begeleiding, terwijl hun nieuwe medewerker nog niet volop kan meedraaien. Dat kost tijd en geld. Gerichte steun helpt hen die stap te zetten. Steun afbouwen die mensen aan een job helpt, is een contraproductieve besparing.”

“Omdat de overgangsregeling eind dit jaar stopt, moet de opvolger van activa.brussels op 1 januari 2027 klaarstaan, met voldoende budget en duidelijke voorwaarden. Werkgevers moeten hun aanwervingen kunnen plannen. Brusselse werkzoekenden hebben niet altijd de vaardigheden die werkgevers zoeken. Aanwervingssteun helpt ondernemingen om die mensen op te leiden en een kans te geven. Zo kunnen meer Brusselaars aan het werk, wat ook de begroting van het Gewest versterkt. We steunen eveneens het akkoord tussen Actiris en het RIZIV om mensen na ziekte opnieuw aan het werk te helpen. De regering moet snel duidelijk maken hoeveel mensen begeleiding krijgen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn.”

-Julie Huntz

Investeren moet haalbaar blijven

UNIZO betreurt dat de regering geen extra middelen voor economie aankondigt. De AI-begeleiding via sustAIn.brussels en het vernieuwde aanbod van Innoviris voor de zorg en duurzame sectoren kunnen bedrijven wel helpen te groeien, efficiënter te werken en te vernieuwen. Die initiatieven verdienen steun. Ook hier is nog onduidelijk hoeveel dit zal kosten en opleveren.

Investeringen in renovatie kunnen tegelijk het woningpark verbeteren en werk opleveren voor aannemers en installateurs. De regering voorziet daarvoor vanaf het voorjaar van 2027 een budget van 66 miljoen euro voor renteloze energie- en renovatieleningen. UNIZO verwelkomt die financiering, maar vindt het zonde dat de premies daarbij volledig verdwijnen. We blijven voorstander van een combinatie van premies en leningen, zoals ook aanbevolen door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB).

De leningen richten zich vooral op gezinnen. Naast de residentiële gebouwen moeten ook tertiaire gebouwen**, zoals winkels en kantoren,** gerenoveerd worden. UNIZO vraagt daarom dat de voorwaarden ook duidelijk aangeven hoe ondernemers ervan kunnen gebruikmaken.

Veilige buurten en vlot bereikbare ondernemingen

Klanten moeten met een gerust hart de stad kunnen beleven, en medewerkers moeten zich veilig voelen op weg naar hun werk. Daarom steunt UNIZO de aangekondigde 6,8 miljoen euro voor het globale veiligheids- en preventieplan volop! Veilige en nette straten helpen wijken opnieuw aantrekkelijker te maken om te bezoeken en te ondernemen.

Ondernemers moeten er ook hun plannen kunnen realiseren en hun zaak vlot bereikbaar houden. De ambitie om stedelijke projecten te versnellen en het investeringsplan voor de renovatie van de tunnels sluiten daarop aan. UNIZO vroeg al langer om zo’n plan: een vlotte mobiliteit helpt iedereen vooruit.

Die bereikbaarheid moet ook centraal staan in het nieuwe regionale mobiliteitsplan, dat rekening moet houden met de noden van de Brusselaars. Voor UNIZO telt daarbij dat klanten, medewerkers en leveranciers hun bestemming vlot kunnen bereiken, tegen een betaalbare prijs. Bij de hervorming van de verkeersbelasting moet de regering rekening houden met voertuigen die ondernemers nodig hebben voor hun beroep. Samen met het wegenvignet mag die hervorming hun totale mobiliteitsfactuur niet verhogen.