Binnen de Nationale Arbeidsraad loopt momenteel een evaluatie van het systeem van flexi-jobs, op basis van onderzoek van het Rekenhof en het Federaal Planbureau. Hoewel die evaluatie nog niet definitief is afgerond, trekt het ABVV al volstrekt voorbarige conclusies over mogelijke verdringing van reguliere arbeid. Veel van de beschikbare gegevens en vaststellingen hebben quasi uitsluitend betrekking op de horeca. Zelfs voor die sector laten ze geen verregaande conclusies toe, laat staan dat ze zomaar naar alle andere sectoren kunnen worden doorgetrokken. Dit biedt dan ook geen basis om een werkbaar en succesvol systeem voor alle sectoren opnieuw ter discussie te stellen.”

“Het is goed dat het systeem van flexi-jobs grondig wordt geëvalueerd, maar dan moeten we ook correct weergeven wat die evaluatie zegt. De meeste conclusies steunen op gegevens uit de horeca en zijn genuanceerd. Daaruit kan je onmogelijk besluiten dat flexi-jobs in alle sectoren dezelfde effecten hebben. Ook voor de horeca is het beeld veel genuanceerder dan het ABVV voorstelt. De analyse wijst op een lichte substitutie tussen flexi-werk en reguliere arbeid bij flexi-jobbers, maar benadrukt dat die beperkt blijft in intensiteit en duur.”

“Op sectorniveau zou de verschuiving zich vooral voordoen bij andere vormen van flexibele arbeid, zoals uitzendarbeid, bij nieuwe aanwervingen of bij de regularisatie van zwartwerk. Dat is iets anders dan beweren dat flexi-jobs op grote schaal vaste jobs verdringen. Zulke veralgemeningen helpen een sereen debat niet vooruit. Buiten de horeca zijn de gegevens bovendien nog beperkter, waardoor conclusies al helemaal niet zomaar naar alle sectoren kunnen worden doorgetrokken.”

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO

Geen harde basis

Volgens UNIZO laat de evaluatie niet toe om te besluiten dat flexi-jobs reguliere arbeid verdringen. De onderzoekers spreken zelf over beperkte effecten en beschikken buiten de horeca niet over voldoende gegevens om brede conclusies te trekken. Ook over de impact op zwartwerk en de inkomsten van de sociale zekerheid blijft het beeld onvolledig.

Ook de analyse van de gezondheidseffecten levert geen duidelijke impact op. UNIZO waarschuwt er daarom voor om een genuanceerde en beperkte studie te herleiden tot een eenvoudig verhaal waarin flexi-jobs per definitie schadelijk zouden zijn. Flexi-jobs bieden immers voordelen voor zowel werkgevers als flexi-jobbers.

Flexi-jobs vullen uren in die anders openblijven

Wie toch conclusies uit deze cijfers wil trekken, kan vaststellen dat flexi-jobs vooral worden ingezet om arbeidspieken op te vangen, op specifieke dagen, tijdens weekends en steeds vaker ook op weekdagen. In de horeca tonen de cijfers dat flexi-jobs bijdragen aan het opvangen van de krapte op de arbeidsmarkt, zeker waar vacatures moeilijk ingevuld raken. In die gevallen zorgen flexi-jobs dus net voor bijkomend arbeidsvolume en bijkomende inkomsten voor de sociale zekerheid.

Minder voorbarige conclusies

Flexi-jobs blijven, ondanks alle aandacht, een relatief beperkt onderdeel van de arbeidsmarkt. Ze vertegenwoordigen slechts iets meer dan 1 procent van de werkgelegenheid en ongeveer 0,5 procent van de loonmassa. De beschikbare analyses tonen niet aan dat flexi-jobs de vaste tewerkstelling aantasten. Waar er al effecten zichtbaar zijn, situeren die zich vooral tegenover andere vormen van flexibele arbeid, zoals uitzend- of seizoenswerk. Meer data, betere sectorale analyses en kwalitatief onderzoek kunnen helpen om het debat verder te objectiveren en meer duiding te geven bij de manier waarop flexi-jobs in verschillende sectoren worden ingezet.

“De juiste volgorde is om eerst verder onderzoek te voeren en in overleg te gaan met de sectoren. De huidige evaluatie biedt geen basis om een werkbaar en succesvol systeem voor alle sectoren opnieuw ter discussie te stellen.”