Het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) publiceert vandaag zijn zogenaamd tussentijds technisch verslag in het kader van de Loonnormwet van ’96. Daaruit blijkt dat de loonkostenhandicap met onze drie buurlanden vorig jaar bijna zou zijn weggewerkt, en eind dit jaar zelfs licht negatief zou worden. Goed nieuws voor onze concurrentiepositie, aldus UNIZO, maar voorzichtigheid is absoluut nodig, en het vermijden van extra (loon)lasten voor onze kmo’s essentieel.

Voor de competitiviteit van de Belgische ondernemingen is het van groot belang dat onze loonkost niet sneller stijgt dan de loonkosten bij onze drie buurlanden. Maar de Belgische loonkost ontspoorde enkele jaren geleden en de loonkostenhandicap met die drie buurlanden bedroeg 2,5% in 2023 en nog 1,5 % in 2024. De loonkost in België was dus sinds 1996 1,5% sneller gestegen tot 2024 dan de lonen in de drie buurlanden. Uit het tussentijds verslag van vandaag blijkt nu dat die loonkostenhandicap in 2025 bijna is verdwenen, en eind dit jaar zelfs licht negatief zou worden, namelijk ongeveer -1%.

“Dit is natuurlijk goed nieuws. Belgische kmo’s hebben de voorbije jaren gevoeld wat een oplopende loonkosthandicap betekent. Dunne marges werden nog dunner en er moesten manieren gevonden worden om meer te doen met minder. Dat stopt nu niet plots, België blijft met een aanzienlijke loonkost worstelen, maar een daling is positief voor de concurrentiepositie van onze kmo’s ten opzichte van de buurlanden. Hopelijk kan dit ruimte brengen voor nieuwe investeringen en aanwervingen.”

- Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO

Het verslag van de CRB van vandaag toont ook aan dat de hervormde wet van ’96 absoluut noodzakelijk blijkt als tegengewicht voor de automatische loonindexering in België. Bij een externe schok met oplopende inflatie stijgt de Belgische loonkost veel sneller dan in de buurlanden ten gevolge van die automatische loonindexering, zo toont ook het CRB-verslag van vandaag zeer duidelijk aan.

Door dat automatisme, waaraan dus geen enkel overleg of onderhandeling te pas komt, zet de minste inflatieschok een turbo op de loonkosten waardoor Belgische ondernemers een competitiviteitsnadeel boven het hoofd hangt dat jaren kan aanhouden. Het heeft vier jaar van quasi loonblokkering gevergd, dus een loonmarge gelijk aan 0, om onze loonkostontwikkeling in gelijke pas te brengen met die van de buurlanden.”

- Bart Buysse

Voorzichtigheid is geboden!

UNIZO wijst erop dat het verslag van vandaag een tussentijds verslag is, dat bedoeld is om de vinger aan de pols te houden rond de loonkostontwikkeling en de economische situatie, en zo nodig in te grijpen. Het dient absoluut niet om nu reeds het debat te voeden over eventuele loonkostverhogingen. 

De basis voor het komende loonoverleg voor de periode 2027-2028 is het technisch verslag van de CRB dat binnen een jaar, in februari 2027, gepubliceerd zal worden. Daar zal de loonkosthandicap én de maximaal beschikbare marge voor de loonkostontwikkeling over de periode 2027-2028 worden vastgelegd.”

- Bart Buysse

Voorzichtigheid met de cijfers van vandaag is dus absoluut geboden, aldus UNIZO. De cijfers voor 2025 en 2026 zijn nog projecties, en de ervaring leert dat er heel wat wijzigingen kunnen optreden op een jaar tijd. Om nog maar te zwijgen over de mogelijke gevolgen van de volatiele geopolitieke context en meer bepaald een snel oplopende inflatie.

“Uit onze kmo-barometer bleek de onzekerheid en de precaire toestand van de rendabiliteit bij veel ondernemers. Dat vertaalt zich ook in de investeringsplannen waarbij slechts 8% van onze ondernemers aangeeft significante investeringen te doen in 2026. 2025 was ook het jaar met de meeste faillissementen sinds 2013. Ervan uitgaan dat het nu allemaal een ‘walk in the park’ wordt voor ondernemers, zou een totaal verkeerde veronderstelling zijn.”

- Bart Buysse

Lastenverhogingen voor kmo’s vermijden

Naast de klassieke vergelijking met 1996 publiceert de CRB ook cijfers die aangeven hoeveel duurder een gewerkt uur in België is tegenover het gemiddelde in de buurlanden. Voor de privésector ging het om 10,1% in 2019, 9,0% in 2022, 11,3% in 2023 en 10,0% in 2024. Met andere woorden: een gewerkt uur in België is al enkele jaren zo’n 10% duurder dan in de buurlanden. Dat komt neer op een kost van €48 per gewerkt uur in België, tegenover €44 in Duitsland en Frankrijk en €43,5 in Nederland. Dat is gemiddeld €4 verschil per uur. 

“Deze evolutie van de loonkosthandicap mogen beleidsmakers niet beschouwen als ‘missie geslaagd’. De komende maanden blijven er onzekerheden die de loonkost opnieuw kunnen opdrijven. Zo vrezen we bijvoorbeeld dat de nieuwe loonmatigingsbijdrage in het kader van de centenindex blijft doorlopen en dus een permanente kostenverhoging voor ondernemingen betekent. Dat is absoluut te mijden. Bovendien is elk percent winst in loonkost tegenover de buurlanden, die nog steeds onze voornaamste handelsconcurrenten zijn, goed nieuws voor onze competitiviteit en werkgelegenheid.”

- Bart Buysse

UNIZO vraagt dan ook dat het beleid de positieve trend vasthoudt en geen nieuwe kostenmechanismen op gang trekt die de kloof met de buurlanden opnieuw vergroten. Kmo’s hebben nood aan voorspelbaarheid, stabiliteit en een loonkost die het mogelijk maakt om te blijven investeren en mensen aan te werven.