UNIZO vraagt regering bijsturing mobiliteitsbudget en ploegenarbeid.
UNIZO vraagt de federale regering om twee maatregelen die ongetwijfeld in het witte mapje van de premier staan, bij te sturen. Nieuwe berekeningen tonen dat de geplande verplichting van het mobiliteitsbudget naar schatting 1 miljard euro zal kosten aan de begroting. Dit lijkt ons het moment om de geplande wijziging niet door te voeren en alle kansen te geven aan de breed gedragen vereenvoudigingsvoorstellen van de sociale partners. Ook de nieuwe regeling voor ploegen- en nachtarbeid die de regering finaliseert, moet tegen het licht worden gehouden. Rechtszekerheid is belangrijk, maar een bijkomende loonkost is absoluut te mijden!
Vanaf 1 januari 2027 moeten ondernemingen met meer dan 50 werknemers die bedrijfswagens aanbieden ook een mobiliteitsbudget aanbieden. Vanaf 2028 zou die verplichting worden uitgebreid naar ondernemingen met meer dan 15 werknemers.
De Tijd publiceerde vandaag nieuwe berekeningen van EY over de mogelijke budgettaire impact. Vandaag zou het mobiliteitsbudget de overheid jaarlijks zo’n 200 miljoen euro aan inkomsten kosten. Als 20 procent van de bedrijfswagenrijders zijn wagen inruilt voor een mobiliteitsbudget zonder wagen, kan dat volgens EY oplopen tot 1 miljard euro. Die berekening is gebaseerd op aannames over hoeveel werknemers daadwerkelijk zullen overstappen en moet dus met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Maar in de huidige begrotingscontext is ze voor UNIZO wel een belangrijk bijkomend argument om de geplande verplichting opnieuw tegen het licht te houden.
“Het mobiliteitsbudget heeft als vrijwillig instrument zeker zijn waarde en biedt werkgevers en werknemers extra flexibiliteit. Maar vooraleer we het verplicht opleggen aan duizenden bijkomende ondernemingen, moeten we ervoor zorgen dat het systeem eenvoudig, werkbaar en voldoende gericht is. Werkgevers en vakbonden hebben daar samen een breed gedragen voorstel voor uitgewerkt. Nu nieuwe berekeningen bovendien wijzen op een potentieel grote budgettaire impact, is er des te meer reden om dat akkoord alle kansen te geven. Zeker aan de vooravond van bijzonder moeilijke begrotingsonderhandelingen. Er ligt een breed gedragen alternatief klaar. Gebruik het.”
- Bart Buysse, Gedelegeerd bestuurder UNIZO
Het akkoord
Voor UNIZO ligt de oplossing dan ook in de voorstellen die werkgevers en vakbonden samen op tafel hebben gelegd. Concreet willen we het mobiliteitsbudget op drie punten bijsturen. Ten eerste moet de administratie voor werkgevers eenvoudiger, onder meer door de complexe berekening van de totale kostprijs van een bedrijfswagen te vereenvoudigen. Ten tweede vragen we tijdelijke uitzonderingen voor functies waarvoor een wagen een noodzakelijk werkinstrument is, zoals vertegenwoordigers, thuisverplegers en thuishelpers. Ten derde willen we ervoor zorgen dat het mobiliteitsbudget voldoende gericht blijft op mobiliteit en niet steeds meer wordt gebruikt als een fiscaal voordelige aanvulling op het loon.
Vooral dat laatste is in deze context relevant. Vandaag kan het mobiliteitsbudget onder bepaalde voorwaarden volledig naar huur of hypotheek gaan. De sociale partners willen dat voor nieuwe mobiliteitsbudgetten beperken tot maximaal 50 procent. Zo blijft de flexibiliteit die het systeem aantrekkelijk maakt behouden, maar wordt tegelijk beter bewaakt dat het mobiliteitsbudget in de eerste plaats een mobiliteitsinstrument blijft.
De potentiële kost van 1 miljard euro uit de EY-analyse komt niet alleen voort uit woonkosten, maar onder meer uit het verlies van belastinginkomsten wanneer werknemers hun bedrijfswagen volledig opgeven. Het akkoord van de sociale partners neemt die potentiële budgettaire kost dus niet volledig weg. Het maakt het systeem wel eenvoudiger en gerichter en beperkt de mogelijkheden om het mobiliteitsbudget voor fiscale optimalisatie te gebruiken.
Ploegenarbeid: rechtszekerheid zonder hogere loonkosten
Ook bij de hervorming van het fiscale voordeel voor ploegen- en nachtarbeid vraagt UNIZO een bijsturing. Sinds een arrest van het Grondwettelijk Hof uit 2024 dreigen ondernemingen het voordeel te verliezen wanneer opeenvolgende ploegen niet hetzelfde werk uitvoeren of niet even groot zijn. Daarom geldt momenteel een tijdelijke regeling waarbij ongelijke ploegen wel zijn toegestaan, maar het fiscale voordeel vermindert.
Die overgangsregeling loopt eind dit jaar af. De regering wil nu een definitieve oplossing: voortaan zouden werknemers in een gezamenlijk uurrooster die werk verrichten met hetzelfde eindresultaat als ploegenarbeid worden beschouwd. Zo kan bijvoorbeeld de ene ploeg een product maken en de volgende het verpakken, zonder dat het fiscale voordeel verloren gaat.
“De nieuwe definitie sluit veel beter aan bij hoe productie en logistiek vandaag georganiseerd worden en geeft de zowat 19.000 ondernemingen die van het fiscale regime gebruikmaken opnieuw meer rechtszekerheid. Dat kunnen wij dan ook enkel toejuichen. Maar we begrijpen niet waarom dit gepaard moet gaan met een bijkomende stijging van de loonkosten. De regering wil het minimumpercentage van de premie voor ploegen- en nachtarbeid immers gefaseerd optrekken van 2 naar 5%.”
“Dat is meer dan een verdubbeling, terwijl we net alles op alles moeten zetten om onze loonkostenhandicap terug te dringen. Net daarvoor werd dit fiscale voordeel destijds ingevoerd. Het fiscale voordeel wordt vandaag vooral gebruikt door arbeidsintensieve bedrijven die al onder een hoge loon-, energie- en regeldruk staan. Bijkomende loonkosten dreigen in deze sectoren dan ook nefast te zijn voor hun concurrentievermogen. Zorg dus voor die broodnodige rechtszekerheid, maar laat de bijkomende loonkost achterwege.”
-Bart Buysse, Gedelegeerd bestuurder UNIZO