De nieuwe meerwaardebelasting voor jou toegelicht
In onderstaand adviesitem vind je alle informatie over de nieuwe meerwaardebelasting. Deze informatie steunt op het wetsontwerp dat begin 2026 in het Parlement zal worden besproken.
Het stond al in het regeerakkoord en is nu spijtig genoeg werkelijkheid geworden. De Arizona-regering heeft een nieuwe belasting in het leven geroepen: de solidariteitsbijdrage of meerwaardebelasting. Vanaf 2026 word je belast op de meerwaarde die je realiseert bij een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa, bijvoorbeeld wanneer je aandelen op de beurs koopt en verkoopt.
Deze nieuwe belasting is een bittere pil voor ondernemers. UNIZO waakt er dan ook over dat deze voldoende wordt verzacht door de uitvoering van de maatregelen in het regeerakkoord ten gunste van ondernemers. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemersaftrek, de hervorming van de personenbelasting, flexibiliteit op de arbeidsmarkt en de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Situering van de meerwaardebelasting in de Belgische fiscale lasagne
De meerwaardebelasting is een onderdeel van de personenbelasting. Je moet deze betalen op een meerwaarde gerealiseerd los van enige beroepsactiviteit.
1. Je koopt- en verkoopt aandelen in het kader van je beroepsactiviteit, bijvoorbeeld als trader. Er is dan sprake van een beroepsinkomen, dat wordt belast aan de progressieve tarieven in de personenbelasting. Dit is vandaag al het geval. Je valt dus niet onder de nieuwe meerwaardebelasting.
2. Je koopt- en verkoopt aandelen in je vrije tijd en dit kadert binnen het normaal beheer van je privévermogen. Bijvoorbeeld: je kocht een aandeel van bedrijf X en verkoopt dit enkele jaren later met meerwaarde. Vandaag betaal je hierop geen belasting. Vanaf 2026 wordt deze meerwaarde echter belast onder de nieuwe meerwaardebelasting.
3. Je koopt- en verkoopt aandelen in je vrije tijd, maar de fiscus beschouwt deze transacties als speculatie of een abnormaal beheer van je privévermogen. In dit geval moet je 33% belasting op je meerwaarde betalen. Dit is vandaag al het geval, de nieuwe meerwaardebelasting verandert hier niets aan.
De meerwaardebelasting zal ook gelden in de rechtspersonenbelasting. VZW’s of stichtingen die in de rechtspersonenbelasting worden belast zullen dus ook geconfronteerd worden met deze nieuwe belasting, tenzij zij giften ontvangen waarvoor een fiscaal attest wordt uitgereikt.
Tot slot komt er een exit tax. Als je binnen de twee jaar na een verhuis uit België een meerwaarde realiseert op financiële activa, zal je toch de Belgische meerwaardebelasting moeten betalen.
Trigger van de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting is een belasting op de meerwaarde gerealiseerd bij de overdracht onder bezwarende titel van financiële activa.
De meerwaardebelasting viseert vier soorten financiële activa:
- Financiële instrumenten zoals aandelen, opties en ETF’s;
- Verzekeringsovereenkomsten met een spaar- of beleggingscomponent, zoals TAK 21 met een spaarcomponent of TAK 23. Opgelet: de tweede en derde pensioenpijler vallen niet onder de meerwaardebelasting;
- Crypto-activa;
- Valuta (geldmiddelen en digitale centrale bankmunten) en beleggingsgoud (goudstaven en gouden munten).
Er moeten dus twee componenten aanwezig zijn.
In de eerste plaats moet er een belastbaar “financieel actief” zijn.
In de tweede plaats moet er een overdracht onder bezwarende titel zijn. Dit betekent dat je het financieel actief overdraagt tegen een bepaalde prijs. Het typevoorbeeld hiervan is de verkoop van een aandeel. Een overdracht via schenking, erfenis of een inbreng in het kader van een huwelijk vormen dus geen trigger voor de meerwaardebelasting.
Het fotomoment als vertrekpunt voor de opbouw van de belastbare meerwaarde
De meerwaardebelasting geldt niet voor historische meerwaarden. Dit is alle meerwaarde die je opbouwde tot eind 2025. Enkel de meerwaarde die je opbouwt vanaf 1 januari 2026 wordt dus belast.
Daarom is het belangrijk om de waarde van de financiële activa op 31 december 2025 (het zogenaamde “fotomoment”) te bepalen.
Voor een beursgenoteerd financieel actief is dit gemakkelijk: je kijkt naar de slotkoers van 2025.
Voor niet-beursgenoteerde financiële activa, zoals de aandelen van een niet-beursgenoteerde vennootschap, is het bepalen van de waarde op het fotomoment minder evident. Je kan aansluiten bij de waardering gebruikt voor een transactie met een onafhankelijke derde die plaatsvond in 2025, bijvoorbeeld naar aanleiding van een kapitaalverhoging. Voor de waardering van aandelen kan je ook terugvallen op een soort “standaardwaardering”: het eigen vermogen + 4 x EBITDA (de bedrijfskasstroom). Je kan er evenwel ook voor kiezen om een waardebepaling te laten uitvoeren door een bedrijfsrevisor of onafhankelijk accountant. Deze moet dan tegen eind 2026 bepalen wat de waarde was van de aandelen op 31 december 2025 (het fotomoment).
Het fotomoment vormt dus het vertrekpunt voor de opbouw van de belastbare meerwaarde. Op dit principe bestaat er een tijdelijke uitzondering (tot eind 2030). Als de aanschaffingswaarde van je financieel actief hoger was dan de waarde op 31 december 2025 (bij het fotomoment), dan geldt toch de hogere aanschaffingswaarde. Hiervoor is wel vereist dat je als belastingplichtige de aanschaffingswaarde kan bewijzen.
Clara kocht in 2024 een aandeel voor 100 EUR. Het bedrijf doet het echter slecht, waardoor haar aandeel op 31 december 2025 nog maar 50 EUR waard is. Clara verkoopt haar aandeel in 2029 voor 200 EUR. De meerwaarde is dan 100 EUR, omdat niet de waarde op het fotomoment maar de hogere aanschaffingswaarde geldt als vertrekpunt.
Berekening van de meerwaarde die wordt belast
Simpel gezegd is de meerwaarde het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde van een financieel actief.
Albert koopt een aandeel op de beurs voor 10 EUR en verkoopt dit voor 50 EUR. Albert realiseert een meerwaarde van 40 EUR.
De aanschaffingswaarde is de prijs waartegen jij als belastingplichtige (of jouw rechtsvoorganger) het financieel actief onder bezwarende titel verkreeg.
Voorbeeld: de vader van Tom koopt een aandeel voor 10 EUR in 2026 en schenkt dit vervolgens in 2030 aan zijn zoon (het aandeel is dan 30 EUR waard). Tom verkoopt dit aandeel in 2040 voor 60 EUR. Tom realiseert een meerwaarde van 50 EUR, omdat de prijs is waartegen zijn vader het aandeel kocht als aanschaffingswaarde telt.
Kosten of belastingen (zoals de beurstaks) kan je niet aftrekken van de gerealiseerde meerwaarde. Minderwaarden, daarentegen, zijn wel aftrekbaar (in hetzelfde belastbaar tijdperk en op eenzelfde soort financieel actief).
Het is aan jou als belastingplichtige om de aanschaffingswaarde van je financieel actief en eventuele minderwaarden te bewijzen.
Berekening van de te betalen meerwaardebelasting: onderscheid tussen drie regimes
Om te berekenen hoeveel meerwaardebelasting je moet betalen, moet je eerst weten welk regime van toepassing is.
- Een specifiek regime voor interne meerwaarden;
- Een bijzonder regime voor aandeelhouders met een “aanmerkelijk belang”;
- Het algemeen regime.
Het specifiek regime is toepasselijk als je een meerwaarde realiseert door de overdracht van aandelen aan een vennootschap die onder jouw controle staat. Op deze interne meerwaarde betaal je 33% belasting. We gaan hier in dit adviesitem niet verder op in.
Het algemeen regime
Het algemeen regime van de meerwaardebelasting is van toepassing op de meerwaarde gerealiseerd bij een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa, als deze niet valt onder het bijzonder (of specifiek) regime. Dit is bijvoorbeeld het geval als je in je vrije tijd beursgenoteerde aandelen koopt en verkoopt.
Concreet zal je 10% belasting betalen op de meerwaarde die je opbouwt en realiseert vanaf 1 januari 2026.
Er is echter een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR (bedrag voor inkomsten 2026). Dit betekent dat de eerste 10.000 EUR meerwaarde die je realiseert, niet wordt belast. Van dit basisbedrag kan je jaarlijks 1.000 EUR overdragen, totdat je 15.000 EUR bereikt (bedrag voor inkomsten 2026). Dit is het absolute maximumbedrag van de vrijstelling, al geldt deze in hoofde van een belastingplichtige individueel. Voor personen gehuwd onder het wettelijk stelsel, kan de totale vrijstelling dus oplopen tot 30.000 EUR.
Marcus kocht in 2022 een ETF voor 5.0000 EUR, op het fotomoment was deze ETF 7.000 EUR waard. In 2026 verkoopt Marcus zijn ETF voor 10.000 EUR. Hij realiseert dus een meerwaarde van 3.000 EUR. Deze valt volledig onder de vrijstelling, waardoor Marcus geen meerwaardebelasting betaalt.
Lucienne kocht in 2015 een beursgenoteerd aandeel voor 10.000 EUR, op 31 december 2025 was dit 20.000 EUR waard. Lucienne verkoopt eind 2026 haar aandeel voor 35.000 EUR. Zij realiseert dus een meerwaarde van 15.000 EUR. Hierop betaalt zij 500 EUR meerwaardebelasting (5.000 EUR x 10%).
Het bijzonder regime voor aandeelhouders met een “aanmerkelijk belang”
In afwijking op het algemeen regime van de meerwaardebelasting, geldt er een bijzonder regime voor aandeelhouders met een “aanmerkelijk belang”. Hiervan is sprake als je op het ogenblik van de verkoop minstens 20% bezit van de aandelen in de vennootschap waarop de verkoop betrekking heeft.
Concreet geniet je in dit geval van een vrijstelling van 1 miljoen EUR. Dit betekent dat het eerste miljoen meerwaarde dat je realiseert, niet wordt belast. Dit is een maximumbedrag over een periode van 5 jaar.
De meerwaarde boven 1 miljoen EUR wordt belast volgens een schaal met progressieve tarieven:
1 miljoen tot 2,5 miljoen EUR meerwaarde: 1,25%
2,5 miljoen tot 5 miljoen EUR meerwaarde: 2,50%
5 miljoen tot 10 miljoen EUR meerwaarde: 5%
Meerwaarde boven 10 miljoen EUR: 10%
Antoine bezit 80% van de aandelen van zijn vennootschap. Zijn vennoot bezit de overige 20%. Op het fotomoment waren de aandelen van Antoine 1,5 miljoen EUR waard. In 2050 gaat Antoine met pensioen en verkoopt hij deze voor 3 miljoen EUR aan zijn vennoot. Antoine realiseert dus een meerwaarde van 1,5 miljoen EUR. Hierop betaalt hij 6.250 EUR meerwaardebelasting (500.000 EUR x 1,25%).
Marie bezit 25% van de aandelen van het familiebedrijf. Deze zijn 5 miljoen EUR waard op 31 december 2025. In 2035 verkoopt Marie haar aandelenpakket voor 8,5 miljoen EUR. Zij realiseert dus een meerwaarde van 3,5 miljoen EUR. Hierop betaalt Marie 43.750 EUR meerwaardebelasting (1.500.000 EUR x 1,25% + 1.000.000 EUR x 2,50%).
Procedurele aspecten van de meerwaardebelasting
Bij een meerwaarde die belastbaar is onder het algemeen regime, geldt een bevrijdende roerende voorheffing. De in België gevestigde tussenpersoon (bijvoorbeeld de bank) zal de meerwaardebelasting inhouden en doorstorten naar de Schatkist. Nadien kan je via je belastingaangifte in de (rechts)personenbelasting een eventuele terugbetaling vragen. Bijvoorbeeld als je recht hebt op een vrijstelling, een minderwaarde kan aftrekken of een hogere originele aanschaffingswaarde wil laten gelden. Als dit niet van toepassing is, moet je niets doen.
Je kan ook kiezen voor een opt-out. In dat geval zal de tussenpersoon de roerende voorheffing niet inhouden. Je moet de fiscus dus zelf op de hoogte te brengen van de meerwaarde die je realiseert, via je belastingaangifte.
Als je onder het bijzonder regime van het aanmerkelijk belang valt, moet je de meerwaarde die je realiseert steeds vermelden in je aangifte. Dit is ook het geval als je valt onder het algemeen regime, maar de tussenpersoon niet in België gevestigd is (bijvoorbeeld als je een aandelenportefeuille hebt bij een buitenlandse broker).
OPGELET: Om de tussenpersonen de tijd te geven om zich voor te bereiden, gelden overgangsmaatregelen t.e.m. eind juni 2026.