Tijdskrediet is een systeem dat werknemers de mogelijkheid biedt om hun arbeidsprestaties tijdelijk te onderbreken of te verminderen tot de helft of met 1/5. Hierbij heeft de medewerker de garantie dat hij na afloop van het tijdskrediet zijn functie weer kan opnemen. Sinds 1 april 2017 moeten werknemers altijd een specifieke reden hebben voor het aanvragen van tijdskrediet.
1. Anciënniteitsvoorwaarde
De werknemer moet sinds minstens 2 jaar door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met de onderneming.
Deze voorwaarde geldt voor de drie vormen van tijdskrediet met motief (voltijds, halftijds en 1/5-tijds).
In tegenstelling tot het tijdskrediet zonder motief, is het voor het tijdskrediet met motief niet verplicht om minstens 5 jaar beroepsverleden als loontrekkende te hebben.
Uitzondering
Indien de werknemer nog geen 2 jaar anciënniteit heeft, kan hij het tijdskrediet met motief toch bekomen als hij het neemt nadat hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft uitgeput voor alle rechthebbende kinderen.
2. Tewerkstellingsvoorwaarde
In geval van vermindering van prestaties moet de werknemer naast de voorwaarden van 2 jaar anciënniteit, ook een tewerkstellingsvoorwaarde vervullen tijdens de 12 maanden die de schriftelijke kennisgeving voorafgaan.
• in geval van halftijds tijdskrediet moet hij minstens 3/4-tijds gewerkt hebben.
• in geval van 1/5-tijds tijdskrediet moet hij voltijds gewerkt hebben.
Indien de werknemer niet heeft gewerkt in het toegewezen arbeidsregime gedurende de vereiste 12 maanden, kunnen bepaalde periodes van schorsing van de overeenkomst of deeltijdse tewerkstelling gelijkgesteld worden met prestaties of geneutraliseerd worden.
3. Specifieke voorwaarden
Noodzaak van een CAO
Er moet een sectorale of ondernemings-CAO gesloten zijn die het mogelijk maakt een voltijds of halftijds tijdskrediet te bekomen voor de volgende motieven:
• zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar;
• palliatieve zorgen verlenen;
• zorg of medische bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad;
• een erkende opleiding volgen.
Indien vóór 01.09.2012 in toepassing van de CAO nr. 77bis een sectorale of ondernemings-CAO was gesloten om het recht op het voltijdse of halftijdse tijdskrediet uit te breiden tot meer dan een jaar, maakt deze CAO het mogelijk om het bijkomende recht op het voltijdse of het halftijdse tijdskrediet te bekomen omwille van de voormelde motieven, zonder de maximumtermijn van 36 maanden te overschrijden.
Dat betekent dat het bijkomend recht op voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van deze motieven niet bij alle werkgevers kan bekomen worden.
Indien hieromtrent geen sectorale of ondernemings-CAO is gesloten, kunnen de werknemers van uw onderneming het voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van deze motieven niet bekomen, zelfs indien ze aan de andere toegangsvoorwaarden voldoen. In deze hypothese moet u de aanvraag van de werknemer weigeren.
Geen toelating om te cumuleren met een activiteit als loontrekkende of als zelfstandige
De werknemer heeft geen recht op het voltijds, halftijds of 1/5-tijds tijdskrediet voor de besproken motieven, indien hij een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende aanvat of uitbreidt, die niet met de onderbrekingsuitkeringen gecumuleerd mag worden.
Welke cumulaties met onderbrekingsuitkeringen zijn verboden?
De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met:
• een nevenactiviteit als loontrekkende, behalve indien die minstens gedurende 12 maanden voor de aanvangsdatum van het tijdskrediet tegelijkertijd met de activiteit die het voorwerp vormt van de aanvraag om tijdskrediet werd uitgeoefend.
In geval van toegelaten cumulatie mag het aantal uren van de nevenactiviteit als loontrekkende niet uitgebreid worden. Met andere woorden, indien het aantal uren van de nevenactiviteit als loontrekkende tijdens het tijdskrediet wordt verhoogd, is de cumulatie niet meer toegelaten.
• een nevenactiviteit als zelfstandige, behalve in geval van voltijds tijdskrediet en op voorwaarde dat deze activiteit gedurende minstens 12 maanden vóór de aanvangsdatum ervan tegelijkertijd werd uitgeoefend met de activiteit die het voorwerp vormt van de aanvraag om tijdskrediet.
Voor de toepassing van deze bepaling is een nevenactiviteit als zelfstandige elke activiteit die de betrokken werknemer verplicht om ingeschreven te zijn onder het zelfstandigenstatuut, overeenkomstig de reglementering van de RSVZ.