Uw werknemer heeft zijn vertrek aangekondigd. Hij werkte als verkoper bij u. In uw arbeidscontracten is standaard een niet-concurrentiebeding opgenomen. U weet echter niet zeker dat dit in dit geval van toepassing is. Hoe gaat u hiermee om?
Het is mogelijk in de arbeidsovereenkomst te bepalen dat de werknemer zich er toe verbindt geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen na het verlaten van de onderneming, zowel als zelfstandige als voor een andere werkgever, en dit gedurende een periode van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst. De werkgever van zijn kant moet echter een vergoeding storten gelijk aan zes maanden brutoloon.
Hou er rekening mee dat een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst aan zeer strenge voorwaarden is onderworpen. Het concurrentiebeding wordt als niet bestaande beschouwd in de arbeidsovereenkomsten waarin het jaarloon 44.447 EUR (bedrag 2026) niet overschrijdt. Ligt het jaarloon boven dat bedrag, dan moet een onderscheid gemaakt worden tussen werknemers enerzijds en de handelsvertegenwoordigers anderzijds:
- voor gewone werknemers waarvan het jaarloon tussen 44.447 en 88.895 EUR (bedrag 2026) ligt, kan het concurrentiebeding slechts voor de functies bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst. Ligt het jaarloon boven 88.895 EUR dan kan het concurrentiebeding, behalve voor de functies omschreven in een C.A.O.;
- voor de handelsvertegenwoordigers met een jaarloon hoger dan 44.447 EUR kan het concurrentiebeding toepassing vinden
Let wel! Alleen de werknemer of handelsvertegenwoordiger heeft het recht deze nietigheid in te roepen, m.a.w. hij kan zich houden aan het concurrentiebeding en alsnog de vergoeding opeisen. Het is immers enkel de werknemer of de handelsvertegenwoordiger die de nietigheid kan inroepen. Verklaart hij het concurrentiebeding niet nietig, dan blijft het concurrentiebeding gelden. De enige mogelijkheid voor u bestaat erin om tijdig aan het beding te verzaken.
Andere voorwaarden:
het verbod moet betrekking hebben op soortgelijke activiteiten
geografisch beperkt zijn tot de plaatsen waar de werknemer u werkelijk concurrentie kan aandoen, gelet op de aard van de onderneming en haar actieterrein.
het verbod mag niet langer duren dan 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst
je moet voorzien in de betaling van een enige en forfaitaire compensatoire vergoeding door de werkgever wanneer je, binnen 15 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst, niet afziet van de effectieve toepassing van het concurrentiebeding. Het minimumbedrag van deze vergoeding is gelijk aan de helft van het brutoloon van de werknemer, dat overeenstemt met de toepassingsduur van het beding.
Bedenking: het is toch aan te raden om te verzaken zelfs wanneer het concurrentiebeding nietig is. Door in dit laatste geval toch uitdrukkelijk af te zien van de toepassing van het beding vermijdt u dat de werknemer de vergoeding toch opeist: wanneer de geldigheidsvoorwaarden niet vervuld zijn, kan enkel de werknemer zich daarop beroepen, u niet.
Conclusie: ook wanneer u twijfelt aan de geldigheid van het beding is het aangeraden aan het beding te verzaken!