Ondernemersaftrek

  • Wat? Invoering van een ondernemersaftrek in de personenbelasting
  • Voor wie? Zelfstandigen in hoofd- en bijberoep met een eenmanszaak (geen vennootschap)
  • Vanaf wanneer? Vanaf aanslagjaar 2028 – dus voor de inkomsten van 2027

Principe en doelstelling

De ondernemersaftrek is een nieuwe belastingaftrek voor zelfstandigen in hoofd- of bijberoep met een eenmanszaak (zelfstandigen natuurlijke persoon). Hij is dus niet van toepassing op vennootschappen. De maatregel past in de beleidsoptie om het zelfstandigenstatuut te ondersteunen en te versterken, en heeft tot doel de effectieve belastingdruk op zelfstandige inkomsten dichter te brengen bij die van ondernemingen die via een vennootschap worden gevoerd.

Omvang van de aftrek

De aftrek bedraagt 10% van de nettowinst of -baten (d.i. na aftrek van sociale bijdragen, beroepskosten en -verliezen), met een maximumbedrag van:

  • 620 euro (geïndexeerd bedrag, aanslagjaar 2028)
  • 311 euro (basisbedrag, niet-geïndexeerd)

Het maximumbedrag wordt verder verhoogd vanaf aanslagjaar 2030, conform het regeerakkoord.

Berekeningsbasis

De aftrek wordt berekend op de winst of baten na toepassing van de beroepskostenaftrek en de aftrek van beroepsverliezen (artikelen 78–80 WIB 92). Indien een meewerkinkomen ex artikel 86 WIB 92 wordt toegekend, wordt dit eerst afgetrokken van de berekeningsbasis alvorens de ondernemersaftrek wordt berekend. Op die manier wordt een gelijke behandeling gewaarborgd tussen zelfstandigen die hun meewerkende echtgenoot al dan niet via een bezoldiging vergoeden.

Uitgesloten inkomsten

Bepaalde inkomsten die fiscaal als winst of baten worden gekwalificeerd, worden uitdrukkelijk uitgesloten van de berekeningsbasis, omdat ze hun oorsprong niet vinden in het voeren van een onderneming:

  • Vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst of baten (vervangingsinkomsten);
  • Presentiegelden die fiscaal als baten worden belast (o.a. leden gemeenteraden, raad van bestuur van vzw's en stichtingen, beheerscomités van openbare instellingen);
  • Vergoedingen van leden van de Kamer, Senaat, gemeenschaps- en gewestparlementen, Europees Parlement en provincieraden;
  • Winst of baten van zelfstandige helpers (artikel 6 KB nr. 38 van 27 juli 1967), omdat zij geen eigen onderneming voeren;
  • Meewerkinkomen: zowel het inkomen belast als bezoldiging als het inkomen dat zijn karakter van winst/baten behoudt;
  • Inkomsten die afzonderlijk belast worden op grond van artikel 171 WIB 92 (deze genieten reeds een voordeliger tarief).

Aandachtspunt: Een meewerkende echtgenoot die naast het meewerkinkomen eigen winst of baten heeft, kan op grond van die eigen inkomsten wel recht openen op de ondernemersaftrek.

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 06/07/2026

Hoeveel belastingen moet ik betalen als zelfstandige met een eenmanszaak?

Als zelfstandige met een eenmanszaak, is er geen scheiding tussen je privé-inkomsten en je inkomsten als ondernemer. Je wordt op al deze inkomsten belast in de personenbelasting.

Hoe wordt de personenbelasting berekend?

Het berekenen van de personenbelasting gebeurt in meerdere stappen.

Het bepalen van het netto-belastbaar inkomen

Al je inkomsten worden in principe samengeteld. Er geldt echter een belangrijke uitzondering: de inkomsten die afzonderlijk worden belast aan een verlaagd tarief.

Je inkomsten worden opgedeeld in 4 categorieën:

  • beroepsinkomsten
  • onroerende inkomsten
  • roerende inkomsten
  • diverse inkomsten

De beroepsinkomsten omvatten de volgende soorten inkomsten: (i) de winsten van een zelfstandig bedrijf; (ii) baten van vrije beroepen en andere winstgevende bezigheden; (iii) inkomsten uit een vroeger uitgeoefende werkzaamheid als zelfstandige; (iv) bezoldigingen van loontrekkenden en van bedrijfsleiders in vennootschappen; (v) voordelen van alle aard: bedrijfswagen en eventueel andere privé te gebruiken voordelen die door de firma worden betaald; (vi) pensioenen, renten, …

In principe worden alle inkomsten per partner samengeteld. Als één van de partners (gehuwden of wettelijk samenwonenden) weinig of geen beroepsinkomsten heeft, wordt het huwelijksquotiënt toegepast. Dit betekent dat een gedeelte van de beroepsinkomsten van de partner met de hoogste inkomsten wordt overgeheveld naar de andere partner.

De (gezamenlijk) belastbare inkomsten worden verminderd met een aantal aftrekken, zoals:

  • Beroepskosten
  • De ondernemersaftrek
  • Aftrekbare giften
  • Betaalde onderhoudsuitkeringen
  • Uitgaven voor kinderopvang

Dit resulteert in het netto-belastbaar inkomen.

Berekenen van de verschuldigde belasting

Op het netto-belastbaar inkomen, wordt de basisbelasting berekend via progressieve tarieven.

Op de basisbelasting worden verminderingen toegestaan, als ze van toepassing zijn op de situatie waarin de belastingplichtige zich bevindt. Bijvoorbeeld:

  • Levensverzekeringspremies, pensioensparen
  • Vermindering van de belasting op vervangingsinkomsten
  • Dienstencheques

Tenslotte wordt de uiteindelijk te betalen belasting bekomen door:

  • Toevoeging van eventuele belasting op afzonderlijk belaste inkomsten en de gemeentelijke opcentiemen
  • Aftrek van de gedane voorafbetalingen, de ingehouden bedrijfsvoorheffing en eventueel belastingkrediet

Tot slot worden de gemeentelijke opcentiemen toegevoegd. Deze bedragen gemiddeld 7% in de Vlaamse gemeenten. 

De belastingvrije som

De basisbelasting wordt ook verminderd met de belastingvrije som. Deze wordt afgetrokken van de minst belaste inkomstenschijf.

De basis belastingvrije som bedraagt 10.910 EUR (inkomstenjaar 2025) per belastingplichtige. Deze wordt verhoogd in functie van je persoonlijke situatie (zoals aantal kinderen ten laste).

Opgelet: de Regering besliste om de belastingvrije som jaarlijks te verhogen, zodat deze 15.300 EUR bedraagt in inkomstenjaar 2029. Het Parlement moet deze wijziging nog goedkeuren.

Progressieve tarieven

De basisbelasting wordt berekend via progressieve tarieven. 

Er zijn 4 schijven met ieder hun eigen tarief: het laagste tarief bedraagt 25% en het hoogste 50%:

  • Inkomensschijf 0-16.320 EUR: 25%
  • Inkomensschijf 16.320-28.800 EUR: 40%
  • Inkomensschijf 28.800-49.840 EUR: 45%
  • Inkomen boven 49.840 EUR: 50%

 

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 30/06/2026

Een fiscaal voordeel voor jouw eenmanszaak: het belastingkrediet voor eigen middelen

Als eenmanszaak, geniet je van een fiscaal voordeel op investeringen met eigen middelen via een belastingkrediet. Wat is dit precies en hoe groot is het voordeel? Je ontdekt het in dit adviesitem.

Wat is het belastingkrediet voor eigen middelen?

Het belastingkrediet beloont investeringen met eigen middelen, in plaats van met vreemde middelen (zoals een lening bij de bank).

Dit geldt zowel voor zelfstandigen in hoofdberoep als voor zelfstandigen in bijberoep.

Het belastingkrediet is ‘verrekenbaar’ en ‘terugbetaalbaar’. Dit betekent dat het bedrag van het belastingkrediet wordt afgetrokken van de personenbelasting die je moet betalen. Moet je minder betalen dan het belastingkrediet, dan betaalt de fiscus het saldo aan jou terug. Je geniet dus sowieso van het volledige fiscale voordeel.

Je moet het belastingkrediet claimen via je aangifte in de personenbelasting. Daarbij moet je twee attesten toevoegen:

  • Het formulier 276J met details over de berekening van het belastingkrediet;
  • Een attest waarin jouw sociaal verzekeringsfonds bevestigt dat alle sociale bijdragen als zelfstandige werden betaald.
Opgelet

Het belastingkrediet geldt in de personenbelasting. Ondernemers met een vennootschap kunnen hier dus niet van genieten.

Hoe groot is het fiscaal voordeel?

Het belastingkrediet bedraagt 20%, met een maximum van 7.500 EUR.

Je hebt recht op het belastingkrediet, als de aangroei van je eigen middelen in het jaar groter is dan de grootste aangroei in de drie voorgaande jaren.

De eigen middelen worden berekend door de nettowaarde van je activa te verminderen met schulden op lange termijn (looptijd langer dan 1 jaar).

Voorbeeld

De eigen middelen van een eenmanszaak evolueren als volgt (bedragen in EUR):

Inkomstenjaar 2022 Inkomstenjaar 2023 Inkomstenjaar 2024 Inkomstenjaar 2025
Nettowaarde activa 170.000 150.000 130.000 125.000
Schulden > 1 jaar 110.000 120.000 80.000 50.000
Aangroei eigen middelen 60.000 30.000 50.000 75.000

In 2025 bedraagt de aangroei van de eigen middelen 75.000 EUR.

Dit resultaat moeten we vergelijken met de drie voorgaande jaren. Enkel als de aangroei in 2025 groter is dan de grootste aangroei in 2022, 2023 en 2024, heeft de ondernemer in 2025 recht op het belastingkrediet.

De grootste aangroei in de drie voorgaande jaren was in 2022: 60.000 EUR. De aangroei in 2025 is groter: 75.000 EUR. De ondernemer heeft dus recht op het belastingkrediet.

Het belastingkrediet bedraagt 10% van het verschil tussen beide jaren (75.000-60.000 = 15.000). De ondernemer heeft dus recht op een belastingkrediet van 1.500 EUR (10% van 15.000).

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 23/01/2026

Vermeerdering personenbelasting bij te lage voorafbetaling

  • Wat? Geen vermeerderingen meer in de personenbelasting voor zelfstandigen die te weinig hebben voorafbetaald
  • Voor wie? Zelfstandigen in hoofd- of bijberoep die winsten en/of baten hebben – niet voor bedrijfsleiders
  • Vanaf wanneer? Vanaf aanslagjaar 2027 - dus voor de inkomsten van 2026 en volgende 

Afschaffing vermeerdering voor zelfstandigen

Vanaf aanslagjaar 2027 wordt de belastingvermeerdering wegens onvoldoende of geen voorafbetalingen afgeschaft voor winst- en batenbehalers (zelfstandigen in hoofd- en bijberoep) en voor de meewerkende echtgenoten aan wie zij een meewerkinkomen toekennen. De vermeerdering blijft enkel van toepassing voor bezoldigingen van bedrijfsleiders.

De regels in de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd.

Invoering van een vijfde periode

Naast de bestaande vier periodes wordt voor winst- en batenbehalers (en hun meewerkende echtgenoten) een nieuwe vijfde voorafbetalingsperiode ingevoerd in de personenbelasting, lopende van 21 december van het inkomstenjaar tot uiterlijk 20 februari van het aanslagjaar.

Eerste toepassingsperiode: 21 december 2026 – 20 februari 2027 (aanslagjaar 2027).

Bonificatie vijfde periode: 0,5 × de basisrentevoet die geldt voor de vermeerdering. Deze bonificatie geldt enkel op het gedeelte van de belasting dat na de eerste vier periodes nog overblijft en dat betrekking heeft op winst, baten en meewerkinkomen (exclusief vervangingsinkomsten).

Herdefiniëring eerste periode (vanaf aanslagjaar 2028)

Vanaf aanslagjaar 2028 wordt de eerste voorafbetalingsperiode ingekort voor natuurlijke personen. De eerste periode loopt voortaan van 21 februari tot en met 10 april van het inkomstenjaar (voorheen kon de eerste periode beginnen vanaf 21 december van het voorgaande jaar).

Gevolgen van deze herdefiniëring:

  • Voorafbetalingen gedaan in de periode 21 december – 20 februari worden vanaf aanslagjaar 2028 beschouwd als een voorafbetaling in de vijfde periode (niet meer als eerste periode);
  • Bij bedrijfsleiders tellen dergelijke betalingen niet meer mee om een vermeerdering te vermijden en geven zij ook geen recht meer op bonificatie voor het betrokken inkomstenjaar;
  • Deze voorafbetalingen worden wel verrekend met de belasting van het belastbaar tijdperk dat eindigt op de 31 december die valt binnen de periode 21 december – 20 februari;
  • Een overdracht naar het volgende inkomstenjaar vóór 31 maart van het aanslagjaar blijft mogelijk.

Uitsluiting bonificatie voor bepaalde categorieën (vanaf aanslagjaar 2027)

De bonificatie voor voorafbetalingen is niet van toepassing op de belasting betreffende:

  • Winst en baten van zelfstandige helpers;
  • Vergoedingen van parlementsleden, senatoren en provincieraadsleden die als baten worden belast

Samengevat:

  • AJ 2027: Afschaffing vermeerdering voor winst- en batenbehalers; invoering vijfde voorafbetalingsperiode (21/12/2026 – 20/02/2027); uitsluiting bonificatie voor helpers 
  • AJ 2028: Herdefiniëring eerste voorafbetalingsperiode (start voortaan 21/02 i.p.v. 21/12 van het voorgaande jaar)

 

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 06/07/2026

Belastingvrije som

In België betaal je niet op je volledige inkomen personenbelasting. Iedereen heeft recht op een zogenaamde ‘belastingvrije som’: een deel van het belastbaar inkomen dat niet wordt belast. Ook voor zelfstandige ondernemers is dit belangrijk. In een eenmanszaak betaal je geen vennootschapsbelasting, maar personenbelasting op je totale netto-inkomen. En ook bedrijfsleiders van vennootschappen krijgen te maken met de belastingvrije som wanneer ze zich een loon uitkeren.

Bedrag voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025)

Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten van 2025) bedraagt de belastingvrije basissom 10.910 euro. Voor aanslagjaar 2027 (inkomsten van 2026) stijgt dit naar 11.180 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Er zijn toeslagen op de belastingvrije som naargelang je persoonlijke situatie (bijv. kinderen ten laste, zorgbehoevenden).

Belangrijk om te weten: de belastingvrije som wordt niet zomaar van je inkomen afgetrokken in functie van het berekenen van de verschuldigde belasting. In plaats daarvan wordt de belastingvrije som x 25% toegepast. Die 25% is niet toevallig: het komt overeen met het tarief van de eerste schijf in de personenbelasting. Concreet levert een belastingvrije som van 10.910 euro dus een belastingvermindering op van 2.727,50 euro (10.910 x 25%), die van je totale verschuldigde belasting wordt afgetrokken.

Nieuw!

Vanaf aanslagjaar 2027 zal de belastingvrije som – voor werkenden! – geleidelijk worden opgetrokken. Het is de bedoeling dat het bedrag van de belastingvrije som na indexering voor het aanslagjaar 2030 14.450 euro bedraagt en voor het aanslagjaar 2031 15.600 euro (te indexeren basisbedragen). Ook in de aanslagjaren 2028 en 2029 zijn er opstappen voorzien. Deze opstappen betekenen dus een verlaging van de personenbelasting. Ook het verschil tussen werken en niet-werken wordt groter, aangezien de maatregel enkel gericht is op werkenden.

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 06/07/2026

Nuttig voor jou