Wat staat er in het zomerakkoord over loon?
Graaf je graag wat dieper? Dan lees je op deze pagina alles wat er in het zomerakkoord staat over loon
- Maaltijdcheques kunnen vanaf januari 2026 10 euro bedragen aangezien er 2 euro bijkomt op de maximale waarde van 8 euro die vandaag van toepassing is. Het toekennen van 10 euro per maaltijdcheque (en dus per gewerkte dag) is echter geen verplichting voor werkgevers, maar is afhankelijk van overleg op sectoraal en ondernemingsniveau (CAO) of van individuele overeenkomsten met werknemers. Werkgevers die de maaltijdcheques laten stijgen van 8 euro naar 10 euro kunnen deze stijging fiscaal aftrekken. Er wordt ook wettelijk vastgelegd dat het toekennen van een hoger bedrag aan maaltijdcheques in 2026 geen inbreuk vormt op de loonnormwet. Meer info over de verhoging en de fiscale aftrekbaarheid vind je hier.
- De belastingvrije som, het gedeelte van het bruto-inkomen (zelfstandigen met een eenmanszaak) of brutoloon (bezoldigden) waarop geen personenbelasting betaald wordt, stijgt stapsgewijs tussen 2026 en 2029. Hierdoor houden zelfstandigen met een eenmanszaak en loontrekkenden netto meer over.
- De bijzondere bijdragen sociale zekerheid wordt hervormd in het voordeel van alleenstaanden.
- De werkbonus voor lagere inkomens wordt versterkt. Deze bonus houdt een vermindering in van de sociale zekerheidsbijdragen die werknemers betalen. Daardoor houden ze een hoger nettoloon over. Voor het minimumloon (vandaag €2.111,9 per maand voor een voltijds werkende) zal bruto netto worden in 2029.
- Naar analogie met de maatregel voor bedrijfsleiders, beperkt het Zomerakkoord ook bij werknemers de brutoloonruil. De forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard mogen slechts maximaal 20% van het jaarlijkse brutoloon uitmaken. Een overschrijding van de grens wordt gesanctioneerd met een heffing van 7,5%.
Eerder waren - in de aanloop naar het Zomerakkoord - ook de volgende beslissingen al genomen:
- Loonnorm 0%: na het afspringen van interprofessioneel overleg over dit ontwerp legt de regering de loonnorm nu bij wet vast op 0% voor de periode 2025-2026. De loonkost mag dus niet stijgen in private ondernemingen. Indexatie en baremische verhogingen vallen niet onder deze regeling, net als enkele specifieke verloningsinstrumenten zoals de winstpremie. Een stijging van de loonkost door aanwervingen valt evident ook buiten de scope van deze regeling.
- Plafond op patronale bijdragen: Vanaf juli 2025 komt er een plafond op het refertekwartaalloon voor de berekening van patronale bijdragen voor alle werknemers. Boven een brutoloon van €85.000 per kwartaal (of omgerekend gemiddeld ongeveer €28.300 per maand), ben je als werkgever geen extra RSZ-bijdragen meer verschuldigd. Alles onder dat bedrag blijft onderworpen aan het normale tarief. Belangrijk: dit is géén verlaging van het RSZ-percentage, maar een begrenzing van het bedrag waarop het wordt toegepast.
- Verhoging structurele vermindering: op brutolonen van werknemers in de privésector tot en met een refertekwartaalloon van €11.013 krijgen werkgevers vandaag een kortingsbedrag op de patronale bijdrage die ze verschuldigd zijn. Dit bestaat enerzijds uit een lage looncomponent en anderzijds uit een zeer lage looncomponent. De federale regering voorziet in een versterking van laatstgenoemde, de zeer lage looncomponent, door het plafondbedrag stelselmatig te verhogen, van €6.943 vandaag tot €8.400 voor kwartaal 2 van 2025 en €9.360 vanaf kwartaal 3 van 2025. Voor brutolonen tot en met deze bedragen gaat het al snel over enkele honderden euro’s verschil op kwartaalbasis. Heb je werknemers met een brutoloon dat lager is dan de hierboven vermelde bedragen, dan zullen de loonkosten voor deze werknemers dalen in kwartaal 2 en kwartaal 3 van 2025. Het wordt dus aantrekkelijker om deze profielen aan te werven en/of te behouden. De vermindering wordt automatisch toegepast door de RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) bij de berekening van de werkgeversbijdragen. Je hoeft dus zelf niet meteen iets te doen als werkgever. Belangrijk: de bovengrens van €11.233 blijft ongewijzigd.