Hoe wordt het ‘belastbaar inkomen’ bepaald voor de berekening van de vennootschapsbelasting?

Het belastbaar inkomen voor de vennootschapsbelasting wordt bepaald als volgt:

De samenvoeging van

  • de winst van het boekjaar
  • + de toegekende dividenden
  • + de verworpen uitgaven (dit zijn de kosten die fiscaal niet als aftrekbare beroepskost worden aanvaard)

en na aftrek van (en in die volgorde)

  • de vrijgestelde bestanddelen
  • de aftrek voor definitief belaste inkomsten (DBI) van het jaar zelf
  • de aftrek voor octrooi-inkomsten (overgangsmaatregel tot 2021)
  • de aftrek voor innovatie-inkomsten van het jaar zelf
  • de investeringsaftrek van het jaar zelf én de overgedragen investeringsaftrek
  • de aftrek van de groepsbijdrage
  • de korf van aftrekken, bestaande uit (en in die volgorde):
    • de aftrek voor risicokapitaal (notionele interestaftrek)
    • DBI-overschotten
    • overgedragen innovatie-aftrek
    • overgedragen verliezen
    • overgedragen aftrekken voor risicokapitaal (onbeperkt overdraagbaar)
    • overgedragen aftrekken voor risicokapitaal (zeven jaar overdraagbaar)

De bedragen in de korf worden beperkt tot 1 miljoen euro, vermeerderd met 70% van het gedeelte van de fiscale winst dat 1 miljoen euro overschrijdt. Voor kleine vennootschappen geldt deze beperking niet voor de fiscale verliezen in de eerste vier belastbare tijdperken.

Aftrekken die door de beperking niet gebruikt kunnen worden zijn overdraagbaar naar volgende belastbare tijdperken.

Meer over: Belastingen

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het UNIZO Kennisnet:
geef je zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer UNIZO Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor je klaar!