Een paar jaar geleden stond BIO INX nog bij UNIZO op het podium als Starter van het Jaar Oost-Vlaanderen. Vandaag verkoopt het Gentse biotechbedrijf wereldwijd, werken klanten met hun technologie aan concrete medische toepassingen en werd materiaal van BIO INX zelfs gebruikt aan boord van het International Space Station. En daar hoeft het niet bij te blijven. Als mensen in de toekomst langdurig in de ruimte verblijven, kan bioprinting er mee voor zorgen dat ze ook daar medische zorg krijgen. Van het labo naar de markt en van Gent naar de ruimte: voor co-founders Jasper Van Hoorick en Aysu Arslan begint hun oorspronkelijke ambitie steeds tastbaarder te worden.

Toen BIO INX Starter van het Jaar werd, stond het bedrijf nog maar aan het begin. Vandaag is het bijna vijf jaar oud en ziet Jasper vooral hoeveel dichter de technologie intussen bij echte toepassingen is gekomen. “We hebben wereldwijde verkoop, veel klanten die terugkomen en steeds meer klanten die met onze materialen publiceren”, vertelt Jasper. “Maar het belangrijkste verschil is dat we nu ook trajecten zien die echt richting klinische toepassingen gaan. Daardoor wordt het allemaal veel concreter.”

De mortel tussen de bakstenen

Om te begrijpen waarom dat zo bijzonder is, moet je eerst begrijpen wat BIO INX precies maakt. Het bedrijf ontwikkelt bio-inkten: materialen waarmee menselijke cellen ge3Dprint kunnen worden. De klant koopt het materiaal van BIO INX en voegt zelf de cellen toe en gebruikt het materiaal vervolgens in een bioprinter. Aysu gebruikt daarvoor een eenvoudige vergelijking. “Zie de cellen in ons lichaam als de bakstenen van een muur. Wij maken eigenlijk de mortel die die bakstenen samenhoudt.” Dat is belangrijk omdat cellen alleen nog geen functioneel weefsel vormen. In een klassiek labo kunnen onderzoekers cellen kweken, maar die groeien niet automatisch in de juiste 3D-vorm die nodig is om bijvoorbeeld kraakbeen of ander weefsel na te bootsen. Met 3D-bioprinting kunnen verschillende cellen veel nauwkeuriger op de juiste plaats worden gezet in drie dimensies. BIO INX focust daarbij bewust op de materialen en niet op de printers. Het werkt samen met bedrijven die de hardware ontwikkelen. Vooral voor lichtgebaseerde printtechnologie heeft het bedrijf zich gespecialiseerd in gebruiksklare bio-inkten. En die aanpak begint toepassingen op te leveren die enkele jaren geleden nog bijzonder futuristisch klonken.

“Wat wij maken, kan vandaag binnen enkele minuten in de 3D printer gestoken worden.”

Van dierproeven naar menselijk weefsel

Een eerste grote toepassing ligt bij dierproefvrije testen. Farmaceutische bedrijven kunnen bijvoorbeeld menselijk weefsel nabootsen om geneesmiddelen te testen. “Een geneesmiddel kan goede resultaten geven bij dierproeven en daarna toch anders reageren bij mensen”, legt Aysu uit. “Als je vroeger in het proces al op menselijke cellen of menselijk weefsel kunt testen, kan dat de ontwikkeling sneller en goedkoper maken. En je hebt natuurlijk minder dierproeven nodig.”

Een van de klanten van BIO INX werkt bijvoorbeeld aan modellen om kankerbehandelingen en geneesmiddelen te onderzoeken. Het is precies dat soort toepassingen dat voor de oprichters duidelijk maakt dat hun technologie stilaan een nieuwe fase ingaat. Daarna komt regeneratieve geneeskunde. Denk aan het herstellen van kraakbeen of het hoornvlies van het oog. BIO INX werkt onder meer binnen een Europees Horizon-project mee aan technologie waarmee in de toekomst rechtstreeks in de knie nieuw weefsel zou kunnen worden gebioprint. Op langere termijn wordt het nog ambitieuzer. Dan komt het herstellen van delen van complexere organen in beeld. Jasper geeft het voorbeeld van beschadigd hartweefsel na een hartinfarct. In plaats van meteen te dromen van een volledig geprint hart, zou bioprinting eerst kunnen helpen om een beschadigd stukje weefsel te herstellen. “De eerste stap zijn relatief eenvoudige weefsels zonder bloedvaten zoals het hoornvlies of kraakbeen”, zegt Jasper. “Daarna kunnen we kijken naar delen van complexere organen. En misschien komen we ooit bij volledige organen terecht.”

En toen ging BIO INX de ruimte in

Dat de technologie niet langer alleen toekomstmuziek is, bleek onlangs wel heel letterlijk. Een Amerikaanse klant van BIO INX ontwikkelt bioprinters voor toepassingen in de ruimte en heeft een bioprinter aan boord van het International Space Station. Daarvoor had het bedrijf geschikt materiaal nodig. Een van de gebruikte materialen werd door BIO INX ontwikkeld. “Ze zijn begonnen met een van onze bestaande materialen”, vertelt Jasper. “Dat was een goed vertrekpunt, maar voor hun toepassing moest het nog worden aangepast. Dan ontwikkelen en optimaliseren we dat samen met de klant.” In het ISS werd het materiaal gebruikt om structuren te printen die zenuwherstel kunnen ondersteunen. Maar achter dat experiment zit een ambitie die veel verder gaat dan aantonen dat bioprinting ook in gewichtloosheid werkt. Het Amerikaanse bedrijf kijkt naar langdurige ruimtereizen en toekomstige verblijven in de ruimte. Wie maanden of jaren ver van de aarde verblijft, kan bij ernstig letsel niet zomaar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Technologie waarmee ter plaatse menselijk weefsel kan worden geproduceerd of hersteld, kan dan een belangrijke rol spelen. “Hun toepassing is echt gericht op gezondheidszorg tijdens langdurige ruimtereizen”, zegt Jasper. “Als een astronaut gewond raakt, willen ze op termijn ter plaatse weefsel kunnen herstellen.” En zo wordt een materiaal dat in Gent werd ontwikkeld plots onderdeel van een veel groter verhaal over toekomstige ruimtestations en mogelijk zelfs maanbasissen.

“Als we willen dat onze producten ooit in klinische toepassingen terechtkomen, moeten we daar vanaf het begin over nadenken.”

Wetenschappers worden ondernemers

Dat BIO INX vandaag op dat punt staat, was allesbehalve vanzelfsprekend. Jasper en Aysu komen allebei uit de academische wereld. Tijdens hun doctoraat ontwikkelden ze gepatenteerde technologie. Naarmate het einde van hun onderzoek naderde, kwam ook een ongemakkelijke vraag dichterbij: wat gebeurt er daarna mee? “We hadden allebei technologie ontwikkeld tijdens onze PhD”, vertelt Jasper. “Op een bepaald moment beseften we: als ons doctoraat afloopt, bestaat het risico dat dit onderzoek daar gewoon blijft liggen. We wilden weten of we het verder konden brengen en echt richting de echte wereld konden brengen.” BIO INX werd het antwoord. Maar een goede wetenschapper zijn, is niet automatisch hetzelfde als een goed product kunnen bouwen, al zijn er wel veel raakvlakken in de mentaliteit. Aysu wijst bijvoorbeeld op regelgeving en kwaliteitscontrole. In academisch onderzoek kan een materiaal voor één specifiek experiment worden gemaakt, als het dan werkt is het een overwinning. Een commercieel product moet telkens opnieuw exact dezelfde eigenschappen hebben. “Wetenschap is natuurlijk belangrijk, maar plots moet je ook rekening houden met regelgeving, reproduceerbaarheid en kwaliteit”, zegt Aysu. “Als we willen dat onze producten ooit in klinische toepassingen terechtkomen, moeten we daar vanaf het begin over nadenken.” Ook gebruiksgemak werd plots essentieel. Een onderzoeker kan uren besteden aan het voorbereiden van een materiaal voor één experiment. Van een commerciële klant kun je dat niet verwachten. “Je kunt geen product verkopen en vervolgens zeggen dat iemand eerst uren verschillende componenten moet afwegen en mengen voor die kan beginnen”, aldus Aysu. “Onze producten moeten snel en eenvoudig bruikbaar zijn. Wat wij maken, kan vandaag binnen enkele minuten in de 3D printer gestoken worden.”

Niet alles wat wetenschappelijk interessant is, is een goed product

Misschien nog belangrijker was de commerciële les. Aan de universiteit mag onderzoek interessant zijn omdat de wetenschap zelf interessant is. Een onderneming moet zich ook afvragen of iemand op het eindproduct zit te wachten. Dat ondervonden Jasper en Aysu al vroeg. Vanuit hun achtergrond in chemie en materiaalwetenschappen ontwikkelden ze aanvankelijk materialen waarvan ze zelf overtuigd waren dat ze technisch interessant waren. De markt dacht daar soms anders over. “Je kunt het meest fantastische product ontwikkelen, maar als niemand het nodig heeft, heb je er als bedrijf weinig aan”, zegt Jasper. “In het begin dachten we soms: we ontwikkelen dit en onze klanten zullen er wel een toepassing voor vinden. Daar zijn we snel van teruggekomen.” Een van de eerste producten verdween daardoor al na enkele maanden uit het aanbod. Vandaag werkt BIO INX anders. De naam is bekender geworden, klanten komen zelf met vragen en nieuwe producten worden veel vaker samen met hen ontwikkeld. Een klant kan bijvoorbeeld vragen om een bestaand materiaal steviger of reactiever te maken. Een andere komt met een volledig nieuwe medische toepassing waarvoor BIO INX een geschikte bio-inkt moet ontwikkelen. Die wisselwerking verandert ook het bedrijf zelf. “Nu kunnen we aan bestaande klanten vragen hoe hun ideale product eruitziet en tegen welke problemen ze aanlopen”, vertelt Jasper. “Als we vervolgens iets ontwikkelen, weten we veel beter dat er ook daadwerkelijk een klant voor bestaat.”

Wanneer ben je geen starter meer?

Wanneer houdt een start-up eigenlijk op een start-up te zijn? Voor Jasper ligt dat kantelpunt opvallend dichtbij. “Voor mij begint dat eigenlijk dit jaar te veranderen”, zegt hij. “We krijgen meer tractie, onze inkomsten stijgen en we werken steeds meer met niet-academische klanten. Het zijn niet langer alleen onderzoekers die publiceren over wat de technologie ooit zou kunnen betekenen. We werken nu met bedrijven die toepassingen echt richting de kliniek of de farmaceutische markt proberen te brengen.” Daarmee komt BIO INX steeds dichter bij het doel waarvoor Jasper en Aysu destijds uit de academische wereld stapten: voorkomen dat hun technologie alleen een interessante wetenschappelijke publicatie zou blijven. “We komen dicht in de buurt van break-even, maar willen nu sneller vooruit. Daarom zijn we momenteel op zoek naar kapitaal om een versnelling hoger te schakelen.”

Ook de erkenning als UNIZO Starter van het Jaar heeft onderweg geholpen. Niet omdat een award plots alle ondernemersproblemen oplost, maar omdat zichtbaarheid voor een jong bedrijf bijzonder waardevol kan zijn. “Voor een startend bedrijf helpt die exposure enorm”, zegt Jasper. “Zeker omdat onze markt in België klein is en wij heel internationaal werken. Hoe meer mensen je kennen, hoe meer vertrouwen je krijgt. Zo'n erkenning werkt ook als een kwaliteitslabel. Mensen nemen je sneller serieus.” Hij volgde via UNIZO ook een leiderschapstraject, dat hem naar eigen zeggen veel heeft bijgebracht. Want terwijl de technologie steeds verder evolueert, groeit ook de organisatie errond. Een paar jaar geleden was BIO INX een veelbelovende starter met een technologie waarvan Jasper en Aysu hoopten dat ze ooit de stap naar echte toepassingen zou zetten. Vandaag verkopen ze wereldwijd, werken klanten aan toepassingen voor onder meer kankeronderzoek en regeneratieve geneeskunde en werd hun materiaal gebruikt in het ISS. De maan? Die is dus misschien minder vergezocht dan ze enkele jaren geleden zelf hadden durven denken. Wat begon als onderzoek aan de universiteit, reist vandaag letterlijk mee de ruimte in. En zo krijgt de titel Starter van het Jaar achteraf een heel andere dimensie.

“Je kunt het meest fantastische product ontwikkelen, maar als niemand het nodig heeft, heb je er als bedrijf weinig aan.”

Nuttig voor jou