De Franstalige liberale partij Mouvement Réformateur, kortweg MR, weegt binnen de federale regering stevig op het centrumrechtse beleid. En dus ook op dossiers die ondernemers elke dag voelen: fiscaliteit, arbeidsmarkt, loonkosten, administratieve lasten en activering. Reden genoeg voor UNIZO om de MR-top rond de tafel te vragen. 

Uitgenodigd waren voorzitter Georges-Louis Bouchez en David Clarinval, vicepremier en minister van Economie, Werk en Landbouw. Tegenover hen: Vlaamse kmo-zaakvoerders en UNIZO-gedelegeerd bestuurder Bart Buysse. Maar het geplande dubbelinterview pakte op de valreep anders uit, toen minister Clarinval plots terug moest naar het parlement voor een bespreking over onder meer nachtarbeid. Georges-Louis schoof dus alleen aan, maar liet geen vraag onbeantwoord. Zonder taalbarrières. Aan tafel sprak iedereen dezelfde taal: die van ondernemers die vooruit willen.

De toon van het gesprek was open, direct en soms scherp. Georges-Louis Bouchez nam vaak het woord, zoals we hem kennen. Maar de ondernemers trokken hem telkens terug naar de praktijk. Naar de vloer. Naar de planning. Naar de controleur aan de deur. Naar de medewerker die uitvalt. Naar de leverancier en klant die niet wacht tot een wet eindelijk gestemd raakt. “Wij voelen die dossiers elke dag”, klonk het rond de tafel. En ergens halverwege viel de metafoor die het hele gesprek samenvatte. Ondernemer Steven Van Vooren zei: “De economie is de kip, de sociale welvaart is het ei. Maar iedereen kijkt alleen naar het ei. Niemand vraagt zich nog af hoe gezond de kip is.” Bouchez glimlachte. “Die mooie beeldspraak neem ik mee naar het parlement!”

De ondernemers rond de tafel

Bernard Walravens, zaakvoerder van Walravens NV
Walravens is een Brussels familiebedrijf uit Jette, gespecialiseerd in gastronomische producten en ambachtelijke bereidingen voor foodserviceklanten. Het bedrijf levert vlees, gevogelte en vegetarische alternatieven aan onder meer horeca en grootkeukens.

Steven Van Vooren, zaakvoerder van Carlton Hotel Gent en Hotel Chamade
Steven Van Vooren runt samen met zijn broer Jeffrey de Gentse hotels Carlton en Chamade, vlak bij station Gent-Sint-Pieters. De hotels zetten sterk in op persoonlijke gastvrijheid en duurzaam ondernemerschap, met aandacht voor energieverbruik, comfort en lokale verankering.

Femke Helon, zaakvoerder van 3Motion
3Motion is een productiebedrijf uit Zele dat gespecialiseerd is in visuele communicatie en grootformaat digital printing. Onder leiding van Femke Helon groeide het bedrijf uit tot een sterke speler in creatieve print- en communicatieoplossingen voor bedrijven en events.

België is rijk, maar de overheid leeft boven haar stand

Volgens Georges-Louis Bouchez zit België met structurele problemen die veel dieper gaan dan één conjunctuurgolf. Hij viel meteen met cijfers en vergelijkingen binnen. “Onze energie is drie keer duurder dan in de Verenigde Staten. Onze arbeid is aanzienlijk duurder dan in de rest van Europa. We hebben een gigantisch probleem met langdurig zieken. En we hebben publieke uitgaven die richting 55 procent van het bbp gaan. Dat is niet houdbaar.” Bart Buysse keek daarbij vooral naar wat ondernemers vandaag op hun bord krijgen. “Administratieve vereenvoudiging, lagere lasten en meer efficiëntie mag je niet los van elkaar zien”, zei hij. “Het aantal ambtenaren is enorm toegenomen. Tegelijk voelen ondernemers elke dag dat regels, controles en procedures alleen maar zwaarder worden.”

Voor Bouchez ligt de kern bij de uitgaven. België is volgens hem geen arm land. De burgers hebben koopkracht, er staat veel geld op spaarrekeningen en de levensstandaard blijft hoog. “Maar de staat is arm”, zei hij. “Niet omdat hij te weinig inkomsten heeft, wel omdat hij te veel uitgeeft.” Steven Van Vooren haakte daar handig op in. “In de privésector zie je grote bedrijven afslanken en AI gebruiken om efficiënter te werken. Waarom zien we nooit dat de overheid dat ook doet? Waarom lezen we nooit dat er administraties zijn die met minder mensen hetzelfde of beter werk leveren?” Georges-Louis Bouchez vond dat een pertinente vraag. “Waarom betalen vakbonden vandaag nog werkloosheidsuitkeringen uit? Waarom spelen ziekenfondsen nog zo’n grote rol in terugbetalingen? In een moderne staat zou je je identiteitskaart moeten gebruiken en zou het systeem automatisch moeten doen wat nodig is.” Dat zo’n hervorming jobs zou kosten, wuift hij weg. “Te veel publieke jobs doden private jobs. Want om die publieke jobs te betalen, moet je belastingen heffen. En dan krijgt de privésector minder ruimte om jobs te creëren. Als AI bepaalde taken van ambtenaren overneemt, kunnen ze zich beter toeleggen op directe dienstverlening aan burgers.” 

De wereld wacht niet op België

Georges-Louis Bouchez trok het gesprek daarna open naar Europa en de wereld. België heeft volgens hem nog altijd enorme troeven: een strategische ligging, een hoogopgeleide bevolking, een sterke industriële basis in Vlaanderen en ruimte voor ontwikkeling in Wallonië. Maar die troeven zijn geen garantie. “Als we doorgaan zoals vandaag, zijn we over tien jaar dood”, stelde hij scherp. “We leven nog altijd alsof we in de jaren zestig zitten. Maar de wereld is veranderd.” Hij verwees naar zijn buitenlandse contacten en reizen, onder meer naar China. “We hebben jarenlang gedacht dat China alleen kon kopiëren. Vandaag lopen ze ons technologisch op sommige vlakken voorbij.” Terwijl andere landen vooruitgaan, blijft België volgens hem hangen in procedures. “Nachtwerk wordt hier voorgesteld als een revolutie”, zei Bouchez. “Maar in Nederland gebeurde die revolutie twintig jaar geleden al. Wij proberen gewoon de trein in te halen.” Femke Helon herkende dat probleem meteen. Voor haar blijft politieke traagheid geen abstractie. “Er worden heel wat beslissingen gecommuniceerd waar wij in se blij mee zijn”, zei ze. “Maar zolang dat niet in wetgeving staat, kunnen wij daar niets mee.”

Femke Helon: “Een politiek idee volstaat niet. De uitvoering moet volgen. Anders blijft het zweven.”

Bescherming is nodig, maar overbescherming verstikt

Het felste en meest herkenbare deel van het gesprek ging over ziekte, afwezigheid en verantwoordelijkheid. Niet omdat de ondernemers geen begrip hebben voor wie écht ziek is. Integendeel. Maar wel omdat ze voelen dat het systeem weinig onderscheid maakt tussen bescherming en misbruik. Bernard Walravens verwoordde het scherp: “Er zijn arbeiders die plichtsbewust zijn en hard werken voor hun geld. Die mensen moeten we ondersteunen. Maar er zijn ook mensen die perfect weten hoe ze het systeem kunnen misbruiken. En dan krijg je een situatie waarin hardwerkenden betalen voor wie niet wil werken.” Bart Buysse noemde dat “overbescherming”. “Werkgevers krijgen veel verantwoordelijkheid toegeschoven”, zei hij. “Maar wanneer afwezigheden ontsporen of wanneer systemen strategisch of systematisch misbruikt worden, krijgen ze weinig ruimte om echt in te grijpen.”

Steven Van Vooren gaf een voorbeeld uit zijn eigen bedrijf. Hij wilde de Bradford-factor invoeren, een methode die niet alleen het aantal ziektedagen telt, maar ook kijkt naar hoe vaak iemand afwezig is. “In België mag dat niet zomaar, want je mag niet discrimineren op basis van ziekte”, zei hij. Hij liet het juridisch nakijken, maar besliste uiteindelijk om het niet formeel in te voeren. “We bespreken het nu wel tijdens functioneringsgesprekken. Niet om mensen te viseren, maar om duidelijk te maken: dit wordt opgevolgd.” Femke Helon bracht een ander soort voorbeeld. “Wij hebben iemand die zes jaar in dienst is. Ik heb die persoon nog nooit gezien. Long covid. Alle begrip daarvoor. Die mens zal misschien echt niet meer in staat zijn om te werken. Maar dan moet er ook duidelijkheid komen. Dan moet die persoon niet eindeloos op onze loonlijst blijven staan.”

Steven Van Vooren: “De economie is de kip, de sociale welvaart is het ei. Maar iedereen kijkt alleen maar naar het ei.”

Voor Georges-Louis Bouchez moet het systeem opnieuw durven kijken naar verantwoordelijkheid. “Een werkgever moet niet automatisch betalen voor elke persoonlijke situatie die tot afwezigheid leidt”, zei hij. “We moeten een onderscheid maken tussen ziekte die echt gelinkt is aan het werk en ziekte die dat niet is.” Hij pleitte voor meer controle, maar ook voor responsabilisering. Niet alleen van werknemers, ook van artsen en ziekenfondsen. Technologie moet volgens hem helpen om patronen zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door artsenprofielen en ziektebriefjes te analyseren. “Niet om elke zieke te wantrouwen”, zei hij, “maar wel om misbruik gerichter aan te pakken.”

Femke Helon wees meteen op de impact op de rest van het team. “Iemand die thuis zit met een burn-out, daar moet je menselijk mee omgaan. Maar de druk verschuift wel naar collega’s. Die worden daardoor zelf kwetsbaarder. Dat moeten we ook durven zeggen.” In haar bedrijf deelt ze daarom de ziektecijfers met medewerkers. “In december zag ik veel mensen schrikken. Zoveel dagen op een jaar? Zoveel afwezigheden? In het eerste kwartaal hebben we dat opnieuw gerapporteerd en de cijfers lagen al lager. Dat lost niet alles op, maar besef doet veel.” Niet als beschuldiging, benadrukte ze. Wel als realiteit. “Als wij samen een grote klant bedienen en jij bent er drie maanden niet, dan komt dat werk bij iemand anders terecht. Er staat niet zomaar iemand klaar om dat op te vangen.”

Ondernemers moeten de publieke ruimte innemen

Ook voor ondernemersorganisaties ligt er volgens Georges-Louis Bouchez een duidelijke opdracht op tafel: de ondernemersstem moet vaker, concreter en zichtbaarder klinken in het publieke debat. “Als je kijkt naar het publieke debat, wie heeft dan het monopolie?”, vroeg hij. “De vakbonden, de ziekenfondsen, de linkse organisaties. Je hoort hen elke dag. En daardoor stellen journalisten ook elke dag hun vragen vanuit die thema’s.”

Zijn advies: ondernemers moeten veel zichtbaarder worden. Niet af en toe met een standpunt, maar structureel. Dag na dag. Met verhalen uit de praktijk. Met concrete voorbeelden. Met ondernemers die uitleggen wat regels, ziekteverzuim, energieprijzen en loonkosten in hun bedrijf betekenen. “Je moet de publieke ruimte satureren”, zei Georges-Louis Bouchez.

Volgens Bart Buysse doet UNIZO op dat vlak al veel, maar er blijft nog heel wat ruimte voor verbetering. “Technische dossiers én getuigenissen van ondernemers blijven nodig”, klonk het. “Een begrip als loonkost blijft abstract tot een ondernemer uitlegt wat één extra afwezige betekent voor een planning, een levering, een klant of een team.”

Georges-Louis Bouchez: “De staat is arm, niet bij gebrek aan inkomsten, maar door te veel uitgaven.”

Bart Buysse: “De overheid moet stoppen met alle risico’s en verantwoordelijkheden te outsourcen naar onze ondernemers.”

Regels zonder gezond verstand

Het gesprek verschoof daarna naar regeldruk. Steven Van Vooren vertelde hoe moeilijk het is geworden om als ondernemer nog zeker te zijn dat je met alles in orde bent. “Ik denk niet dat er één bedrijf in België is dat alle regels van de arbeidswetgeving perfect toepast. Volgens mij kan dat ook niet.” Hij gaf voorbeelden die herkenbaar zijn voor veel ondernemers. Een controleur die vraagt of een medewerker schriftelijk heeft bevestigd dat hij met een oven mag werken. Rookmelders die worden afgekeurd omdat ze op 2,98 meter hangen in plaats van op drie meter. Een extra asbestattest voor personeel, terwijl een eerdere keuring al aantoonde dat er geen asbest aanwezig was. “Dan denk ik: waar moet ik mij hele dagen mee bezighouden?”, zei Steven Van Vooren. “Ik ben hotelier, maar in mijn dagelijkse werk doe ik bijna niets dat met hotellerie te maken heeft. Ik ben een veredelde secretaresse die constant met wetgeving bezig is.” Zijn conclusie bleef hangen: “Ik mis een overheid die ondernemen faciliteert. Nu voelt het te vaak alsof de overheid barricadeert.”

Bouchez erkende dat de overheid niet alleen de fiscaliteit moet verlagen, maar ook de regels moet verminderen. Veel vereenvoudiging kost volgens hem zelfs geen geld. “Denk aan het recht op vergissing”, zei hij. “Niet elke ondernemer die een fout maakt, is een fraudeur.”

Steven Van Vooren gaf nog een voorbeeld van hoe overheden risico’s doorschuiven naar ondernemers. Bij de aanwerving van buitenlandse medewerkers had hij een identiteitskaart, een contract en een correcte Dimona-aangifte. Het systeem gaf groen licht. Later bleek dat de betrokken medewerkers het bevel hadden gekregen om het grondgebied te verlaten. “De overheidsdiensten communiceren dus niet met elkaar”, zei hij. Bart Buysse benoemde dat als “het outsourcen van risico naar de ondernemer”. Steven knikte: “Uiteindelijk komt het altijd bij ons terecht.”

Bernard Walravens: “Onze hardwerkende arbeiders en bedienden draaien mee op voor wie niet wil werken.”

Investeerders wegjagen helpt niemand

Ook het debat over fiscaliteit, vermogen en investeerders kwam kort maar scherp aan bod. Bart Buysse vroeg aandacht voor de impact van sommige voorstellen uit linkse hoek om “grote vermogens” extra te belasten “Wie investeert, onderneemt en risico neemt, wordt hier opnieuw geviseerd...” Georges-Louis Bouchez reageerde afwijzend. België heeft volgens hem niet te veel, maar te weinig investeerders. “Het zou te gek zijn om investeerders extra te belasten”, zei hij. Ook het begrip “slapend geld” vindt hij misleidend. “Geld op spaarrekeningen slaapt niet. Banken gebruiken dat geld in de economie. Geld slaapt alleen als het letterlijk in een kluis ligt.” Voor ondernemers is die discussie niet theoretisch. Investeringen bepalen of bedrijven groeien, vernieuwen, mensen aanwerven of net afremmen. Wie kapitaal voortdurend als verdacht voorstelt, ondergraaft volgens Bouchez de basis van economische groei.

De kip moet opnieuw gevoed worden

Wat blijft hangen na dit rondetafelgesprek? Niet één maatregel. Niet één partijpolitieke boodschap. Wel een gedeeld ongemak. “België verwacht veel van ondernemers”, klonk het rond de tafel. Jobs creëren. Investeren. Opleiden. Regels volgen. Afwezigheden opvangen. Sociale zekerheid financieren. Transitie betalen. Maar tegelijk ervaren ondernemers dat het systeem te weinig rekening houdt met hun draagkracht. Discussiepunt is niet of België een sterk sociaal model moet hebben. De vraag is wie dat model morgen nog financiert, wanneer de ondernemingen die waarde creëren onvoldoende zuurstof krijgen.

UNIZO en ondernemers face-to-face met beleidsmakers

Deze ontmoeting kadert in een reeks waarbij UNIZO ondernemers letterlijk tot bij de beleidsmakers brengt (en omgekeerd). Dankzij deze inhoudelijke neerslag beleef jij het gesprek mee van op de eerste rij. 

In deze aflevering schuiven we aan bij de MR, maar uiteraard laten we in volgende edities ook andere politieke partijen de revue passeren.

Nuttig voor jou