In een artikel in Het Laatste Nieuws over zogenaamde leeftijdsdiscriminatie kondigde minister Demir aan dat ze praktijktesten in het leven zou roepen. Er was even wat miscommunicatie waaruit afgeleid kon worden dat via die praktijktesten bedrijven individuele sancties zouden kunnen krijgen. 

Maar dit klopt niet, wel worden via de sector(fondsen) via de Vlaamse sectorconvenanten betrokken in de werking ervan. Er zal dus geen directe impact zijn op ondernemingen. Die sectorconvenanten zijn een overeenkomst tussen de Vlaamse Overheid en verschillende sectoren, waarbij de sectorale sociale partners zich engageren om binnen hun sector acties en projecten uit te voeren met betrekking tot:

  • De afstemming tussen onderwijs en de arbeidsmarkt
  • Instroom, zij-instroom, doorstroom en retentie
  • Levenslang leren en competentiebeleid
  • Werkbaar werk
  • Diversiteit en inclusie

De praktijktesten kaderen binnen deze sectorconvenanten. 

Zoals minister Demir duidelijk ook gesteld heeft dat er op sectorniveau gekeken wordt naar de resultaten. Het is de bedoeling dat bedrijven binnen die sectoren gesensibiliseerd worden, opdat bij een volgende meting een positiever resultaat wordt behaald. Het is absoluut niet de bedoeling om een heksenjacht te organiseren op individuele bedrijven. Dit werd aan UNIZO ook op die manier bevestigd. 

Praktijktesten: wat is dat alweer? 

Praktijktesten bestaat in vele vormen, gaande van kwalitatieve bevragingen tot mysterycalling en de befaamde correspondentietesten. 

Het is ook deze laatste vorm, de correspondentietest, die gebruikt zal worden bij de praktijktesten van minister Demir. Heel concreet worden bij de correspondentietesten, in dit geval, vrijwel identieke fictieve sollicitaties verstuurd, met als enige verschil de leeftijd van de kandidaat. 

Wanneer één van de twee fictieve sollicitanten wordt uitgenodigd én de andere niet, wordt een ongelijke behandeling vastgesteld. Er zal dus gemeten worden welke persoon uitgenodigd wordt in de verdere procedure en op basis daarvan wordt de vaststelling gemaakt.

Wat zegt UNIZO hierover?

Discriminatie, ongeacht of het nu gaat over leeftijd, geloof, geslacht, afkomst, handicap,… heeft absoluut geen plaats binnen onze samenleving. 

Het belangrijkste is dat men moet steeds voor ogen houden dat deze onderzoeken weinig tot niets over discriminatie aantonen, terwijl ze wel vaak als zodanig in de markt worden gezet. Er is immers geen informatie voorhanden waarom de sollicitant wel of niet werd uitgenodigd. Het kan gaan om toeval of onoplettendheid door de aanwervingsverantwoordelijke. Het kan ook zijn dat de aanwervingsverantwoordelijke zich er helemaal niet bewust van is dat hij een sollicitant nadelig heeft behandeld, in vergelijking met de andere sollicitant.

Dergelijke onderzoeken hebben als voordeel dat ze op macroniveau aangeven of en wanneer kansengroepen met obstakels geconfronteerd worden. Ze geven een indicatie van de omvang van het fenomeen en de domeinen waarop gewerkt moet worden.

Daarbij moeten echter wel een aantal kanttekeningen worden geplaatst:

  • Dit soort onderzoek is duur. Er moeten mensen en middelen ingezet worden om deze testen uit te voeren.
  • Bovendien moeten de testen voldoende pertinent zijn en afgestemd op de reële situatie. 

Gelet op bovenstaande elementen, geloven we dan ook dat het beter is om dat budget in te zetten om werkgevers te ondersteunen bij een divers aanwervingsbeleid of om werkzoekenden te ondersteunen bij het verbeteren van hun competenties.

UNIZO blijft zich verzetten tegen een benadering waarbij praktijktesten ten aanzien van individuele bedrijven of ondernemers aanleiding zouden kunnen geven tot sancties. 

Nuttig voor jou