Vandaag wil ik het hebben over de prijs van gemak. Over het onduidelijke ervan en de niet te stoppen vanzelfsprekendheid. We houden als maatschappij van zaken die geen uitleg vragen en daarom vaak ook weinig uitleg geven. Systemen en geoliede machines die ons verlossen van tijdsverlies, zoeken, wachten of rekenen en zo verrijken aan gemak. Alleen heeft gemak de eigenschap dat we enkel de vlotheid willen zien, en niet de kost erachter. We zien de seconden die we winnen, en niet wie ze betaalt.

Wat onzichtbaar wordt, verdwijnt niet. Daar wil ik naartoe. Heel concreet: het systeem dat voor heel wat ondernemers voor onzichtbare kosten zorgt, is het hyperpopulaire elektronisch betalen. Een gemakkelijke oplossing voor de klant, met een hoge en vaak onzichtbare kost voor de ondernemer. Want achter één transactie zit een radarwerk aan tariefformules, kaarttypes, betaalschema’s, servicekosten, abonnementen, wallets en contracten schuil die jij hoogstwaarschijnlijk niet kan volgen. 

Dat werd zonet officieel bevestigd door een nieuwe studie van de FOD Economie, die vaststelt dat de kosten voor elektronische betalingen sterk verschillen van handelaar tot handelaar, dat vooral kleine ondernemers te weinig zicht hebben op wat ze precies betalen en dat duurdere betaalvormen zoals kredietkaarten, mobiele wallets en internationale betaalschema’s steeds zwaarder doorwegen. Voor de klant zijn al die betaalmogelijkheden één pot nat, voor jou maakt het financieel wel een groot verschil.

Een betaling via Bancontact is doorgaans goedkoper dan een betaling via internationale betaalschema’s zoals Visa of Mastercard. Een mobiele betaling voelt voor de klant nog altijd als een gewone betaling, maar achter Apple Pay, Google Pay of andere wallets zit doorgaans een zeer dure betaalstructuur. En ook maaltijdcheques worden steeds vaker gekoppeld aan internationale netwerken of mobiele wallets, waardoor ook daar de kost voor handelaars dreigt op te lopen.

Wie klantvriendelijk wil zijn en verschillende betaalmogelijkheden aanbiedt, is daar dus zelf de dupe van. In 2014 telde België nog ongeveer 1,4 miljard kaartbetalingen. Vandaag zitten we aan zowat 4 miljard elektronische transacties. De schaal, de terminals, de gewoonte is er gekomen door jou. Alleen vloeien de voordelen van die schaal niet terug naar de handelaars die het systeem populair maakten. 

In Nederland kan dat wel. Daar zitten overheid, banken, betaalspelers, consumentenorganisaties en ondernemersorganisaties al jaren samen rond de tafel om elektronisch betalen vlotter, goedkoper en transparanter te maken. Mét resultaat: de schaalvoordelen komen daar wel terecht bij de handelaars. We vragen bij UNIZO daarom ook een Belgisch betaalcharter, met duidelijke afspraken over lagere transactiekosten, meer transparantie en keuzevrijheid voor ondernemers. 

Daarnaast moet er een eenvoudige vergelijkingstool komen, zoals de V-test in de energiesector, zodat je eindelijk kan zien welk betaalcontract best bij jouw zaak past. En wie van aanbieder wil veranderen, moet dat snel en zonder onredelijke kosten kunnen doen.
Transactiekosten moeten duidelijker worden, zodat je als handelaar beslissingen kan maken op basis van duidelijke cijfers. In heel dat verhaal mag niet enkel gekeken worden naar de betaalmiddelen van gisteren, maar ook naar die van morgen met wallets, internationale schema’s en sociale cheques. 

Deze studie mag dus niet in een schuif verdwijnen. De federale regering kondigde in haar regeerakkoord zelf een totaalaanpak aan voor de kosten van elektronisch betalen. Wel, de diagnose is er officieel, de ingreep mag nu volgen. Want gemak komt met een prijs, in euro’s, helderheid en keuzevrijheid. Die prijs moeten we zichtbaar maken om te vermijden dat de vlotheid van de ene vanzelfsprekendheid wordt betaald met de prijs van de andere. Want wat onzichtbaar wordt, verdwijnt niet. Het komt gewoon bij de ondernemer terecht. 

Bart Buysse

Lees ook ‘Bart bespreekt’ op m’n sociale mediakanalen:

Nuttig voor jou