In mijn allereerste speech voor UNIZO had ik het over Balthasar Boma. Een ogenschijnlijk succesvol zakenman die met zijn grappige karikatuur een beeld van ondernemers schetst dat ons nogal eens parten speelt. Wekelijks zag heel Vlaanderen hoe hij met geld strooide, van alles in zijn worsten draaide en met een glas champagne in de hand in zijn jacuzzi dreef in plaats van te werken in zijn fabriek. De realiteit is anders. Toch is dat stereotiep nog steeds de wereld niet uit. Dat bewees Vooruit onlangs nog met een foto op Instagram van ‘Michiel met de Porsche’ die miljoenen op de rekening van zijn vennootschap heeft staan, maar geniet van een verhoogde tegemoetkoming omdat hij zichzelf een minimumloon uitkeert.

Wel, dat beeld wordt voor de zoveelste keer officieel ontkracht. Volgens de nieuwe cijfers van het RIZIV, werken zelfstandigen vandaag gemiddeld 45,7 uur per week, tegenover 35,4 uur bij werknemers. Dat is meer dan tien uur extra per week, een volledige extra werkdag dus. In sectoren zoals horeca en retail loopt dat zelfs op tot meer dan vijftig uur per week. Niet eenmalig of tijdelijk, maar gemiddeld. Week in, week uit. Wanneer veel mensen hun laptop dichtklappen, begint voor heel wat ondernemers een tweede shift van administratie afwerken, bestellingen opvolgen, klanten beantwoorden of offertes opmaken. Dat klinkt al een heel pak minder sexy dan een ‘broebelbad’ of de ‘pussycat’.

Toch blijft de goesting om te ondernemen in Vlaanderen groot. Vandaag is 15 procent van de werkende bevolking zelfstandig, het hoogste niveau in minstens 25 jaar. In absolute cijfers gaat het over meer dan 1,3 miljoen zelfstandigen, waarvan 810.000 in Vlaanderen alleen. 

We zien al enkele jaren een duidelijke verschuiving op de arbeidsmarkt. En daar zitten freelance ondernemers voor iets tussen. Vandaag zijn er zo’n 246.000 freelancers in Vlaanderen en Brussel, goed voor een stijging van 30 procent op vijf jaar tijd. De klassieke loopbaan, waarbij iemand veertig jaar voor dezelfde werkgever werkt, verdwijnt stilaan. Mensen schakelen sneller tussen loondienst en zelfstandigheid, combineren verschillende activiteiten of kiezen bewust voor een statuut waarin ze meer controle hebben over hun manier van werken. Voor veel mensen draait ondernemerschap niet alleen meer om een eigen zaak uitbouwen, maar ook om vrijheid, autonomie en flexibiliteit. En dat geldt niet alleen voor de jeugd. Steeds meer pensioengerechtigden starten met ondernemen, zo’n 12 procent van alle actieve zelfstandigen in ons land ontvangt een pensioen. 

In Vlaanderen alleen al zetten elk jaar zo’n 72.000 mensen de stap naar zelfstandigheid. In Brussel komen daar nog eens bijna 19.300 starters bij. Maar voor elke twee starters is er ook één stopper. Iemand die zijn droom, al dan niet uit eigen wil, opbergt. Er is dus veel goesting, veel drive en veel ondernemerschap, maar het ondernemerstraject blijft ook niet te onderschatten.

En daarom moeten we stoppen met ondernemers weg te zetten alsof ze ergens comfortabel achteroverleunen terwijl de rest het werk doet, alsof het geld zomaar binnenstroomt. Want de cijfers bewijzen het tegenovergestelde. Jullie nemen risico’s voor eigen rekening, werken structureel langere dagen en blijven doorgaan wanneer anderen naar huis trekken.

Ondernemers krijgen vrijheid, voldoening en fierheid. Erkenning en dankbaarheid horen daar ook bij. Wanneer stellen we ‘Balthasar Boma’ en ‘Michiel met de Porsche’ eens bij tot ‘hardwerkende Hans’, 'freelance Freddy' of ‘gulle Gerda’? We maken er samen werk van 😉.

Bart Buysse

Lees ook ‘Bart bespreekt’ op m’n sociale mediakanalen:

Nuttig voor jou