Minder arbeidsmigratie is pas succesvol als vacatures ook ingevuld raken
Eergisteren kopte De Tijd dat heel wat minder Vlaamse werkgevers een vergunning aanvragen om werknemers van buiten de EU aan te werven. In de eerste zeven maanden van dit jaar kwamen er 4.125 dossiers voor een gecombineerde werk- en verblijfsvergunning binnen, bijna 12 procent minder dan vorig jaar. Bij de middengeschoolde profielen is de daling nog veel groter met bijna 47 procent.
Vlaams minister van Werk Zuhal Demir blijkt daarin het bewijs te zien dat haar strengere regels voor economische migratie, die sinds begin dit jaar gelden, vruchten afwerpen. Maar dat is te kort door de bocht.
Dat het aantal aanvragen voor arbeidsmigratie daalt, is nogal wiedes. De arbeidsmarkt is aan het afkoelen en in geopolitiek onzekere tijden denken heel wat ondernemers twee keer na vooraleer ze iemand aanwerven. Maar het is jullie in de eerste plaats gewoon veel moeilijker gemaakt. De procedures om een buitenlands profiel aan te werven, zijn administratief veel zwaarder geworden. Met langere wachttijden, hogere kosten en een lijst van knelpuntberoepen waarbij economische migratie kan, die fors werd ingepekt.
Dat er dan minder aanvragen binnenkomen, verbaast dus niemand. Maar daarmee is nog geen enkele knelpuntvacature ingevuld. Minder aanvragen lossen het tekort aan geschikte profielen niet op, wat onze ondernemingen afremt en zo weegt op onze economische groei.
De strengere regels voor economische migratie, en al zeker voor middengeschoolde knelpuntprofielen, treft in de eerste plaats kmo's. 3 op 4 aanvragen komt van een onderneming met minder dan 50 werknemers. Geen van die ondernemers gaat voor zijn of haar plezier personeel zoeken in het buitenland. Dat kost niet alleen tijd, maar vooral ook geld en bakken administratie.
Hoe je het ook draait of keert, de realiteit is nu eenmaal dat heel wat profielen hier niet te vinden zijn. Daar verander je niet zomaar iets aan. Mensen scholen zich niet van vandaag op morgen om tot technische of andere knelpuntprofielen. De keuze binnen veel sectoren is helemaal niet tussen Belg of niet-Belg, maar tussen klanten bedienen of klanten niet bedienen.
We moeten maximaal inzetten op de eigen arbeidsreserve door activering, opleiding en mobiliteit, zoals de minister terecht aanhaalt. De Vlaamse regering kondigde bij haar aantreden ook een leeroffensief aan, maar die blijft vooralsnog uit. Wel zat er vaart achter deze drastische verstrenging van de economische migratie. De politieke drang om zich streng te profileren op migratie lijkt daarbij zwaarder te hebben gewogen dan de realiteit op onze arbeidsmarkt. Met onze kmo’s als eerste slachtoffer.
Het was dan ook beter geweest om de doorgevoerde verstrenging geleidelijk aan te laten lopen en tegelijkertijd vol te investeren in opleiding voor knelpuntberoepen. Zo geef je mensen de tijd om zich om te scholen en kunnen vacatures op termijn worden ingevuld met kandidaten uit Vlaanderen, België of de Europese Unie, zonder onze kmo-ondernemers ondertussen op droog zaad te zetten
Als de strengere regels ertoe leiden dat meer lokale werknemers knelpuntvacatures invullen, zal ik de eerste zijn om dat toe te juichen. Maar minder aanvragen bewijzen op zich niets. Meer nog, op het terrein merken we dat het voor werkgevers een pak moeilijker is geworden om geschikte arbeidskrachten te vinden. Zolang die vacatures niet ingevuld raken, hebben we geen probleem opgelost, maar de toegang tot één van de oplossingen gewoon moeilijker gemaakt.


