Het is een vreemde paradox: regeringen die zichzelf kmo-gezind dopen, maar de deur naar een gigantische markt van publiek geld net voor die bedrijven dicht houden. Elk jaar geeft de overheid tientallen miljarden uit aan diensten, werken en producten. Lokaal geld, waarvan je dan ook verwacht dat het op een manier terugstroomt naar de lokale economie. Maar in een land geroemd en geplaagd door haar surrealisme, werkt het spijtig genoeg niet zo. Nergens in Europa schrijft de staat minder overheidsopdrachten uit aan de ruggengraad van haar eigen lokale economie: de kmo’s. 

Slechts 31 procent van de overheidsopdrachten komt bij een kmo terecht, terwijl zij 99% van alle ondernemingen uitmaken en 70% van de private jobs dragen. Zij betekenen hier heel wat meer dan in onze buurlanden, en toch maken kleine en middelgrote ondernemingen daar veel meer kans op zo’n overheidsopdracht. Vraag even rond op het terrein waarom dat zo is, en je komt heel snel uit op een paar hoge drempels. De papierberg is enorm, de regels zijn ingewikkeld, bijna alle risico’s liggen bij de ondernemer en grote bedrijven krijgen voorrang door gunningen op de laagste prijs. Wie een bestek opent, merkt meteen dat het ‘als kleine speler’ quasi onmogelijk is om echt mee te doen. En dat is een probleem, want overheidsopdrachten zijn krachtige instrumenten waarmee de overheid haar economie kan sturen en kleine bedrijven kan/moet steunen.  

In ons nieuwe speerpuntdossier rond overheidsopdrachten kaarten we dat aan. Hoe de praktijk steeds verder wegdrijft van het oorspronkelijke principe: een eerlijke, toegankelijke markt. Nu is dat eerder een beperkt clubje. Om terug te gaan naar het initiële doel van overheidsopdrachten moeten we af van de zware ballast die er vandaag aanhangt. 

Bestekken gebruiken zo’n overdosis juridische taal dat een doorsnee ondernemer al afhaakt nog voor hij aan hoofdstuk twee begint. Raamcontracten vallen zo groot uit dat ze bijna automatisch bij dezelfde vaste spelers belanden. Lokale besturen sluiten zich massaal aan bij die grote contracten en schrijven daardoor nauwelijks nog zelf opdrachten uit. Daardoor dingen lokale ondernemers zelfs in hun eigen buurt niet meer mee. 

Ook de contractvoorwaarden zelf werken nauwelijks in hun voordeel. Kosten die stijgen maar niet mogen worden doorgerekend. Boetes die zwaar doorwegen. Betaaltermijnen die te lang zijn. En bij de kleinste administratieve fout volgt meteen uitsluiting, zelfs wanneer de inhoud van de offerte perfect klopt. Zo creëer je geen toegankelijk speelveld, maar een systeem waar vooral de groten in kunnen meevoetballen. 

Daarom schuiven we in ons dossier tien concrete verbeteringen naar voren. Geen radicale omwentelingen maar noties van gezond verstand. Een verklaring op eer, zodat ondernemers niet eerst een halve encyclopedie moeten opladen om te mogen meedoen. Biedvergoedingen, zodat niemand gratis zware offertes met concrete tekeningen of ontwerpen hoeft te maken. De drempel voor opdrachten van beperkte waarde verhogen naar 50.000 euro, zodat kleinere opdrachten zonder administratieve last bij lokale bedrijven terechtkomen. De opsplitsing van grote raamcontracten in kleinere percelen, met instapmomenten tijdens de looptijd. Maar ook het ondersteunen van lokale aankoopdiensten zodat ze opnieuw zelf kmo-vriendelijke opdrachten kunnen uitschrijven. Transparantie verhogen, oneerlijke contractvoorwaarden aanpakken en nog veel meer. 

Al onze voorstellen en details leest u hier 

Overheidsopdrachten zijn een krachtige hefboom. Vandaag tilt die hefboom vooral dezelfde grote spelers omhoog. Dat is een gemiste kans voor innovatie, kwaliteit en de lokale economie die we met publieke middelen zouden moeten versterken. 

Onze oproep aan alle beleidsniveaus is eenvoudig: maak het systeem opnieuw wat het altijd had moeten zijn: open, transparant en toegankelijk voor elke ondernemer die kwaliteit wil leveren. 

Zodat die vreemde paradox eindelijk verdwijnt. En lokaal geld opnieuw lokale waarde creëert.      

Nuttig voor jou