Behoud soldenwetgeving essentieel voor overleven zelfstandige modedetailhandel
Behoud soldenwetgeving essentieel voor overleven zelfstandige modedetailhandel
Mode Unie, federatie voor zelfstandige modedetailhandel, en UNIZO betreuren de drie arresten die de Raad van State op 20 mei 2026 heeft uitgesproken over de toepassing van de Belgische soldenwetgeving. De Raad van State vernietigt daarin de administratieve boetes die de FOD Economie had opgelegd aan drie textielketens wegens het gebruik van de term 'solden' buiten de wettelijke periodes van januari en juli.
Eerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen garanderen
Concreet oordeelt de Raad van State dat artikel VI.25 van het Wetboek van economisch recht strijdig is met de Europese Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG). Dit artikel gaat specifiek over het gebruik van de term 'solden', dat in België voorbehouden is voor de wettelijke periodes in juli en januari.
De Europese richtlijn beoogt een volledige harmonisatie van de regels inzake handelspraktijken jegens consumenten en laat lidstaten niet toe om strengere nationale regels te hanteren binnen haar werkingssfeer.
De Raad stelt vast dat de soldenwetgeving, ondanks de expliciete vermelding in de wet dat zij enkel de 'eerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen' beoogt te verzekeren, toch ook een consumentenbeschermend oogmerk heeft. Net daardoor valt ze volgens de Raad van State binnen de werkingssfeer van de Europese richtlijn en kan ze niet langer worden gehandhaafd via administratieve boetes.
‘Frappant is dat het Arrest van de Raad van State melding maakt van het feit dat de wetgeving rond de oneerlijke handelspraktijken er is ter bescherming van consumenten, terwijl de hoofdzaak van het Belgisch wetgevend kader rond de solden net het bewaren van eerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen moet garanderen’, aldus Isolde Delanghe, directeur Mode Unie.
Soldenwetgeving draait om verbod op verkoop met verlies
‘De soldenwetgeving voorziet in de eerste plaats in een verbod op verkoop met verlies. Dat verbod bestaat niet zonder reden. Het beschermt zelfstandige handelaars tegen de zware concurrentiële prijsdruk van grote ketens. Die ketens werken met andere marges en kunnen het zich veroorloven om in bepaalde regio’s met verlies te verkopen en dat verlies elders te compenseren. Zelfstandige handelaars beschikken niet over die mogelijkheden. Zonder deze bescherming dreigen zelfstandige retailers uit de markt te worden gedrukt, met een golf van faillissementen in het zelfstandig segment tot gevolg. Dat scenario moeten we absoluut vermijden’, aldus Delanghe.
De soldenwetgeving is niet voor alle spelers in de markt even relevant, en dat is net de kern van het probleem. Zelfstandige modewinkels werken met seizoenscollecties: zij kopen maanden op voorhand in, gaan vaste leveringsverplichtingen aan en moeten op het einde van elk seizoen hun resterende voorraad kunnen opruimen om plaats te maken voor de nieuwe collectie. De uitverkoop in januari en juli is voor hen geen commerciële keuze, maar een economische noodzaak.
Grote fast-fashionketens kennen dit model nauwelijks nog. Zij brengen doorheen het hele jaar nieuwe artikelen op de markt, roteren hun assortiment continu en kennen geen echte seizoensgebonden voorraaddruk. Voor hen zijn permanente kortingsacties een marketinginstrument, niet de existentiële noodzaak die het voor een zelfstandige modewinkel wel is.
Het wegvallen van een wettelijk kader voor de soldenperiodes zou deze twee fundamenteel verschillende bedrijfsmodellen op een gelijke, maar dus eigenlijk ongelijke, manier behandelen. De zelfstandige modewinkel, die zijn soldenverkoop zorgvuldig plant rond de wettelijke periodes, zou dan moeten concurreren met ketens die het hele jaar door 'solden' kunnen roepen, zonder dat daartegen nog effectief kan worden opgetreden. Dat ondermijnt de eerlijke concurrentie tussen zelfstandige retailers en ketens op een structurele manier.
Consumenten riskeren misleid te worden
‘De Raad van State heeft een juridisch-technische toets uitgevoerd en daarbij geoordeeld dat onze soldenwetgeving consumenten beschermt. Gevolg daar van is dat die vaststelling de Belgische wetgeving strijdig maakt met het Europees recht.
Het resultaat is een uitspraak die de consument in de praktijk allesbehalve beschermt', aldus Delanghe. 'Belgische consumenten weten vandaag dat solden in januari en juli een echte, wettelijk gegarandeerde uitverkoop betekenen. Nu riskeren ze het hele jaar door geconfronteerd te worden met 'solden'-aanbiedingen die die garantie niet bieden. Dat is geen vooruitgang voor de consument, dat is het potentieel misleiden van de consument net in de hand werken.’
Huidige wetgeving blijft staan en beschermt zelfstandige moderetailers
Ook al mag de term ‘solden’ voortaan gebruikt worden in andere periodes dan januari en juli, de soldenwetgeving gaat in eerste instantie over het aan banden leggen van de verkoop met verlies en die wetgeving blijft staan. Als de Belgische overheid wil blijven inzetten op het beschermen van zelfstandige modehandelaars, dan is het cruciaal dat de wetgeving rond het verbod op de verkoop met verlies blijft bestaan zoals dat nu het geval is.
De zelfstandige detailhandel verdient een stabiel en eerlijk wetgevend kader. Mode Unie en UNIZO zullen dit dossier nauwgezet blijven opvolgen en verdedigen.